Review

En daar ligt Phèdre weer te kronkelen onder de roede

Bijna alle fantasy gaat over een queeste, een zwerftocht met als doel de strijd tegen het kwaad. Tolkiens 'In de Ban van de Ring' is als het ware een van de oerbeelden van dat soort queestes. In zijn boeken speelt de seks een te verwaarlozen rol; de elfen zijn er te verheven voor, de hobbits te lui en de mensen hebben het te druk met oorlogvoeren en complotteren. Maar het tij is gekeerd; de laatste tijd is er een soort hype ontstaan van hoeren als heldinnen.

Het is niet meer hoer óf madonna, maar hoer én madonna. Roept u maar! Neem nu Rapsodie in het gelijknamige boek van Elizabeth Haydon. Die was lange tijd hoer, voordat ze, ergens op een planeet waar de magie nog welig tiert, 'zingeres' en naamgeefster werd. Op de vlucht voor een van haar vroegere klanten zoekt ze hulp bij twee vreemde snaken. De een is lang, eng en pikzwart: je ziet alleen twee ongelijkkleurige ogen onder de capuchon. De ander is een monster met slagtanden en een krokodillenhuid.

Gedrieën maken ze een lange, onderaardse tocht en als ze weer boven komen, door het vuur gelouterd, is de wereld veertienhonderd jaar ouder. Niet dat ze daar veel van merken: alles is nog ongeveer zoals het was. Kom daar nu eens om! Iemand uit het jaar 600 zou zich hier waarschijnlijk in de hel wanen. Die Rapsodie is door dat vuur adembenemend mooi geworden en als het manvolk dat ziet, krijgt het subiet knikkende knieën. Maar zij denkt hardnekkig dat ze zo kijken omdat ze een veeg op haar wang heeft of vuile voeten. Vreemd, gezien haar vroegere metier!

Nee, dan Phèdre, uit Jacqueline Carey's 'Kushiël's pijl', dat is andere billenkoek! Zij is een anguissette, dat wil zeggen dat zij behagen schept in pijn en vernedering. Nu ben ik niet van die sekte, dus als de geselpaal en de gloeiende pook weer naderen, zeg ik: 'Schiet op, meid!', net als bij Reve met zijn strakgespannen matrozenbroeken. Nu, dat doet Phèdre ook wel en dan is het best spannend daar op haar planeet, waar zij zowel slavin als spionne is, en die veel op onze aarde lijkt. Je hebt er tsiganen en een eiland Eire en er is een machtige stadstaat die Serenissima heet met een doge aan het hoofd...dat soort dingen.

Ja, het is best aangenaam om je door Rapsodie en Phèdre mee te laten voeren op hun barre tochten. Maar bij Phèdre kruipt het bloed natuurlijk waar het niet gaan kan en daar ligt ze weer te kronkelen onder de roede. Toch ben ik al met al best tevreden met ze. Maar ik heb aan de schrijfsters een beleefd doch dringend verzoek. Die meiden kunnen alles: ze zijn door-

kneed in het minnekozen en in de tactiek van de strijd, ze kunnen samenzweren en waarzeggen, zingen en vervloeken. Zouden jullie ze in de vervolgen (en die komen er, de cliffhangers zijn al voorhanden) asteblieft één keertje heel erg verschut kunnen laten gaan? Zodat iedereen ze uitlacht? Eén keertje maar? Nee, hè?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden