En de ijshockeyers gingen naar de Spelen

Lake Placid, 1980. Nederland scoort tegen Japan. Het werd 3-3 en Nederland eindigde het toernooi op de negende plaats. (FOTO DICK COERSEN, ANP) Beeld ANP
Lake Placid, 1980. Nederland scoort tegen Japan. Het werd 3-3 en Nederland eindigde het toernooi op de negende plaats. (FOTO DICK COERSEN, ANP)Beeld ANP

Het nieuws van deze week heeft zijn voorgangers in de geschiedenis. Aan de Olympische Spelen doen altijd veel Nederlandse schaatsers mee. In 1980 waren ook de ijshockeyers er bij.

Nederland is slechts één keer vertegenwoordigd op het olympische ijshockeytoernooi. Dat was in 1980, in Lake Placid in de Verenigde Staten. Een prestatie die nooit meer werd geëvenaard. „Toch zaten wij er in 1984 heel dicht bij”, herinnert oud-speler Henk Hille (50) zich. „We verloren in de kwalificatie van Noorwegen.” Oranje liep Sarajevo mis omdat het in het tweede duel met 10-2 klop kreeg van de Noren.

De nationale ijshockeyploeg acteerde eind jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw op het allerhoogste niveau. Hille, die in de winter van 1977 op 17-jarige leeftijd debuteerde in Oranje, maakte van zeer dichtbij de gloriejaren mee. Hoogtepunt waren ontegensprekelijk de Spelen van 1980, zegt hij. „Ik was jong, twintig, en de ploeg zegevierde op toernooi na toernooi. Het leek zo vanzelfsprekend dat we in Lake Placid tegen grootmachten als de toenmalige Sovjet-Unie en Canada uitkwamen.” Het besef dat Hille deel uitmaakte van een gouden ijshockey-generatie met spelers als Ron Berteling, Corky de Graauw, Jack de Heer en Larry van Wieren, kwam pas later, toen hij na zijn carrière directeur van de ijshockeybond werd.

„Het succes van toen is eigenlijk het succes van begin jaren zeventig, verklapt Hille. „De club Tilburg Trappers belde destijds met het telefoonboek op schoot, Canadese ijshockeyspelers op die een Nederlandse achternaam bezaten. Ze hadden de dubbele nationaliteit, dus mochten ze voor Oranje uitkomen.” Met de toestroom van Neder-Canadezen kreeg de nationale ploeg de wind in de zeilen. Promotie naar de b-poule volgde om uiteindelijk in 1980 tot grote hoogten te reiken. Hille brengt ook het jaar ervoor in herinnering. Toen werd de ploeg onder leiding van de Zweedse bondscoach Hans Westberg in het Roemeense Galati wereldkampioen in de b-groep. Oranje promoveerde naar de a-poule en dwong een ticket af voor de Winterspelen.

„We verkeerden die jaren in een roes, ik althans. Toen we naar de Spelen gingen, was ik er van overtuigd dat wij ook daar potten konden breken”, zegt Hille precies dertig jaar na dato. De openingswedstrijd van Oranje draaide evenwel uit op een debacle. De Canadezen straften het opportunistische spel van de Nederlandse ploeg genadeloos af. Nederland verloor met 10-1. „Zo aanvallend spelen was in die jaren niet ongebruikelijk”, legt Hille uit. Er had volgens hem met een beetje geluk een heel andere score uit kunnen rollen. „We speelden tegen jongens van ons niveau. Dat kwam doordat profs toen nog niet mochten meespelen op de Spelen.”

„Niemand had het idee dat we van de Russen konden winnen. We hadden in de jaren ervoor wat oefencampagnes tegen ze gespeeld. Dus die illusie hadden we niet in onze tweede groepswedstrijd.” In Lake Placid liet de Sovjet-Unie tegen Oranje zien waarom zij al jaren almachtig waren. De ijshockeymachine die van 1964 tot en met 1976 alle olympische titels had opgeëist, zette de ploeg van Hille met 17-4 opzij.

Het tij keerde in de derde wedstrijd, tegen Japan: het werd 3-3. De beloning voor de opwaartse lijn volgde toen Polen werd verslagen met 5-3. Maar in de laatste wedstrijd ging het op grove wijze mis. Sommige spelers lieten zich tegen Finland van hun slechte kant zien. De media spraken er schande van. Hille, nu docent aan de Hogeschool van Amsterdam, ziet dat anders: „Sommigen van ons speelden op het randje. Een voetbaltrainer zou zeggen: het type Wouters.”

Een kater hield Hille niet over aan het Olympisch toernooi. In tegendeel, heel Lake Placid stond na afloop op zijn kop vanwege de overwinning van de Amerikanen. Zij hadden in de finalepoule de Sovjet-Unie in een enerverende partij met 4-3 klop gegeven. De Sovjet-Unie was twee maanden daarvoor Afghanistan binnengevallen waardoor de Oost-West-verhoudingen naar het kookpunt waren gestegen. Voor Hille zijn dan ook niet de vijf medailles van schaatser Eric Heiden beeld bepalend, maar het politiek geladen duel tussen de VS en het voormalige USSR. „Dat kwam ook vooral door de Canadese jongen bij ons in de ploeg. Die hadden sterk het gevoel dat spelen tegen de Sovjets vooral een gevecht was van de vrije wereld tegen het communisme.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden