Emancipatie begint voor velen nu pas

Vrouwendag is voor alle vrouwen, zegt moslima Nora Kasrioui. Ze vindt dat laagopgeleide en anderszins kwetsbare vrouwen er bekaaid afkomen. Met haar stichting wil ze hun positie verbeteren. Vandaag, morgen, het hele jaar door.

INTERVIEW | MAAIKE VAN HOUTEN

Nora Kasrioui (33) gaat vandaag, op Internationale Vrouwendag, eerst met een paar werkzoekende vrouwen naar uitkeringsinstantie UWV. Ze komen er niet uit met het invullen van formulieren, vandaar. Vanmiddag drinkt de promovenda thee met drie analfabete vrouwen. Tussendoor bereidt ze zich voor op een debat over sekse en gender.

Dit wordt haar dag, en daar is niks mis mee. "Maar als je me zou vragen hoe ik vind dat zo'n dag eruit moet zien, dan hoor je iets heel anders", zegt de geboren Marokkaanse uit Breda. "Ik zou het willen hebben over mensen over wie we het nooit hebben, over de vrouwen met wie ik vandaag optrek. Bij hen ligt mijn hart, mijn passie. Over die groep van laagopgeleide vrouwen gaat het veel te weinig op Vrouwendag."

Had ze zelf wat kunnen organiseren? Kasrioui heeft een goede ingang. Met een paar gelijkgestemde vrouwen heeft ze in 2011 Brood en Rozen opgericht, een vrouwenrechtenorganisatie die zich vooral richt op vrouwen die laagopgeleid zijn, economisch kwetsbaar of die door religie, traditie of cultuur, belemmerd worden zichzelf te ontplooien. Op vrouwen voor wie emancipatie en financiële onafhankelijkheid geen vanzelfsprekendheden zijn, maar rechten die nog bevochten moeten worden. Brood en Rozen wil hen helpen bij hun opleiding en werk, en bij hun emancipatie.

Kasrioui weet dat er naast Vrouwenplatform Women Inc. ook andere organisaties zijn die zich inzetten voor werkzoekende vrouwen met weinig opleiding die weer aan het werk willen. Dat vindt Kasrioui goed, maar er moet meer gebeuren om hen te stimuleren hun eigen pad te kiezen, te midden van zorgen over uitkering, huurtoeslag, zorgtoeslag.

"Ja, ik heb erover gedacht in Breda iets te organiseren op 8 maart. Ik heb het besproken met werkzoekende vrouwen. Ze vonden het een geweldig idee, maar ik zou de leidende rol moeten hebben. We hebben het geprobeerd, maar we waren te laat voor de fondsenwerving. Je moet toch wat geld hebben. Nu is er in Breda alleen een lezing op de Avans Hogeschool. Die gaat over vrouwelijk leiderschap. Dat is prima, maar zo'n evenement is vooral gericht op welgestelde, hoogopgeleide vrouwen die het goed doen. Laagopgeleide vrouwen of vrouwen zonder inkomen hebben andere zorgen. Hoogopgeleide vrouwen mogen weleens wat meer om zich heen kijken, ze zijn zo bezig met vrouwelijk leiderschap, of met quota, of het bereiken van de top. Dat is goed, maar dat is maar een deel van de complexe werkelijkheid van vrouwen."

"Vrouwen aan de onderkant bevinden zich in een kwetsbare positie. Als ik zie wie zich het beste organiseren, dan zijn dat niet de laagopgeleiden, de ongeschoolden of de analfabeten. Zij kunnen heel veel hebben aan sterke vrouwen aan de top. Ik geloof heel erg in het ideaal om beide groepen te verbinden. Vrouwendag is daar een goed moment voor. Vorig jaar betoogde een aantal journalisten dat Vrouwendag niet meer nodig is. De dag is geëvolueerd, we hebben het in het Westen goed, en dat is dankzij de strijd van sterke vrouwen. We vieren feest, dat is deels terecht. Maar als ik kijk naar de positie van moslimvrouwen, ook in Nederland, dan is er nog een hoop te doen. Ik zou graag zien dat Vrouwendag zo'n evenwichtig beeld zou scheppen."

Zelf is Nora Kasrioui de verpersoonlijking van die wens om vrouwen met een verschillende achtergrond, met elkaar in contact te brengen. Ze is de enige van de acht kinderen Kasrioui die een academische opleiding heeft gedaan. Als gastarbeider kwam haar vader naar Nederland, hij werkte in een fabriek, haar moeder was huisvrouw. Nora was twee toen het gezin hier kwam wonen. Thuis werd Arabisch gesproken, de ouders beheersen beiden het Nederlands niet zo goed. "Ik ben opgevoed in een warm, islamitisch gezin", zegt dochter Nora. "Mijn ouders zijn trots, ook al weten ze niet precies wat ik doe."

Nora ging eerst naar een openbare basisschool, later naar een islamitische. "Dat was echt vreselijk, dat concept mag nooit meer bestaan. Het was in die tijd meer schoonmaken en bidden dan leren. Mijn ouders konden het niet voor me opnemen, want ze kenden het onderwijssysteem hier onvoldoende. In het weekeinde ging ik naar de Koranschool. Ouders hebben het beste met hun kinderen voor, ze willen je niet in problemen brengen. Het doel van de Koran-school was Arabisch leren en het geloof bijbrengen, zodat we dat in een westers land zouden behouden. Er werd met een zweep geslagen als je niet luisterde. Het voordeel is dat ik er ook kennis heb genomen van het Arabisch. Mijn moederstaal. Maar aan de andere kant, het is ingewikkeld om hier een positie te krijgen. Je moet eerst goed Nederlands leren, en als dat in orde is, kan er nog een andere taal bij. Mijn jongere nichtjes en neefjes kennen al bijna geen Arabisch meer, ze hechten er niet aan."

Na de basisschool ging Nora naar het vmbo. Ze deed het er goed, en ze wilde graag verder leren. Ze stapte over naar het mbo, ze volgde de hbo-lerarenopleiding en ze studeerde bestuurskunde. Ze gaf les, ze trainde vrouwen en jongeren, ze ontwikkelde programma's voor vrouwen, ze was coach voor schoolverlaters. En nu is ze net begonnen met haar promotie-onderzoek, over de partnerkeuze van moslimvrouwen.

"Ik ben een humanistische moslima", zegt Kasrioui. "Ik hoor vaak dat dat niet kan. Het humanisme stelt het individu centraal, wereldgodsdiensten doen dat niet. Maar het kan ook binnen de islam, vooral zelfs. De orthodoxe islamitische regels werken ongetwijfeld belemmerend. Je mag niet samenwonen, niet trouwen met een niet-moslim, je mag geen korte rokjes dragen, of een legging. Vanuit de orthodoxe hoek moeten mensen die die regels overtreden, naar islamitisch recht worden berecht. Dat kan zweepslagen en steniging inhouden. Behoudende moslims en traditionele Marokkanen zeggen tegen ons soort vrouwen dat wij geen moslims zijn, maar zelfbenoemde moslims. De manier waarop ik mijn hoofddoek draag, met een open hals, daarvan zeggen zij dat het niet volgens de islam is. Dat wordt in de hel verrekend. Het lijkt een gevecht over wie de ware visie op de islam heeft. Wij proberen ons als individu te ontwikkelen. De orthodoxe regels van de islam hinderen ons, tuurlijk! Die zijn erop gericht dat ik niet met een mannelijke collega mag lunchen, dat leidt maar tot zondige dingen. Er gebeurt veel, maar achter de schermen, en dat snap ik. We scholen ons, we hopen op een baan, we doen ons ding. Er is een vrijmakingsproces gaande, op individueel niveau."

Dat gevecht wordt gevoerd op drie fronten: de Marokkaanse gemeenschap, moslims en de Nederlandse samenleving - want daar, ervaart Kasrioui, is ook veel onbegrip over moslim-migranten en hun kinderen. "Nederlandse mensen zeggen: jij kunt geen geëmancipeerde vrouw zijn, want je draagt een hoofddoek. Moet je eens kijken hoe complex het is, je moest eens weten waar ik allemaal rekening mee moet houden. Je loopt continu de kans dat je mensen tegen het hoofd stoot."

De oprichtster van Brood en Rozen vraagt aan andere vrouwen, en aan de samenleving, aandacht voor het ingewikkelde krachtenveld waarin allochtone vrouwen leven. Want als dat emancipatieproces succesvol verloopt, en als een vrouw een academische studie afrondt, dan nog zijn de kansen op een baan minder dan die van Nederlandse leeftijdgenoten. De promovenda noemt het 'van de gekke' dat allochtonen vijf keer zo weinig aan de slag komen. "Ik zie om me heen hoogopgeleide vrouwen, met een fantastisch profiel, die niet verder komen dan een paar freelance-opdrachten. Wat is de volgende stap, de bijstand in, marginalisering? Daar doet de politiek niks aan, het diversiteitsbeleid is afgeschaft. Er wordt alleen nog naar afkomst en etniciteit gekeken bij veiligheid en criminaliteit. Dat klopt niet, de problemen zijn wel degelijk groter in deze groep. Ten opzichte van onze ouders doen we het goed, maar als je deze cijfers ziet, dan is het de vraag wat we vieren op Vrouwendag."

Als hun kansen op de arbeidsmarkt beter waren, dan zouden vrouwen als zij, zegt Kasrioui, baanbrekend kunnen zijn. Goede opleiding, zelfstandig, vrijzinnig, klaar om mee te doen. "Ik heb veel bevochten. Ik mocht studeren, ik mag reizen zonder dat er een broer of oom mee moet, ik hoef geen geld af te geven. Moslimvrouwen in mijn situatie moeten dit nu zien te behouden en te verzilveren. Wat de feministen uit de jaren zestig en zeventig is gelukt, daar moeten wij nu ook in slagen. Mijn familie ben ik niet verloren. Welke keuze ik ook gemaakt heb, de band is er. Het contact is voor minder verbroken. Mijn familie steunt de koers die ik vaar, ook al zou die strijdig zijn met de conservatieve islam en met de traditionele kant van de Marokkaanse cultuur. Ik vecht niet meer, ik verantwoord me niet meer. Ik ben een individu. Ik doe."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden