En hup! Verder naar de volgende scène

Johanna Spaey schrijft vlot. Iets té. ’Vlucht’, dat zich afspeelt in Nederland ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, mist rust. Alles staat in dienst van de voortrazende plot.

De tweede roman van Johanna Spaey (1966) is gebaseerd op ’historische feiten’.

Spaey heeft zelfs een literatuurlijst op haar website gezet, zodat we de geschiedenisboeken erop kunnen naslaan. Meer weten over de verwoesting van Leuven in 1914? Of over Belgische vluchtelingen in Nederland ten tijde van de Eerste Wereldoorlog? Surf naar johannaspaey.nl.

Want tegen het decor van die geschiedenis speelt ’Vlucht’ zich af. Spaey vertelt daarin met veel vaart over de mannenverslindster Marieke en de non Sybille. Marieke vlucht in 1914 vanuit Leuven naar Nederland, terwijl Sybille na de oorlog juist de omgekeerde tocht maakt. De personages zijn fictief, benadrukt Spaey, maar de omstandigheden niet.

Zoiets kun je over veel boeken zeggen. Toch zul je achter in een roman van schrijvers als Hermans of Mulisch geen verwijzing aantreffen naar secundaire literatuur over pakweg de geologie van Noorwegen of het verzet tegen de Duitsers. Spaey wil haar verhaal expliciet met de feiten van de Eerste Wereldoorlog vermengen, maar wat beoogt ze? Wil ze de geschiedenis verlevendigen? Wil ze haar fictie geloofwaardiger maken? Hoe vlot ze ook schrijft, in haar boek gebeurt geen van beide.

Het moet gezegd: Spaey weet als geen ander hoe je een verhaal opbouwt. Niet voor niets won ze met haar eerste boek, ’Dood van een soldaat’, de Gouden Strop voor de beste thriller van 2005. Geroutineerd vertelt ze deze keer over de zestienjarige Marieke die bij de verwoesting van Leuven haar ouders en twee zoontjes verliest en naar Nederland vlucht. Marieke, beeldschoon, gaat met elke man die dat wil naar bed; zo is ze ook aan die zoontjes gekomen. Ze krijgt onderdak in een hotel en daar begint haar ’nieuwe oorlog’: ze stuit op de rivaliteit van jaloerse echtgenotes en andere dames, die haar naar een vluchtelingenkamp vol ’onwelgevoeglijke vrouwen’ verbannen. Intussen ontwikkelt ze warme gevoelens voor de enige man die niet meteen op haar aast: Victor, zoon van de hoteleigenares.

Dit verhaal spiegelt Spaey aan het lot van de onaantrekkelijke Sybille, Victors zus. Het meisje wordt wanhopig verliefd op een gevluchte Leuvense officier en als hij plotseling is verdwenen, treedt ze in een klooster in. Na vijftien jaar bidden wordt het verlangen haar te machtig en gaat ze haar officier zoeken in Leuven. Daar leert ze dat liefde niets met schoonheid te maken heeft: ’alleen met toegankelijkheid’. De officier blijft spoorloos, maar Sybille verliest eindelijk haar maagdelijkheid.

De schrijfster zingt dus het aloude liedje van de sloerie en de non, de hoer en de heilige, die in zekere zin op elkaar lijken. Voor dat thema heeft ze de Eerste Wereldoorlog niet per se nodig. Die lijkt tamelijk willekeurig gekozen.

Dit gevoel van willekeur wordt versterkt doordat Spaey zich compromisloos op de plot stort. Ze werkt het verhaal klinisch uit. Zonder omhaal vertelt ze wat de personages voelen („Hij was de eerste man voor wie ik me schaamde”) of welk inzicht ze bereiken („Ik ben niet veel zonder hem”). De passages worden gelardeerd met één of twee levendige details (een mottige kroonluchter of een scheve snor) en hup, witregel, volgende scène. Werkelijk niets leidt haar af van haar kaarsrechte lijn naar het eind. Zelfs de geschiedenis niet.

Het dwingt ook wel bewondering af, zo loepzuiver als Spaey haar vertelling opbouwt. De lezer dendert door het boek heen als een trein over een rails. Maar met deze setting was meer te doen geweest.

Spaey had wel eens mogen zwelgen in de treurigheid van een barak of het klunzige spionagewerk van een Belgische officier. En waarom mogen de personages niets dan functionele zinnen uitspreken? De scènes beklijven niet, omdat ze alleen het grotere geheel mogen dienen en niet op zichzelf kunnen staan.

Natuurlijk vertelt het boek wel iets over het verleden. Zo willen Nederlanders dolgraag vluchtelingen helpen - tot de voorraadkasten ’minder gevuld’ raken. Dan merkt Marieke dat de irritatie toeneemt. Interessante materie, misschien zelfs actueel, maar je zou soms willen uitroepen: wát merkt Marieke dan? Toon die irritatie. Maak de geschiedenis voelbaar.

Dat verlangen naar meer welt juist op doordat Spaey verder zo effectief schrijft. Zo spaarzaam zie je het zelden. ’Vlucht’ maakt nieuwsgierig naar een boek waarin ze de teugels enigszins laat vieren. Dit boek had twee keer zo dik mogen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden