Embryoselectie ondergraaft solidariteit

Staatssecretaris van volksgezondheid Jet Bussemaker wil het ouders toestaan om embryo’s die worden teruggeplaatst in de baarmoeder, te laten controleren op bepaalde, ernstige erfelijke ziektes. Dat is een heel slecht idee. Het ondergraaft de solidariteit en eenmaal begonnen met het selecteren van embryo’s is er geen weg meer terug. Bovendien: wie stelt de lijst van ziekten samen?

In het wetsvoorstel dat Bussemaker wil indienen gaat het om ondermeer taaislijmziekte, bepaalde geslachtsgebonden ziekten en chromosomale afwijkingen (bijvoorbeeld Syndroom van Down). Nu is deze ’preselectie’ nog wettelijk verboden. Volgens de staatssecretaris kan embryoselectie uitkomst bieden voor mensen met een kinderwens die in familiekring hebben gezien hoe verwoestend bepaalde ziekten zijn. Maar hoe begrijpelijk en humaan het voorstel van de staatssecretaris ook lijkt, ik voorzie grote problemen als het wordt aangenomen.

In de eerste plaats ondergraaft embryoselectie de solidariteit in de samenleving. Henk Jochemsen, directeur van het Lindenboom Instituut, waarschuwde gisteren al reeds in Trouw voor het risico van ‘verwijtbaarheid’, zoals nu gebeurt met ouders die hun kind met Down niet ’hebben weggemaakt’. ’Je had het toch kunnen weten’, is dan het verwijt. En niet alleen van volwassenen onder elkaar, maar zelfs van kind tegen ouders. Ik vrees ook dat de zorgverzekeraars zullen gaan weigeren de hoge gezondheidskosten van bepaalde groepen te vergoeden met als argument dat ’het’ immers voorkomen had kunnen worden. De rekening is dan voor de ouders.

Bussemaker bezweert haar tegenstanders in de Tweede Kamer dat het gaat om een beperkte lijst genetisch bepaalde ziekten, die in aanmerking komen voor preselectie van embryo’s. Het grote probleem met dit soort lijsten is dat er geen weg terug meer is. Als eenmaal preselectie van embryo’s op deze ziekten is toegestaan, zullen er maatschappelijke en medische lobbygroepen ontstaan die zich zullen inzetten om ook hun ’ziekte’ op de lijst voor preselectie te krijgen. Waar eindigt het? Het uiteindelijke criterium van de staatssecretaris, ’ernstige erfelijke ziekten’, is een zeer vloeiende waarde, potentieel zonder einde. Wie de uitzondering toestaat, zet de deur open voor algemene aanvaarding.

Dat geeft tegelijk een derde reden om tegen embryonale preselectie te zijn. Wie stelt de lijst samen van ziekten waarop preselectie mag worden verricht? De politiek op basis van electoraal gewin? De medische sector? De zorgverzekeraars op basis van risico- en kosten-baten-analyses? Elke lijst is willekeurig gekozen met levensgroot gevaar voor misbruik. Als je op ernstige erfelijke ziekten mag selecteren, mag je dan ook op gezondheid in het algemeen selecteren? Of op basis van intelligentie? Of uiterlijke kenmerken? Vanwege het toestaan te selecteren op geslachtsgebonden aandoeningen, is het uitkiezen van een meisje of een jongetje – via een omweg – feitelijke wettelijk toegestaan. Wie voelt zich geroepen voor God te gaan spelen: jij wel, jij niet?

Het plan van de staatssecretaris is zeer wel te begrijpen. Iedereen die een kind kent dat aan een erfelijke aandoening lijdt, weet dat. Maar tegelijkertijd is het zaak waakzaam te blijven voor het feit dat we een fundamentele grens overschrijden met de preselectie van embryo’s. De vraag is of we die grens over zouden moeten gaan. Ik denk van niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden