Emotionele intimiteit

“Vriendschap is een mooi ding, maar ze duurt gewoonlijk niet lang en beter word je er zelden van,” laat Godfried Bomans de slak tegen Erik brommen in zijn 'klein insectenboek'. Mediteren over zin en onzin van zo'n zin over die eigenaardige relatievorm die zo wezenlijk anders is dan die met liefdespartner, familie, buren, kennissen of collega's.

PIETER VAN DER VEN

Cicero vergeleek de vriendschap in een mensenleven met de zon in het heelal, dat voor hem uiteraard samenviel met ons zonnestelseltje. Overdreven natuurlijk, want zelfs in de regenachtigste zomer gaat de zon over iedereen op, verdiend of niet - de negende plaag over Egypte daargelaten. Over vriendschap kan men dat toch niet beweren. Het kwartaalblad voor bezinning Speling wijdt zijn zomernummer aan het bijzondere, gewone en riskante van 'vriendschap' - “ook zonder dat het woord 'God' valt toch een spiritueel gebeuren”. In elk geval lijkt het een goed thema voor de vakantie, waarin de ene vriendschap extra wordt genoten of beproefd en een andere node wordt gemist.

Anke Hoenkamp-Bisschops, bekend om haar onderzoek naar al dan niet- of half-celibatair levende priesters, schetst het verschil tussen mannen- en vrouwenvriendschappen, vooral onder celibatairen. “Het vermogen tot emotionele intimiteit is bij vrouwen veelal beter ontwikkeld dan bij mannen, zoals omgekeerd mannen vaak beter hun ego-grenzen kunnen bepalen. Mannen hechten in het algemeen vooral aan hun autonomie en onafhankelijkheid; vrouwen hechten vooral aan verbondenheid en onderlinge afhankelijkheid. Het celibaat stelt vrouwen dan ook voor andere problemen dan mannen.” Voor vrouwen is het risico dat hun vriendschappen te weinig ruimte laten voor verschillen; tussen mannen dat er te weinig affectieve uitwisseling plaatsvindt, aldus Hoenkamp.

Zij komt tot de conclusie dat priesters en mensen in het klooster vriendschappen nodig hebben met de andere sekse om hun vermogen tot nabijheid en emotionele intimiteit te ontwikkelen, ter versterking van hun vermogen tot 'differentiatie en autonomie'. Vroeger, toen elke 'bijzondere vriendschap' in het klooster suspect was, zou zo'n suggestie als vloeken in de kerk klinken; inmiddels hebben velen de zinnigheid en de risico's van dr. Hoenkamp's suggestie allang zelf 'aan den lijve' ontdekt. En menig r.-k. kerkgangster merkt vlot of haar pastoor enige affectieve ontwikkeling heeft geleerd.

'Speling' geeft een voorbeeld van vriendschap van vrouw-met-priester, de Duitse schrijfster Luise Rinser met de grote theoloog, de jezuïet Karl Rahner ( 1984). die intens en intiem correspondeerden. Rinser, kort en ongelukkig gehuwd geweest met componist Carl Orff (Carmina Burana) schreef en 'Speling' citeert: “Geluk in het huwelijk heb ik niet gehad; ik geloof toch meer in duurzame vriendschappen.”

Van kardinaal Alfrink ( 1987) wordt gezegd dat hij bij leven veel bewonderaars had, velen ook die hem vreesden en haatten, maar geen vrienden - niemand in de kerk die hem bij de voornaam noemde, geen man, geen vrouw. In de jaren zestig verkoos hij zich een hulpbisschop, Th. Hendriksen, met wie hij als collega-professor op het seminarie, voor de oorlog, bevriend was. Dat je je (enige?) vriend niet tot je naaste medewerker moet benoemen had Alfrink van Bomans' slak kunnen leren, maar Alfrink was in die dingen niet zo leergierig. Al spoedig groeiden de beide prelaten uit elkaar. Alfrink was te meegaand met de progressieve ontwikkelingen in Nederland, terwijl hij er juist duidelijk tegen op moest treden, vond Hendriksen. Deze wilde het niet langer aanzien en trad af. Ook de vriendschap was voorbij.

Hendriksen bleef voor eigen rekening in Utrecht tot op heden actief met zijn stichting en boekjes 'Zaken die God raken'. Het Katholiek Nieuwsblad had een gesprek met de gisteren 90 jaar geworden oud-hulpbisschop. “Nog nooit is er een bisschop zo vrij geweest als ik ben,” zegt hij van de afgelopen dertig jaar. Al jarenlang geldt hij als het middelpunt van een coterie van behoudende katholieken uit de betere kringen, maar op de achtergrond. In 1993 kwam hij ongewild in het nieuws, toen uitlekte dat hij een rol had gespeeld in wat leidde tot het overhaaste, duistere aftreden van de Rotterdamse bisschop Bür, een zaak waar trouwens het thema 'vriendschap en risico' aan de orde was. Het KN slaat die episode over, maar ontlokt de 'oude, wijze bisschop' nog wel een raad aan het adres van de broekemannen in het hoge ambt. Nee, zijn raad luidt niet om nu eens werk te maken van vriendschap met vrouwen. Om een kentering te brengen in de steeds dieper dalende lijn in de Nederlandse kerk adviseert hij: “Geen dialoog, maar bekering moet er zijn!, (...) duidelijker taal.”

Vriendschap, van die echte, ouderwetse mannenvriendschap, getuigt ook In de Waagschaal, het blad van de Miskottianen. De vriendschap geldt de emeritus-hoogleraar Bert ter Schegget, bij gelegenheid van zijn 70ste verjaardag. Het zevental mannen dat bij hem is gepromoveerd mijmert over hun leermeester. Ze geven onbedoeld een illustratie van wat Anke Hoenkamp typerend vind voor mannen: veel ego en afstandelijkheid; zelfs het woord 'humaniteit' klinkt dan als een technische term van poolvorsers.

Gelukkig ontdooit dat woord in de mond van de 70-jarige zelf, als hij elders in het blad een herinnering ophaalt aan zijn vader, dominee te Amsterdam. Toen kort na de bevrijding voor hun huis een groep mensen een NSB'er achterna zat, speet het de jonge Bert dat de man op het nippertje ontkwam. Maar zijn vader zei: “Morgen moeten wij voor NSB'ers doen wat we gisteren voor de joden deden.” Wat bezielde hem? De zoon wist dat de wraakgevoelens van zijn vader niet kleiner waren dan die van hemzelf. Zijn vader legde uit: “Humaniteit moeten ze leren, daar gaat het om”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden