En iedereen wist: kinderen zijn nergens meer veilig

Maandag is het een jaar geleden dat de Amsterdamse zedenzaak in de publiciteit kwam. Over drie maanden staat hoofdverdachte Robert M. terecht voor misbruik van 67 kinderen, als crècheleider en als oppas aan huis. De zaak schokte niet alleen de kinderopvang en ouders in de hoofdstad, maar ook daarbuiten. Hoe is het inmiddels met alle direct of indirect betrokken partijen?

Ouders in Nederland
Het grootschalige misbruik door crècheleider Robert M. heeft ouders iets kritischer gemaakt. "Vooral die in Amsterdam", zegt Gjalt Jellesma van Boink, de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang. De afgelopen maanden maakte hij een tour langs honderden leden van oudercommissies in de hoofdstad. "Daar merk je de alertheid wel." Toch typeert hij de ouders van 0- tot 4-jarigen als enigszins naïef. "Ze hebben nog steeds een rotsvast vertrouwen in de pedagogisch medewerker die zo lief voor hún kinderen zorgt. De overheid zal heus wel gezorgd hebben dat onze crèche in orde is, redeneren ze." Zelfs Amsterdamse ouders hebben geen idee wanneer de GGD hun kinderdagverblijf heeft geïnspecteerd en wat de uitkomsten daarvan waren. Dat blinde vertrouwen is volgens Jellesma onterecht: "Veel te hoge percentages van de kinderopvangorganisaties hebben hun zaken niet op orde." Hij zou het goed vinden als ouders nog meer zouden 'emanciperen' en zich gaan opstellen als kritische consumenten, die voor hun kinderen het beste eisen. Daarvoor moet hun beeld van de kinderopvang wel wijzigen, vindt Jellesma. "Veel ouders denken toch dat het daar om een beetje oppassen draait." Terwijl een crèche idealiter ook positief bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen, en natuurlijk in de eerste plaats veilig is. Jellesma is nog lang niet tevreden over de kwaliteit van de crèches in het tijdperk ná Robert M.. "Maar cultuurveranderingen gaan langzaam, dit is nog heel hard duwen."

't Hofnarretje
'Wij kunnen per direct kinderen plaatsen op alle locaties en in alle leeftijdsgroepen' staat op de site van De Vlinderheuvel, zoals 't Hofnarretje tegenwoordig heet. Dat is geen goed teken voor een crèche middenin een kinderrijke buurt. "Dertig procent van de ouders is weggegaan en dat gat is nog niet opgevuld", zei directeur Henk Lustig deze week. Blijkbaar zijn er weinig aanmeldingen, die hoogstens het verloop opvangen doordat kinderen vertrekken naar school. Volgens Lustig is de sfeer onder de medewerkers na de eerste schok nu weer beter. De GGD Amsterdam, die toezicht houdt op de kinderopvang, was vorige maand nog kritisch op De Vlinderheuvel: zo zou de crèche nog steeds onvoldoende voorbereid zijn op kindermishandeling. Directeur Lustig bestreed die conclusie. Hij kondigde deze week ook zijn afscheid aan. Een van de redenen daarvoor is dat hij zich tegengewerkt voelt door Albert Drent, de directeur die eerder dit jaar opstapte onder druk van de gemeente. Drent, die er in een rapport van een gemeentelijke onderzoekscommissie behoorlijk van langs kreeg, is nog wel steeds eigenaar en hij heeft op zijn beurt de gemeente Amsterdam aansprakelijk gesteld voor de schade die hij opliep doordat hij zijn baan moest opgeven. Het Openbaar Ministerie stelde eerder dat de gebrekkige leiding door Drent het misbruik misschien langer heeft laten voortduren, maar besloot hem niet te vervolgen omdat er geen bewijs is dat hij van het misbruik afwist.

De twee andere crèches
Behalve op 't Hofnarretje heeft Robert M. nog op twee andere Amsterdamse dagverblijven toegeslagen. De directeur-eigenaar van Jenno's Knuffelparadijs werd alle commotie te veel: zij verkocht de opvang aan Partou, een organiatie die veel créches beheert. "We zijn even dichtgegaan om de tijd te nemen de opvang duidelijk een ander aangezicht te geven, die aansloot bij Partou", zegt Partou-directeur Aad de Booij. In april ging de crèche open onder een andere naam, inmiddels is 70 procent van de plaatsen gevuld. Het kan slechter, zegt De Booij. Nieuwe ouders vragen volgens hem niet naar de zaak. "Wij merken wel op onze andere crèches dat ouders sneller vermoedens van misbruik hebben, en die melden, ook bij de politie. De tijd dat ouders opvang vanzelfsprekend vertrouwden, is voorbij." Bij De Toverlantaarn is er nog steeds een wachtlijst, zegt directeur Annelize Hogeweg. "Die is wel korter, maar dat komt door de economische omstandigheden." Volgens haar is niemand vertrokken - over het ene kind betrokken bij misbruik zegt ze niets. "Ouders beseften wel dat Robert M. hier na een week is weggestuurd, dat wij zelfreinigend vermogen hebben." Nieuwe ouders vragen niet naar de zaak. Ook leidsters kunnen gebruikmaken van het gemeentelijk aanbod voor psychologische hulp. De Toverlantaarn heeft de gemeentelijke aanbevelingen voor veiliger opvang helemaal uitgevoerd en ook het 'vier-ogen-beleid' doorgevoerd: mede door verbouwingen kunnen kinderen overal door minstens twee personeelsleden worden gevolgd.

Kinderopvang in Nederland
Dat kinderen zelfs op de crèche gevaar liepen, hakte erin bij velen. Oók bij de eigenaars van kinderdagverblijven, zegt Mariëlle Rompa van de Brancheorganisatie Kinderopvang. "Iedereen realiseerde zich na de zedenzaak: 'Dus kinderen zijn nérgens meer veilig'." Robert M. en 't Hofnarretje hebben het imago van de crèche aangetast. "Dat hebben onze leden ook zo ervaren." Voor de circa 2000 kinderopvangorganisaties in Nederland was het misbruik aanleiding om het eigen veiligheidsbeleid nog eens onder de loep te nemen. Dat deden zij vooral na het rapport van de commissie-Gunning, die het 'vier-ogen-principe' introduceerde. Dat houdt in: geen medewerkers langdurig alleen op de groep, of afgezonderd in een kamertje. "Veel grote en middelgrote organisaties hanteerden dit principe al, en nu is iedereen zich er extra van bewust", zegt Rompa. Voor kleine crèches met weinig personeel en beperkte ruimtes is het lastiger: die kunnen niet zomaar een glazen wand neerzetten, of een extra collega inschakelen. Met andere adviezen van Gunning kunnen de kleine bedrijven volgens Rompa wel uit de voeten. Zoals de 'open aanspreekcultuur'. "Collega's moeten kunnen zeggen: 'Wat deed jij daar?', zonder elkaar te criminaliseren." Wie solliciteert bij een crèche, moet vaker dan vroeger referenties opgeven, en signalen van ouders worden serieuzer genomen. "Wij proberen maximaal onze verantwoordelijkheid te nemen", aldus Rompa. Maar garanties kan zij niet geven; de Robert M.'s van deze wereld vinden vaak toch hun weg.

Mannelijke crèchemedewerker
Een paar maanden nadat de zedenzaak uitkwam meldden op verschillende crèches in Nederland ouders mogelijk misbruik door mannelijke leiders, zag Lauk Woltring. Hij begeleidt mannen in de kinderopvang. Twee crèches riepen zijn hulp in om te helpen een mannelijke werknemer weer op de groep te krijgen nadat gebleken dat deze beschuldiging vals was. "Het is een nare situatie, maar het hoort er blijkbaar nog bij zolang je als enkele man in een vrouwenomgeving werkt." Het aantal mannen op de crèche is in Nederland nog steeds klein, maar Woltring verwacht niet dat de zedenzaak voor een daling heeft gezorgd. "Je zag wel dat sommige ouders extra eisen gingen stellen: ze wilden hun kind liever even niet verschoond door een man. Mijn advies was: sta dat even toe om de spanning eraf te halen, doe het niet permanent. Dan geef je een verkeerd signaal, ook voor de kinderen: die krijgen het beeld dat een man dat niet mag." Vooral voor kleinere centra was het soms lastig om de druk van ouders te weerstaan, zegt Woltring. Op een studiedag sprak hij onlangs 80 mannelijke crècheleiders. Zes van hen hadden negatieve reacties van ouders gekregen, vijf kregen juist te horen 'je blijft hopelijk toch wel?' "Ik heb de indruk dat de spanning weer is afgenomen. Wel zie je een ander effect: de kinderopvang doet heel veel aan bijscholing en verhoging van de kwaliteit."

Richard van O.
"Uw bril is kapot", zei de rechter aan het eind van de zitting op 25 november tegen Richard van O, de man van hoofdverdachte Robert M. En dat was de rechter, voegde hij er aan toe, ook al opgevallen tijdens de allereerste zitting in de zedenzaak, acht maanden eerder. "Ja, hij is al een keer gemaakt", vertelde Van O. "Maar in de gevangenis zeggen ze dat hij nu niet meer te repareren is." Die gevangenis valt de buschauffeur, die direct werd ontslagen, bijzonder zwaar, heeft hij herhaaldelijk laten weten. "Geestelijk ben ik helemaal op", zei hij aan het eind van de laatste zitting. "Ik ben al vier keer overgeplaatst. Ik moet visitaties ondergedaan. Ik heb maandenlang in afzondering gezeten. Er zijn geen gordijnen in mijn cel en amper meubels. Ik vrees voor mijn veiligheid. Waarom word ik zo gestraft?" De rol van Van O. (38) in de zedenzaak is volgens het Openbaar Ministerie in de loop van het onderzoek steeds groter gebleken. Hij zou zijn echtgenoot Robert M. actief bij het seksueel misbruik hebben geholpen. Van het opheffen van zijn voorlopige hechtenis - waar Van O. om heeft gevraagd - kan wat het OM betreft dan ook geen sprake zijn. Bovendien, aldus het OM: "Van O. heeft de neiging vergoelijkend en laconiek over het seksueel misbruik te spreken." Tegen de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum zou hij hebben gezegd: "Ach ja, we hebben fouten gemaakt. Maar het wordt allemaal wel heel erg opgeblazen." Als het goed is, beschikt Van O. intussen trouwens over een nieuwe bril: de rechter sommeerde het OM dat binnen een week te regelen.

De hoofdrolspelers - de voornaamste verdachte en de slachtoffers - staan binnen de cirkel, de andere personen en instanties daarbuiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden