En het werd stil in Rome

Het Festival oude muziek bestaat dertig jaar en viert dit vanaf vanavond met het thema 'Rome'. Ooit had de eeuwige stad een muziekleven van betekenis.

'Roma non fu fatta in un giorno', zo luidt een Italiaans spreekwoord: Rome werd niet in één dag gebouwd. In de lange geschiedenis drukte iedere machthebber en elk volk zijn stempel wel op de Eeuwige Stad. En dat is nog steeds te zien: van het Romeinse Colosseum en Bernini's Trevifontein tot en met Mussolini's Via Della Concilazione ademt Rome de geest van zijn verleden in zijn gebouwen, pleinen en wegen.

Waar de architectuur uit al die perioden nog steeds zichtbaar is, ruïne of niet, zo moet je voor de muziek een stuk dieper graven in de zeven heuvels. Rome heeft al een tijdje geen muziekleven van internationale betekenis meer. Sterker nog: muzikale Romeinen trekken eerder weg om hun geluk elders te beproeven dan dat ze blijven hangen in het grootste openluchtmuseum van Italië.

Dat is weleens anders geweest. Eeuwenlang was Rome een belangrijk centrum voor componisten en musici, met de katholieke kerk als onbetwist centrum en de pausen als belangrijkste opdrachtgever. Het Utrechtse Festival Oude Muziek laat de voornamelijk religieuze luister van weleer herleven: vanaf vanavond viert het zijn dertigste verjaardag geheel in het teken van de Romeinse muziek, van de renaissancecomponisten Dufay en Palestrina tot en met de barokgrootmeester Corelli.

Hoe belangrijk de paus in de muziekgeschiedenis van Rome was, blijkt wel uit de periode van 1307 tot 1377. Toen zetelden de pausen in het Franse Avignon, dat daardoor cultureel en economisch een grote bloei doormaakte. Rome zelf maakte die eeuw een periode van verval door, om met de terugkeer van de pauselijke zetel weer langzaamaan op te bloeien.

Tegen de tijd dat de paus en zijn zangerskapel, de cappella papae, terugkwamen in Rome, was er in de muziek veel veranderd. De kiem was gelegd voor de Franco-Vlaamse meerstemmigheid (de beste musici kwamen twee eeuwen lang uit Noord-Frankrijk en Vlaanderen), die met componisten zoals Dufay en Josquin twee eeuwen lang de heersende stroming in de muziek zou blijven. De talloze missen en motetten die in opdracht van de kerk werden geschreven, zijn klinkende getuigen van deze rijke traditie.

Zangerskapellen waren er in Rome in overvloed. Allemaal waren ze verbonden aan een van de kerkelijke instellingen in de stad. Zo'n kapel bestond uit een vaak internationale groep (mannelijke) zangers, die vaak ook liturgische functies bekleedden. De besten onder hen kwamen na 1483 in dienst van de nieuw gebouwde Cappella Sistina (Sixtijnse Kapel), het privé-gezelschap van de paus. De Medici-pausen hadden in de renaissance zelfs een eredivisie ter beschikking, de Cappella Secreta of 'geheime kapel', waarin alleen de allerbeste zangers en componisten hun werk ten gehore mochten brengen.

Het dagelijkse werk van zo'n kapel bestond uit het zingen van diensten in het gregoriaans. Het ensemble zong uit grote handschriften met perkamenten bladzijden. Op een kluitje rond een lessenaar opgesteld zong ieder koorlid uit één boek: iedere dag meerdere keren, soms met een werkrooster dat al rond middernacht begon en dat naast de canonieke uren ook de liturgische diensten en pauselijke privé-feesten behelsde.

We vergeten weleens dat die vocale muziek niet groot bezet was en dat die niet, zoals tegenwoordig in het middenschip van een kerk werd gezongen maar veeleer in een van de kappellen. Publiek zoals we dat tegenwoordig kennen, was er ook niet bij. De enige oren die de prachtige muziek van Josquin en Palestrina hebben gehoord, zijn die van de paus en zijn gevolg van kardinalen en officials geweest. Echte elitemuziek.

Dat gold ook voor de meerstemmigheid, die in de vijftiende eeuw een enorme verspreiding kende. Speciale kopiisten vervaardigden vaak met prachtige afbeeldingen verluchte koorboeken, die een afspiegeling waren van de versieringspraktijk in de gezongen muziek: de liturgische teksten waren volgens sommigen niet meer te volgen door de uitbundige meerstemmigheid.

Dat moest anders. Het Concilie van Trente besloot tot een versobering van de polyfonie, waarin de tekst weer centraal moest komen te staan. De Italiaan Giovanni da Palestrina, ook wel bewonderend 'prins van de muziek' genoemd, werd het boegbeeld van die nieuwe stijl. Daarmee was hij ook de redder van de oude polyfonie, voor zolang het duurde. Want met hem werd feitelijk het einde ingezet van de hegemonie van zangers, componisten en stijl uit het Noorden van Europa.

De 'Sacco di Roma' vormde in 1527 intussen een zwart intermezzo in de geschiedenis van de stad: soldaten van het Heilig Roomse Rijk trokken plunderend door de straten en lieten geen kunstschat heel of op hun plek staan. Rome kwam die aanval nooit meer helemaal te boven, hoewel de pausen uit de Farnese-, Borghese- en Barberini-families vooral de bouwkunst een warm hart toedroegen - al was het maar ter meerdere ere en glorie van zichzelf.

Terwijl in de late zestiende eeuw de madrigaalkunst met zijn nadruk op tekstexpressie de oude meerstemmigheid verdringt en zo de weg naar de opera wordt voorbereid, schuiven we met het Festival Oude Muziek door naar de achttiende eeuw. In die periode maakt Rome faam met componist Archangelo Corelli, die met zijn concerti grossi en sonates voor viool en basso continuo Europa weet te veroveren. Die sonates schrijft hij niet alleen als dansante kamermuziek (sonata da camera) maar ook, je woont in Rome of niet, als ingetogen kerkmuziek (sonata da chiesa).

Correlli werd razend populair: voornamelijk gedrukt in Amsterdam vond zijn muziek vanuit daar gretig aftrek in heel Europa. En zo groeide paradoxaal genoeg Amsterdam uit tot hét knooppunt voor nieuwe Italiaanse muziek in de achttiende eeuw. Rome had het nakijken. Het zou nooit meer goed komen.

Festival Oude Muziek wordt t/m 4 september op diverse locaties in Utrecht gehouden.

Het festival opent vanavond met dansgroep Rosas en Graindelavoix, met een voorstelling rond de vroege meerstemmige muziek (20.00 uur, Leidsche Rijn).

Za 27/8 zingen The Sixteen in de Utrechtse Domkerk gewijde muziek van Palestrina en tijdgenoten; vr 2/9 staat Palestrina ook centraal bij Cappella Mediterranea, in de St. Augustinuskerk. Za 3/9 staat de hele dag in het teken van de Sixtijnse Kapel (afgebeeld op foto), met Capilla Flaminca en Huelgas Ensemble.

Publiekslieveling L'Arpeggiata sluit het festival op zo 4/9 af met de Mariavespers van Monteverdi.

Palestrina, L'Arpeggiata en Monteverdi
Artists in residence zijn deze editie tenor Giuseppe Maletto, dirigent Diego Fasolis en violiste Veronika Skuplik. Bij het Romeinse thema horen ook twee historische 'instruments in residence'. Info: www.oudemuziek.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden