'Emoties zitten in de mens, niet in de muziek'

interview | Klassieke muziek iets voor oude mensen? Het stikt in Nederland van de jonge pianotalenten die met hart en ziel kiezen voor klassieke muziek. Morgen start in Amsterdam het Young Pianists Festival, dat met een concours het talent in Nederland onder de aandacht brengt.

Drieëndertig in Nederland studerende pianisten tussen de 12 en 27 jaar zullen deze en komende week spelen op het YPF Nationaal Pianoconcours in Amsterdam. Tot nu toe is de oogst aan pianisten die de Young Pianist Foundation sinds de eerste vier concoursen heeft weten binnen te halen respectabel. Nino Gvetadze, winnares in 2004, geniet een internationale carrière. Hannes Minnaar, die in 2007 genoegen moest nemen met een tweede plaats in het YPF-concours, ontpopte zich in 2010 als de eerste Nederlander die een prijs in het Brusselse Koningin Elisabeth-concours won.

Daniël van der Hoeven, YPF-winnaar in 2010, bracht maart jongstleden het Internationaal Bach-Concours te Würzburg op zijn naam. Morgen is hij in het openingsconcert van het YPF-Concours en Festival te horen in de wereldpremière van het pianoconcert van Klaas de Vries met het Asko|Schönberg Ensemble. De 28-jarige Van der Hoeven ruilt zijn zwaar geïsoleerde pianokamer een uurtje in voor de woonkamer van zijn Haagse bovenwoning om daar te spreken over zijn ervaringen in beide wedstrijden. En over zijn motivatie om in tijden van cultureel zwaar weer een loopbaan als pianist te beginnen.

Waarom deed je in 2010 mee aan het YPF-concours?

"Een nationaal concours is veel laagdrempeliger dan een internationaal, zo heb ik zelf ondervonden. Het zet je flink aan het werk want je moet heel wat repertoire instuderen. Het winnen ervan was niet alleen een eerste bevestiging van mijn kunnen als pianist, maar ook van de manier waarop ik heb leren spelen tijdens mijn studie aan het Koninklijk Conservatorium bij mijn leraren Ellen Corver en Naum Grubert. Het mooie van de YPF is dat er voor de winnaars gedurende drie jaar veel concerten worden georganiseerd. Ook het opnemen van mijn cd werd door de YPF verzorgd."

Op die cd speel je Bartók en Prokofjev, begin twintigste-eeuwse muziek. Ligt daar jouw grote belangstelling?

"Het is prachtig repertoire, maar de cd is al anderhalf jaar geleden opgenomen. Ik ben nu met een heel andere stijl bezig, namelijk met die van J.S. Bach. Zijn muziek ligt mij het best."

Dat verklaart waarom je je inschreef voor het Bach-concours. Was dat anders dan het YPF-concours?

"Alle concoursen zijn vreselijk vanwege de zenuwen, die veel erger zijn dan tijdens een concert. Je wordt immers beoordeeld. Dat hoeft niet nadelig te zijn. In het Bach-concours was ik het meest nerveus in de tweede ronde, waarin ik twee lastige preludes en fuga's en de tweede Partita speelde. Desondanks heb ik toen beter gepresteerd dan in de finale. Als ik goed ben voorbereid draagt de spanning bij aan de kwaliteit van mijn musiceren. Op het moment zelf kan ik in een concourssituatie minder genieten dan tijdens een concert, maar ik merk ook dat het een veel intensere beleving is, waarvan mij meer bijblijft. Het voordeel van het Bach-concours was, dat in deze barokmuziek de eisen van de enorme virtuositeit die het foutloos spelen van romantische werken zo moeilijk maakt, nauwelijks een rol speelt. Je kunt je helemaal op de muziek richten."

Is Bach op de piano in onze tijd van uitvoeringen op historische instrumenten niet achterhaald?

"Nee, ik vind het volkomen vanzelfsprekend Bach op de piano te spelen. Hij schreef pure muziek die veel minder instrument-gebonden is dan bijvoorbeeld de werken van Chopin of Liszt dat voor de piano zijn. Natuurlijk realiseer ik mij de verschillen tussen het klavecimbel, waar Bach voor schreef, en de piano, die hij in deze vorm niet gekend heeft. Daar werd ik mij des te bewuster van toen ik een week voor het Bach-concours op wintersport ging. Niet erg handig om te doen, vlak voor zo'n wedstrijd; daarom nam ik een elektronische piano mee, waarop ik na het skiën enkele uren studeerde. Daarop zat een klavecimbel-register. Als ik dat gebruikte merkte ik eens te meer de enorme transparantie van Bachs muziek, die ik meteen op piano anders ging spelen. Ik verafschuw romantisch Bach-spel, maar gebruik desalniettemin de expressiemogelijkheden van de piano die het klavecimbel niet heeft. In de muziek zit een duidelijke opbouw die erom vraagt sommige passages meer en andere minder nadruk te geven. Op piano kun je dat beter doen dan op klavecimbel. De muziek wordt daardoor completer gepresenteerd en daar gaat het mij om. Het is de enorme complexiteit van Bach die mijn hersenen op een prettige manier prikkelt. Dat prefereer ik boven muziek die vooral inspeelt op emotie."

Maar Bach zit toch ook boordevol emoties: neem zijn Matthäus-Passion?

"Natuurlijk, maar daarbovenop ligt nog die laag van complexiteit, die zijn muziek voor mij alleen maar aantrekkelijker maakt. Trouwens, ik vind dat je niet kunt zeggen dat emoties ín de muziek zitten. Emoties zitten in de mens. Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan om na te gaan of bepaalde muzikale structuren altijd dezelfde emoties oproepen. Dat blijkt niet zo te zijn. Iedereen beleeft muziek anders. Daarom is het ook niet mijn doel als vertolker dat het publiek dezelfde emoties heeft als ik. Wanneer ik optreed, ben ik actief bezig de noten te laten klinken. Dan zal ik die altijd anders ervaren dan de passieve luisteraar. Het is mijn taak alles wat in de muziek zit zo goed mogelijk naar voren te brengen; alleen dan zal deze zijn optimale, individuele uitwerking op de toehoorder hebben."

Dan moet je als musicus wel in de gelegenheid gesteld worden voor publiek te spelen. Wordt dat niet steeds moeilijker tegenwoordig?

"Inderdaad. Mijn agenda is nog lang niet vol. Cultuur lijkt bij onze huidige bestuurders steeds minder mee te tellen. Onvoorstelbaar vind ik dat. Als je toch zo'n ongelofelijk meesterwerk als de Matthäus-Passion hoort, het laatste deel van Beethovens Sonate opus 109 of Schuberts Strijkkwintet in C, die voegen zoveel toe aan het leven, dat je je afvraagt hoe mensen zonder kunnen."

Dan moet je iets bedenken om de mensen tegen de stroom in te bereiken. Sommige van je jonge collega's zijn daar uiterst creatief in: in de openlucht spelen op een aanhangvleugel (Daria van den Bercken), wijnen uitbrengen bij je cd (Thomas Beijer) of duizenden euro's door crowdfunding bijeen brengen om in eigen beheer een cd op de markt te kunnen brengen (Nicolas van Poucke). Heb jij ook zulke ideeën?

"Nee, maar als iemand een briljant plan heeft dat mij helpt de klassieken dichter bij de mensen te brengen, sta ik daar zeker voor open. Ik denk echter niet dat dit mijn strong point zal worden. Alhoewel, op een andere manier wel weer: in alles wat ik speel wil ik de componist zoveel mogelijk trouw blijven. Ik kan mij niet anders voorstellen dan dat dit dé manier is om muziek toegankelijk te maken voor de mensen."

Het Young Pianists Festival speelt zich van 14 tot en met 24 november af in het Muziekgebouw aan het IJ te Amsterdam. www.ypf.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden