En Jezus schreef in 't zand

„’Ik durfde vorige week niet naar de mis’, zei ik tegen de pastoor. ’Jezus zou u toch ook binnenlaten’, zei hij. Ik had het gevoel alsof iemand ineens een mantel om mij heen sloeg. Waar was Jezus al die tijd in de gesprekken die ik gevoerd had met het bisdom?” Dichteres Maria van Daalen wil vodoupriesteres worden, en rooms-katholiek. Dat laatste mag niet van de kerk.

Ik ben er ook in mijn zevenenvijftigste levensjaar niet uit of het toeval mij tot mikpunt heeft uitgekozen, of dat het eenvoudig een kwestie van perceptie is.

Mijn prille, maandelijkse interviewprogramma het ’Spreek Uur’ in Almere-Haven was direct gedoemd. Op 4 april was de dichter Tonnus Oosterhoff mijn gast. Aan het begin van de avond werd het geroezemoes van de aanwezigen overstemd door een indringend drummen. Het zat pal boven ons hoofd en werd sterker en intenser. Dat had ik niet besteld, en ik keek vragend naar de organisator.

Hij fluisterde: „Er is een sjamanistische seance boven – dat andere zaaltje wordt vaker verhuurd als er niet gespeeld wordt.”

„Vooodooo”, riep ik geruststellend tegen de aanwezigen die zenuwachtig begonnen te giechelen. Prompt viel er boven ons een stilte, en de dichter kon voorlezen.

In onze pauze begon het drummen weer, en het gaf geen krimp toen wij het dichtersgesprek wilden voortzetten. „De technici boven zeggen dat ze de aartsengel Michaël hebben opgeroepen, en dat hij gekomen is ook”, zei de organisator zorgelijk. Ik probeerde een zekere na-de-pauze-stilte te creëren – wat niet meeviel. „Heeft iemand de aartsengel Michaël al langs zien komen?”, vroeg Tonnus minzaam aan het publiek.

Bij heel wat Haïtiaanse huishoudens heb ik de aartsengel aangetroffen. Boven de voordeur, aan de binnenkant. Waarom die daar hangt, vroeg ik dan. ’Grande protection’, was het verlegen antwoord. Een magische afbeelding. Buiten dat spelen de engelen geen rol. Niemand die erdoor in trance raakt. Geestwezens, de Loa, heten ook ’zanges’, dat is ’les anges’, de engelen, of ’mystères’, mysteriën. Maar dat geeft alleen aan waar ze thuishoren in het spiritueel universum: onder God, en aan hem ondergeschikt, net als de engelen. Michaël, Uriël, Rafaël, enzovoorts, komen alleen in de rooms-katholieke gebeden voor. Ik heb er geen band mee, zelfs niet met Gabriël.

Maar de boodschappendienst van hogerhand werkte toch. Alles leek wel tegelijk te willen gebeuren in de Goede Week, die ook kerkelijk het hoogtepunt van het jaar is. Vlak voor Palmzondag liep ik door de supermarkt, denkend aan veel dat niets met de boodschappen van doen had, toen iemand mij aansprak.

„Mevrouw Van Daalen! Mevrouw Van Daalen!” Ik keek op, recht in de ogen van de pastoor. „U was zeker weer in trance”, zei hij. Er zaten pretlichtjes in zijn ogen. „Ik durfde vorige week niet naar de mis”, zei ik. Zijn ogen werden heel ernstig. „Jezus zou u toch ook binnenlaten”, zei hij. Ik had het gevoel alsof iemand ineens een mantel om mij heen sloeg. Waar was Jezus al die tijd in de gesprekken die ik gevoerd had met het bisdom? Daar wil men niet dat ik vodoupriesteres word, als ik ook katholiek wil worden.

’En Jezus schreef in het zand’, zong het in mijn hoofd. Het was de titel van een dichtbundel die bij mijn moeder in de kast gestaan had. Het verhaal staat in Johannes 8:3-11 (Willibrordvertaling). Jezus blijft rustig doorschrijven in het stof, terwijl de schriftgeleerden een vrouw bij hem brengen die betrapt is op overspel. Nu willen ze van die Jezus weleens weten wat hij ervan vindt. Jezus zegt na enige aandrang alleen: „Wie van u zonder zonde is, moet dan maar als eerste een steen op haar werpen”, waarop de Farizeeën afdruipen. De vrouw blijft alleen over met Jezus, en hij zegt: „Heeft niemand u veroordeeld?” [] „Ik veroordeel u ook niet.” Jezus wil graag dat mensen zelf gaan nadenken, vanuit de liefde. En dan zegt hij: „Ga nu maar, en zondig voortaan niet meer.”

Kun je iemand bevelen om niet meer te zondigen? Dat is toch net zoiets als iemand bevelen vanaf nu even volmaakt te zijn als God. Een opdracht die onmogelijk te volbrengen is. Of Jezus moet bedoeld hebben dat de vrouw wat hem betrof van nu af niet meer zou kúnnen zondigen. Omdat zij immers hém had gezien, en naar hem had geluisterd. Of dat de zonde waar ze voor was opgebracht niet groter was dan de zonden van de schriftgeleerden.

Wie tekende er nog meer op de grond in de Oudheid? Archimedes (287-212 voor Chr.), wiskundige, natuurkundige, technicus, en auteur van vele boeken. Archimedes woonde in Syracuse (Griekenland) en had gestudeerd in Alexandrië (Egypte). Een door Plutarchus en later Livius opgetekende anekdote wil dat Archimedes tijdens de inname van Syracuse een cirkeldiagram in het zand of op de vloer had getekend en hierover aan het nadenken was. Een Romeinse soldaat kwam binnen en liep over de tekening, waarop Archimedes riep: „Verstoor mijn cirkels niet!” De soldaat ontstak in woede en doodde Archimedes met zijn zwaard.

In het zand schrijven was waarschijnlijk een gewone bezigheid. Papier bestond niet, papyrus was kostbaar, en stof is er altijd.

Er is een theorie dat ook Jezus in Alexandrië heeft gestudeerd. Of het waar is, geen idee, maar wat mij altijd opvalt aan Jezus’ woorden is de kennis die hij blijkbaar had van het gnostische en hermetische gedachtengoed, dat toen in alle mogelijke vormen en opvattingen zinderde rond de Middellandse Zee. Ik zou niet verbaasd zijn als Jezus goed Grieks sprak en schreef, als een Jood uit Alexandrië.

Maar wie zegt dat Jezus wóórden in het zand aan het schrijven was toen de overspelige vrouw bij hem gebracht werd? Tekstmateriaal van hem is niet bekend, ook niet via citaten of verwijzingen. En wat hij in het zand schrijft, is vermoedelijk niet begrijpelijk voor zijn discipelen, want geen enkel evangelie citeert uit Jezus’ zandtekst. We kunnen er niet van uitgaan dat Jezus maar wat aan het droedelen was om de Farizeeën te plagen. Dat strookt niet met zijn ernst en met die van de situatie. Bovendien was hij duidelijk diep over zijn zandtekst in gedachten.

Waarschijnlijk schreef hij iets dat Joden, ook die konden lezen, met respect bekeken, maar waarvoor hun kennis ontoereikend was. Een lijst van zonden? Ach welnee. Meetkundige berekeningen liggen meer voor de hand. Of sterrenkundige, want de hermetici waren kundige astrologen/astronomen, en als Jezus inderdaad kennis bezat van hun filosofisch-religieuze opvattingen, dan was hij hiervan op de hoogte.

Is het trouwens niet opvallend hoe belangrijk sterrenkundige gebeurtenissen zijn in de evangeliën? Jezus wordt geboren bij de geboorte van een nieuwe ster, en is gestorven tijdens een zonsverduistering, dat is te mooi om toeval te zijn, daar hebben de evangelisten een bedoeling mee. Jezus als Sol Invictus, de Zon van het eeuwige leven.

Er is een ander verhaal, in Johannes 4:1-30, waarin Jezus een gesprek voert met een overspelige vrouw. Een Samaritaanse, iemand op wie de Joodse discipelen neerkijken. Jezus spreekt haar aan als een gelijkwaardige. En om haar duidelijk te maken dat hij de Messias is die zij in hem denkt te zien, zegt hij: „Ga uw man roepen en kom hier terug.” „Ik heb geen man”, antwoordt de vrouw. „Dat zegt u terecht, dat u geen man hebt”, zegt Jezus. „Want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt is uw man niet. Wat u daar zegt, is waar.” „Heer”, zegt de vrouw, „ik zie dat U een profeet bent.”

Een vrouw met zes mannen, en toch geen echtgenoot. In heel wat religies is het mogelijk om single te zijn en toch getrouwd. Zo iemand is dan getrouwd met een geestwezen. Dat komt in vodou ook voor. Het heet een Maryaj Loa, van ’mariage’, huwelijk. Het wordt gedaan om de speciale bescherming van een geestwezen te vragen, maar het eist een behoorlijke tijdsinvestering van de menselijke huwelijkskandidaat, man of vrouw. Voor elk geestwezen wordt minstens één weeknacht gereserveerd. Als je tegelijk wél ’aards’ getrouwd bent, breng je die ene weeknacht kuis en alleen door, met je geestbruid of -bruidegom. In de uitzonderlijke situatie van zes van zulke geesthuwelijken blijft alleen de zondagnacht over, en die is hier in elk geval kuis, omdat deze vrouw geen echtgenoot heeft. Zij is dus het tegendeel van ’zondig’ in de zin van ’overspelig’.

’Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan’ (Lucas 8:2), is misschien zo’n vrouw. Een demon, of daimoon, is het Griekse woord voor een geestwezen, en de evangeliën zijn in het Grieks geschreven. Het kunnen de geestwezens geweest zijn die de zeven bekende hemellichamen regeren, en dus de weekdagen: Zon, Maan, Jupiter, Mercurius, Mars, Venus, Saturnus.

Hoe kan Jezus haar geholpen hebben? Met inzicht? De mens is niet een speelbal in een krachtenveld, maar iemand die de keuze kan maken om de goddelijke geest (Johannes 4:24) lief te hebben en te eren, de God die de hemellichamen gemaakt heeft, en er dus boven verheven is. Zodra je dat inziet, kunnen de geestwezens je niet meer bang maken. Ze bezetten je niet. Ze kunnen je in en uitgaan, maar jij bent er de baas over.

Net als in vodou, waar de priester of priesteres precies weet hoe iemand te helpen die door een geestwezen overweldigd wordt. Het hoort bij de opleiding tot vodoupriester(es) om ’daimones uit te drijven’ (’daimones’ is hier nadrukkelijk niet demonisch bedoeld). Want de geestwezens gehoorzamen alleen aan een echte priester(es), en die kan gewenste en ongewenste trancetoestanden bij anderen en bij zichzelf beëindigen. Misschien is het hierom dat men op Haïti zegt ’dat Jezus de eerste Houngan (vodoupriester) was’.

De idee dat de zeven geestwezens de beheersers van hemelsferen zijn en van de planeten, is al minstens tweeduizend jaar oud. Het komt voor in vele gnostische en hermetische religieus-filosofische visies, maar ook in de hedendaagse astrologie, en bij C.D. Lewis, de auteur van de Narnia-serie, waarvan de eerste delen onlangs verfilmd zijn. Als bekeerling, als christen, stelt hij in zijn romans en studies de werkelijkheid van de heilsgeschiedenis centraal. Dat geldt ook voor zijn kinderboeken: de grote leeuw Aslan, in de Narnia-serie, is een afspiegeling van Jezus. Lewis schreef voor volwassenen een reeks sciencefictionromans waarin hij een geestwezen toekent aan alle planeten. Behalve aan de aarde, die is ’bezet gebied’. Die geestwezens heten bij hem ’eldila’, een woord dat niet toevallig lijkt op ’elf’ en ’engel’. De speciale daimoon van elke planeet heet een ’Oyarsa’, een woord dat ontleend lijkt aan ’Orisha’ of ’Orixa’, de term voor geestwezen in een groot aantal met vodou verwante religies. Bij Lewis wordt zo’n planeet-daimoon een engelachtig wezen dat een deel van het universum bestiert namens God. Dit soort wezens komt ook voor in het Evangelie van Maria (‘Maria’ wordt vaak begrepen als ’Maria Magdalena’, maar dat staat niet in dit evangelie). Het dateert uit het einde van de tweede eeuw.

In de Nag-Hammadi-geschriften, de gnostische bibliotheek die vlak na de Tweede Wereldoorlog in de Egyptische woestijn gevonden werd, is sprake van zeven ’Machten’ of ’Archonten’ waarlangs de ziel van overledene moet passeren, op weg naar de hemel. De machten hebben namen die te herleiden zijn tot het kwaadaardige tegendeel van goede eigenschappen van de zeven planeten.

Gnostieke teksten laten zich soms lezen als een soort vroege sciencefiction. De geheime leer van de gnostiek omvatte waarschijnlijk bepaalde inwijdingsrituelen die de ziel van de mens voorbereidden op de reis na de dood.

Vodou heeft alle aspecten van een mysteriegodsdienst met rituele inwijdingen en voorbereiding op de dood. Er zijn parallellen met gnosis en hermetiek aanwijsbaar in de eigen vodouleer over de ziel, die heel uitgebreid is, maar niet zo ingewikkeld als die gnostieke zielenreis. Daar is vodou te aards voor.

De rooms-katholieke kerk wees de gnostieke opvattingen al vroeg af. En ook van vodou moet ze niks hebben. Iemand die rooms-katholiek is en vodouisante, maakt zich schuldig aan ’geestelijke bigamie’, liet het bisdom mij onlangs weten. Niets over die tientallen miljoenen rooms-katholieken die ook aanhangers zijn van winti, vodou, candomblé, santería...

De rooms-katholieke aanhangers die ik persoonlijk ken, waren een hele discussie begonnen per e-mail. Of ik misschien kennis moest maken met hun biechtvaders in Brazilië, Cuba, Haïti. En of ik er niet beter aan gedaan had mijn vodou-activiteiten te verzwijgen. Maar dat laatste was geen optie, dan kon ik net zo goed het hele vodou-boek dat ik aan het schrijven ben ter zijde leggen. Van kerkelijke zijde werd mij aangeraden het allemaal vooral wetenschappelijk en cultureel-antropologisch te blijven behandelen. Inwijdingen, nee, dat ging niet samen met het rooms-katholieke geloof.

Ik schudde mijn hoofd. Wetenschappelijk, dat is niet de zoveelste schriftelijke cursus zwemmen. Bovendien betrof het mijn ziel en mijn geest, en die doen niet aan bigamie. Wel aan meerduidigheid. Meerduidigheid en polyinterpretabiliteit, dat is het zout in het kunstzinnige voedsel. Alles voor meer dan één uitleg vatbaar. Vrolijke wetenschap, vrolijke religie. Maar bedreven met de volkomen ernst waarmee iemand zijn berekeningen uitvoert, en zijn oordeel zuiver wikt en weegt – een oordeel dat onderscheid maakt tussen misdrijf en zonde. En zonde, daarvan bestaat maar één soort, en niemand is er vrij van, behalve één overspelige vrouw die door Jezus wordt vrijgesproken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden