En de toeter van een meerkoet

Teruggetrokken heb ik me, naar de randen, naar de rand van het land. Twente. Twickel. Landgoed. Buitenplaats.

Hoeves met zwart-witte luiken.

Het land is opener hier, reikt verder terug, stolt oude dagen.

Heren en boeren.

Eiken en beuken.

Essen en vennen.

Je steekt een brug over, gebogen als een katterug, en je betreedt een andere wereld. Achter je sterft de rondwegruis nog moeilijk weg, de drens van de éénentwintigste eeuw. Men werkt nog aan een camouflage, een scherper talud, nieuwe beplanting, geluiddempend wegdek. Leedverzachting.

De brug is een tijdmachine. Aan de overzijde ervan is de klok twee of drie eeuwen teruggedraaid.

Ik was hier vaker, maar nooit in mei.

Ontplofte flora.

Opschietend gras, bestrooid met pluisbollen van paardebloemen, lupinen, zuring en boterbloemen in de wilde, ongemaaide weiden, en in de tuin om de buitenplaats knotsgele en oranje heesters, purperen en kardinaalrode rododendrons zo weelderig opbollend als laaghangende bewolking. En aan de voet van een parkplataan de boshyacint, de bluebell. Ah, de bluebells van Surrey en Wales; blauwe grondmist.

De bedwelmende geur van de azalea's, in volle struiken omgeven door het allerfijnste Engelse blotevoetengras. Poa annua, zegt Frans, een van de hoveniers van Twickel. Engels straatgras. Ze importeren het van het eiland. En bemesten het drie keer per jaar.

Opfladderende tortels, sierlijke kwikstaartjes, overwiekende reigers en in de slotgracht de schicht van de ijsvogel en de toeter van een meerkoet.

Een van de gebroeders Pots strijkt met fijne kwast langs de raamlatten van hoge vensters in de gevel van het kasteel; meters onder hem die gracht. Een speciaal steigertje wordt aan het kozijn vastgehaakt. De broers zijn al decennia lang aan het slot verbonden.

In de middag rijdt Hans, een van de hoveniers, in zijn rode vorkheftruck de citrusbomen, sommige honderden jaren oud, in hun kuipen uit de oranjerie naar buiten. Hij ontwierp voor de kuipen, die met inhoud wel achthonderd kilo wegen, een speciale greep. De zuidelijke bomen hernemen hun plaats langs de lanen, de buxushagen, de bloembedden, waarin nu nog de paarse alliumbollen schitteren en de tulpen zijn uitgebloeid. Het voorjaarsgoed is over zijn hoogtepunt heen.

Boven alles uit torenen kunstig geschoren eeuwenoude taxussen als surrealistische sculpturen.

De oranjerie is van Zocher, de grote landschapsarchitect uit de achttiende eeuw, en om de bomen naar buiten te kunnen rijden, moeten de loodzware metershoge deuren, inmiddels voorzien van dubbel glas, uit hun hengels worden getild en weer teruggeplaatst. Voor die inspanning komen de werknemers van Twickel, de tuinlieden en de tuinvrijwilligers, de schilders en timmermannen, allemaal even samen, het is een jaarlijks ritueel dat met bier beklonken wordt.

Het ritueel is nu voor het allerlaatst, er is ook in deze buiten-de-tijdzone zoiets als aan Arbowet, en de deuren worden vervangen door harmonicadeuren. Ik zie het aan, die allerlaatste verbindende krachtsinspanning, die collectieve zorg en liefde, in een van de mooiste gebieden van dit land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden