Emotie dicteert de voedselsector

Negen miljard bewoners telt de aarde in 2050. Wie voedt al die monden? De voedingsindustrie draait zich warm, maar signaleert toenemend wantrouwen. „Een groeiende groep mensen heeft emotionele problemen met de wijze waarop onze voeding tot stand komt”.

De Pickwick English Tea Blend heeft allang plaats gemaakt voor vruchtenthee, Turkse thee met een vleugje mint of Marokkaanse thee met een mystieke kruidenmelange. Op de ontbijttafel geen Bums of Japies King Corn meer, maar ovenverse Pain du Boulogne. En elke dag een biefstukje of varkenshaas is ook al heel gewoon.

„Als voedingsindustrie zijn we er de laatste dertig jaar uitstekend in geslaagd steeds meer verschillende producten bereikbaar te maken voor een groot publiek. Tegelijk is ons voedsel nooit zo veilig geweest”, zegt Chris Dutilh, manager duurzame ontwikkeling van Unilever Nederland, de multinational bekend van merken als Lipton, Unox, Bertoli en Blue Band. „En dat alles tegen bijzonder lage prijzen.” Dertig jaar geleden was het Hollandse huishouden een kwart jaarinkomen kwijt aan voeding, tegenwoordig zo’n elf procent.

Ondanks dit succes neemt het wantrouwen jegens boer en voedingsindustrie toe, signaleert Dutilh. „Er is een groeiende groep mensen die emotionele problemen heeft met de wijze waarop onze voeding tot stand komt.” Het zijn deze emoties die slow food, maar ook de biologische beweging vleugels gaven. Emoties met een ondertoon van afkeuren, die ook doorklonken in reacties op de spraakmakende film Our Daily Bread (documentaire uit 2005 van Nikolaus Geyrhalter, red.). „Uiteindelijk kan dat de legitimiteit van de voedingssector ondermijnen”, vreest Dutilh. „En dan hebben de landbouw en voedingsindustrie een enorm probleem.”

Het groeiende wantrouwen houdt de voedingssector bezig. Grote producenten als Heinz, Unilever en Campina spreken er onderling over in de Stichting Duurzame Voedingsmiddelenketen (DuVO), waarvan Dutilh secretaris is. Wout Dekker, topman van veevoerfabrikant Nutreco en voorzitter van DuVo vat het probleem samen: „Iedereen wil het liefst dat alle voeding wordt geproduceerd door dat sympathieke, kleurrijke bedrijfje naast die prachtige weide. En dat alle vis uit die lokale visvijver komt. Maar de wereld telt nu zes miljard zielen, die zijn met oude productiemethoden nooit te voeden.”

Klein en dichtbij zijn argumenten die het goed doen bij de moderne consument, zegt Dutilh. „Waarbij kleine producenten bij voorbaat meer vertrouwen genieten. Maar klein en dichtbij produceren kan helemaal niet als je aan de vraag en alle wensen – voedselveiligheid, prijs, milieu – wilt beantwoorden.”Â

Nu weten boeren en fabrikanten natuurlijk best hoe ze kritiek moeten beantwoorden. Wil de consument graag koeien in de wei? Nou, dan komt er toch melk met weidegarantie. Kip in een kooitje zielig? Nou, dan komt het ei uit de scharrelstal. Want de producent is altijd sterk geweest in het bedenken van technische oplossingen, zegt Dutilh. „Maar voor mensen die een emotioneel probleem hebben met bijvoorbeeld dierenwelzijn is dat natuurlijk niet afdoende. Zij vragen zich direct af of het dier écht geholpen is met, bijvoorbeeld, een speeltje tegen de verveling of wat extra ruimte in de kooi. Hun emoties zijn cultureel en maatschappelijk bepaald.”

Typerend is bijvoorbeeld het massale verzet tegen de varkensflat. Op papier een doorbraak in voedselveiligheid, dierenwelzijn en duurzaamheid. Maar voor de emotie van veel mensen gaat zo’n concept te ver.

Toch heeft industriële productie de toekomst. Nutreco-topman Dekker: „Nu al vergt het een gigantische inspanning om, naast de westerse consument, alle mensen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika uitzicht te bieden op een menswaardig bestaan. Daarbij zijn de Nederlandse voedingsindustrie én boeren met al hun kennis over intensief produceren een deel van de oplossing.” Dekker bespeurt maatschappelijk eerherstel voor de boer, die toch vooral werd gezien als veroorzaker van milieuproblemen en dierenwelzijnsgruwelen. „Het programma ’Boer zoekt vrouw’ is niet voor niets een succes”, zegt Dekker.

Maar Dutilh is daarvan niet overtuigd. Hij vreest dat juist de ene na de andere hype de agrobusiness en voedingsindustrie zal overspoelen en ondermijnen. Dutilh: „De discussie over castratie van biggen nam een enorme vlucht omdat vooral mannen denken: oeps! Maar straks komt een andere keerzijde van ons consumptiepatroon in beeld en is een nieuwe hype geboren. Bijvoorbeeld dat vleesvarkens in recordtempo op slachtgewicht komen.”  Het is immers nooit genoeg voor mensen die een emotioneel probleem hebben met onze productiemethoden, redeneert hij. „Weidemelk is mooi. Maar wat als het bij het grote publiek doordringt dat een koe op stal voor het milieu per saldo beter uitpakt? Mest laat zich in zo’n stal bijvoorbeeld beter verwerken. Bovendien kan je in zo’n stal, dankzij moderne elektronica, precies nagaan of een koe wel genoeg mineralen tot zich nam.”

Natuurlijk: ook aan de meest kritische consumenteneisen valt tegemoet te komen. Je kunt bijvoorbeeld met leveranciers stevige afspraken maken over hun product. Maar hoe waterdicht zijn die, vraagt Dutilh zich af. „Garanties zijn eigenlijk niet te geven omdat de voedingsketen zoveel schakels kent. Neem nou dat sympathieke idee van Tony Chocolony. Op die verpakking staat niet voor niets ’op weg naar slaafvrije chocolade’. Keihard garanderen dat op die cacaoplantages in Afrika geen kinderen werken, kan niemand.”Â

Per saldo dwingt de consument de voedingsindustrie zo tot oplossingen, die vaak bron zijn van nieuwe problemen. „Nu zijn foodmiles weer hot: de afstand en CO2-belasting die een product oplevert op weg naar de supermarkt. Natuurlijk kunnen wij als Unilever berekenen hoeveel miles gemoeid zijn met onze blikjes soep. Maar wat moet de consument ermee? Het transport naar huis en de bereiding in de keuken is voor het milieu vaak vele malen meer belastender dan de productie van dat ene blikje.”

Maar heeft de industrie eigenlijk geen boter op het hoofd? Als dat de omzet ten goede komt, houdt zij graag illusies in stand bij de consument. Unilever speelt bijvoorbeeld met de reclames voor haar olie- en sausenmerk Bertoli in op het romantische verlangen naar een eerlijk leven op het Toscaanse platteland. Terwijl die saus natuurlijk in bulk in een volledig gecontroleerde fabriek wordt gemaakt. Dutilh zucht. „Zo werkt marketing. Natuurlijk is er intern discussie tussen productontwikkelaars en marketeers. Uiteindelijk moet er toch verkocht worden.”Â

Open communiceren lijkt een oplossing om het maatschappelijk vertrouwen te vergroten: de dialoog aangaan met alle belanghebbenden – consumenten, maatschappelijke organisaties, werknemers, aandeelhouders. Dekker: „Wereldwijd zijn er 20.000 maatschappelijke organisaties. Die worden soms wisselend beoordeeld. Zo praten wij in Peru over verbetering van de visvangst – nodig voor voerproductie – met een organisatie die door de lokale autoriteiten is bestempeld als terroristisch. Maar zolang zij bijdraagt aan verbetering en verduurzaming van onze productiemethode, gaan wij dat contact niet uit de weg.”Â

Nutreco en Unilever, in hun sector toonaangevend, boekten zo ook spraakmakende successen. Zo ontwikkelde Unilever bijvoorbeeld samen met het Wereld Natuurfonds de standaard voor duurzame zeevis, de Marine Stewardship Council (MSC). Nutreco investeert veel in de ontwikkeling van alternatief visvoer met minder visolie en vismeel, wat overbevissing tegengaat.

Maar al deze inspanningen dringen lang niet altijd door tot de consument, signaleert Dutilh. Die vindt tegenwoordig duurzaam ondernemen een vanzelfsprekendheid en wil zich niet verdiepen in de vraag waar voeding écht vandaan komt. „Ja, mensen met lactose-intolerantie of vegetariërs, die weten vaak van de hoed en de rand. Voor hen is internet een onmetelijke informatiebron”, zegt Dutilh. „Maar de doorsnee burger zegt vooral dat het niet te ingewikkeld moet zijn. Die laat zich pas horen als op zijn gemoed wordt gespeeld en een hype is geboren.”Â

Dekker wijst ondertussen op de enorme uitdaging waarvoor de industrie staat. „Zes miljard mensen nu, negen miljard mensen in 2050: willen we daarop iets van een antwoord formuleren, dan moeten we ons echt losmaken van Nederland en denken als grootmacht. Het wordt al een toer daarbij ook nog duurzaam te produceren, de biodiversiteit en oceanen te sparen. Dan is de westerse leefstijl absoluut onhoudbaar. Als je die wereldwijd wilt doorvoeren, heb je drie wereldbollen nodig. Eigenlijk moeten we de schaarste verdelen. Niet meer elke dag vlees eten om te beginnen. Dat kan. Er zijn prima vleesvervangers.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden