En besloot een onverdraaglijke vrouw te worden

'Vrouw met waaier' van de Spaanse schilder Ignacio Zuluoga (Trouw) Beeld
'Vrouw met waaier' van de Spaanse schilder Ignacio Zuluoga (Trouw)

Egoïstische krengen, treurige angsthazen: in de Spaanse klassieker ’Zijn eniggeboren zoon’ stikt het van de leugenachtige type's. Toch is de auteur geen moralist, en dat houdt de roman op spanning.

Leopoldo Alas Clarín is één van de onverbiddelijkste schrijvers van de Spaanse negentiende eeuw. Net als in zijn meesterwerk ’La regenta’ schept hij ook in ’Zijn eniggeboren zoon’, dat in 1891 verscheen, een grotesk beeld van de Spaanse adel op het verstikkende platteland.

Meedogenloos zet hij zijn karakters neer, zoals al blijkt uit de allereerste zin: ‘Emma Valcárcel was een verwend enig kind’, kort daarna aangevuld met de volgende al evenmin flatterende typering: „Met een ernst die haar vreemd was besloot Emma de rest van haar leven een onverdraaglijke vrouw te zijn, de kwelgeest van haar echtgenoot.”

Het verhaal speelt zich niet toevallig af in Asturias, een streek in het noorden van Spanje waar de industrialisering althans íets sneller verliep dan in de rest van Spanje, al bleef het een traag proces, zeker vergeleken met de rest van Europa. Niettemin was de aristocratie ook in Spanje tot een langzame maar zekere ondergang gedoemd. Dat illustreert Clarín meesterlijk aan de hand van zijn portret van het geslacht Valcárcel.

Dat is gaandeweg uit zijn adellijke nest in de bergen naar de provinciestad afgezakt om via een aantal strategisch geplande huwelijken zijn aristocratische status aan het fortuin van de rijke burgers te koppelen. Ondanks de ontzaglijke erfenis waarover Emma Valcárcel beschikt wanneer haar vader sterft, stelt ze alles in het werk om haar nageslacht zo berooid mogelijk achter te laten. En dat kan ze als geen ander: Emma is een egoïstisch kreng dat haar omgeving terroriseert, zich wentelt in zelfmedelijden en zichzelf met alle denkbare luxes verwent telkens als ze daar de animo toe heeft. En die animo gaat er zienderogen op vooruit wanneer een operagezelschap zich in het indommelende stadje vestigt.

Maar niet alleen Emma zwicht voor de romantische idealen van het nomadische kunstenaarsleven, en vooral dan voor de stem van de bariton Minghetti. Haar echtgenoot, Bonifacio Reyes, een klerk van lage afkomst met wie ze veeleer per vergissing is getrouwd, had zich al eerder laten meeslepen door de lokroep van de sopraan Serafina. Wanneer zijn vrouw echter totaal onverwacht zwanger blijkt te zijn, zegt hij zijn buitenechtelijke uitspattingen definitief vaarwel en komt hij tot een morele en spirituele inkeer.

Hoe je die spirituele ommekeer als lezer moet interpreteren, is niet altijd zo duidelijk. De verteller heeft zich immers geen moeite bespaard om de spot te drijven met Reyes, een besluiteloze en zwakke angsthaas die letterlijk door zijn knieën zakt wanneer hij zich in een moeilijk parket bevindt. In één van zijn dromerige buien speelt hij bijvoorbeeld met het idee om een heilige te worden, maar al snel zinkt de moed hem in de schoenen: „Maar, ach!, hij besefte dat hij dat nooit zou durven, het niet zou durven om alles op te geven, zelfs zijn pantoffels, en om zijn kruis op te nemen, het zelfs niet zou durven om zijn vrouw te verlaten en al evenmin zijn geliefde.”

Toch wordt het naar het einde toe steeds moeilijker om de positie van de verteller in te schatten. Af en toe lijkt hij namelijk sympathie te voelen voor zijn anti-held en zijn religieuze ingevingen zelfs te delen. Dan weer lijkt hij binnensmonds te spotten met de vrome neigingen van Bonifacio.

Juist die dubbelzinnigheid is zonder twijfel het meest intrigerende en boeiende aspect van deze roman: de reden dat je als lezer voortdurend op je hoede blijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden