En dan ontploft een bom

Is het mogelijk om het conflict tussen Israël en Palestina te ontkennen, eromheen te leven? Die vraag werpt de thriller The Attack op.

The Attack' is een pakkende politieke thriller in Israëlisch-Palestijnse kringen, die zich ontrolt als de betere Hitchcockfilm, waarin laag na laag wordt afgepeld. De film begint als een droom, waarin coëxistentie tussen Israël en Palestina mogelijk lijkt. Dr. Amin Jaafari, een eminent chirurg in een ziekenhuis in Tel Aviv, krijgt als eerste Arabische medicus een belangrijke Israëlische prijs toegekend. Het is een mooie avond, met applaus en felicitaties. We zien een Arabische man die geassimileerd is in de Israëlische gemeenschap. Maar in de dagen die volgen zet de Frans-Libanese regisseur Ziad Doueiri (50) alles op zijn kop.

Er ontploft een bom. Ambulances rijden af en aan. Amins operatiekamer draait op volle toeren. De grote schok komt later die nacht, als Amin uitgeput in bed ligt, en terug wordt geroepen naar het ziekenhuis om zijn eigen vrouw te identificeren als de zelfmoordterroriste die verdacht wordt van de aanslag waarbij zeventien doden vielen, waaronder elf kinderen.

Amin klapt tegen de grond, en wordt wakker in een andere wereld waarin zijn geliefde dood is, en hij door een vent met een kale kop, afkomstig van de Israëlische geheime dienst Sjien Beet, bruut wordt ondervraagd. Acteur Ali Suliman, die eerder een van de twee jonge zelfmoordterroristen speelde in Hany Abu-Assads Oscarwinnende 'Paradise Now', boort heel subtiel verschillende emoties aan. Eerst is er de schok, gevolgd door ontkenning en woede, en de drang om zelf uit te zoeken wat er met zijn vrouw is gebeurd.

Amin vertrekt naar familie in Nabloes op de bezette Westelijke Jordaanoever die hij jaren niet gezien blijkt te hebben. Zijn vrouw, Siham, was er op de avond voor haar verdwijning. Kunnen zijn familieleden hem wijzer maken over haar motieven? Twijfels over de relatie met zijn geliefde beginnen op te spelen. Wat speelde zich precies af in zijn eigen huis? Onder zijn eigen ogen?

Dieper en dieper raken we verzonken in het verhaal van de chirurg die door de Israëliërs in Tel Aviv als een held wordt gevierd, maar door de Palestijnen in Nabloes wordt gezien als een verrader. Daarmee rijst de vraag of liefde en vriendschap wel mogelijk zijn tussen mensen afkomstig uit die twee verschillende werelden. En of de chirurg al die tijd niet in een droom leefde, een fantasie. Is het werkelijk mogelijk om het conflict tussen Israël en Palestina te ontkennen? Eromheen te leven?

Regisseur Ziad Doueiri debuteerde ooit sterk in Cannes met de film 'West Beyrouth' (1998) waarin hij de Libanese burgeroorlog van 1975 vormgaf aan de hand van een schooljongen die met een 8mm-camera door de verwoeste stad trok. In 2004 volgde het al even intrigerende 'Lila dit ça', waarin een Arabische schooljongen een fantastische ontsnappingsroute ontdekte uit zijn afgebladderde wijk in Marseille. Chimo (tevens het pseudoniem waaronder de roman verscheen) ontdekte het schrijverschap. Maar hoe realiteit en fantasie zich precies verhielden, bleef in het midden. Het was het mooie, overkoepelende thema van 'Lila dit ça', dat in zekere zin terugkeert in 'The Attack'.

Verblind door succes is de chirurg vergeten om zich af te vragen hoe het zijn eigen vrouw vergaat, zijn familie, zijn volk. In tegenstelling tot zijn vrouw heeft hij nooit de moeite genomen om naar Jenin te gaan, en het bloedbad onder ogen te zien dat door het Israëlische leger werd aangericht.

'The Attack', gebaseerd op de roman 'l'Attentat' (Aanslag, 2005) van Yasmina Khadra, pseudoniem van de Frans-Algerijnse schrijver Mohammed Moulessehoul, boort steeds nieuwe lagen aan. Zo wordt ook het geloof betrokken, de sjeik in de moskee en de priester in de kerk. Misschien vindt Amin bij hen antwoorden op zijn vragen. Welke rol speelde de sjeik precies die haar zegende? Heeft hij zijn vrouw misschien gehersenspoeld? Is de bomgordel haar soms omgebonden in een van de achterkamertjes van de moskee? Interessant is dat Amin al zoekende bij anderen uitkomt bij zichzelf, de keuzes die hij maakte, en de manier waarop zijn vrouw - die hij zo nabij waande - over hem dacht.

'The Attack' herinnert op momenten aan een andere recente film, 'Omar', waarvoor de Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad een tweede Oscarnominatie voor Palestina opstreek. Doueiri's lot was minder gelukkig. Omdat hij met Israëlische acteurs had gewerkt, en zijn film gedeeltelijk in Israël had opgenomen, wilde Libanon hem vorig jaar niet afvaardigen naar de Oscars. Over gevoeligheden in het Midden-Oosten gesproken.

'Omar' behelst wel een ander verhaal. De film gaat over hoe de Israëlische geheime dienst het Palestijnse leven ondergraaft door verklikkers te planten. Maar belangrijk raakvlak met 'The Attack' is het genre van de politieke thriller, of misschien beter nog de psychologische thriller, en de indringende manier waarop het Israëlisch-Palestijnse conflict zich tussen liefdes en vriendschappen wurmt, bouwstenen van een samenleving.

Bloedbad van Jenin
In 'The Attack' wordt verwezen naar het bloedbad van Jenin. Het gaat om de antieke stad op de Westelijke Jordaanoever die in 1996 conform de Oslo-akkoorden door Israël werd overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit. Zes jaar later, in april 2002, werd het vluchtelingenkamp in Jenin, dat sinds 1956 bestaat, aangevallen door het Israëlische leger. Dat was tijdens de Tweede Intifada. Het kamp telde op dat moment ruim 13.000 Palestijnse vluchtelingen. Israël meende dat verschillende terroristische aanvallen vanuit het vluchtelingenkamp waren voorbereid. Het kamp werd door Israël met zwaar militair geschut bestookt, waaronder helikopters en bulldozers. Palestijnse militanten wisten met behulp van boobytraps een Israëlische legereenheid in een hinderlaag te lokken, maar waren niet opgewassen tegen het Israëlische wapengekletter. Volgens de VN kwamen 52 Palestijnen om bij de bezetting van het kamp, van wie de helft burgers, en 23 Israëlische soldaten.

Vrouwelijke zelfmoordterroristen
In 'The Attack' is een centrale rol weggelegd voor de vrouwelijke zelfmoordterrorist. Sinds 2002 kennen de Palestijnen shahidas, vrouwelijke martelaars, die bij zelfmoordaanslagen enkele tactische voordelen hebben. Ze dragen verhullende kleding, worden minder goed gefouilleerd en krijgen meer media-aandacht. De eerste Palestijnse vrouw die een zelfmoordaanslag pleegde was de 28-jarige Wafa Idris, geboren in een vluchtelingenkamp in Ramallah. Ze kon geen kinderen krijgen en werd verlaten door haar man. Idris werd door haar omgeving als mislukt beschouwd: niet meer aan de man te brengen, wegens scheiding en steriliteit. De tweede Palestijnse zelfmoordterroriste was een studente, Darine Abu Aisha, die liever studeerde dan trouwde. Haar zelfmoordaanslag wordt gezien als een vlucht voor het gearrangeerde huwelijk. Het is communis opinio dat vrouwen als Idris en Aisha onder religieuze en sociale druk tot hun daden komen. 'The Attack' laat zien dat er ook andere motieven kunnen spelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden