Elma Drayer

Niemand kan zo goed lezen als Elma Drayer. Dat wist ik al van die paar jaar dat ik naast Elma zat op de redactie Religie & Filosofie, maar bij Letter & Geest heeft ze haar nauwgezetheid tot kunst verheven. Afgelopen jaren heb ik voor dat prachtkatern de serie Dichten & Denken mogen maken. Met de filosoof Theo de Boer besprak ik de filosofische kant van poëzie. Geen makkelijke stukken, en we waren altijd weer enigszins bang als we een afgerond, nieuw stuk naar Elma doorstuurden. Die angst betrof niet zo zeer de inhoud van de verhalen, Elma was enthousiast over de serie; de angst betrof de schrijffouten die we ongetwijfeld weer gemaakt hadden, maar die we, hoe lang we ook zochten, zelf niet meer konden vinden. Citaten van Nietzsche, Kant, Kierkegaard corrigeerde ze alsof ze zo uit haar mouw schudde. Gedachtegangen werden met een voegwoord aangevuld, waardoor er ineens precies bleek te staan wat we bedoelden, namelijk het tegenovergestelde van wat er stond. Veel erger was nog dat Elma bijna altijd wel een fout wist te halen uit de gedichten die we bespraken. Je zou zeggen: twee volwassen kerels moeten wel een gedicht foutloos kunnen overschrijven. Niet dus. Een heel enkele keer lukte het ons wel. Bij een verhaal over het gedicht ’Op de hoge’ van de dichter Willem Jan Otten wist ik zeker dat er geen enkele fout meer in stond. Minstens acht keer had ik het gedicht herlezen, met mijn wijsvinger was ik de woorden letter voor letter afgegaan. Foutloos. Zeker weten.

Op vrijdag 11 januari 2008 ging rond 15.00 de telefoon. Elma. Ze excuseerde zich, het katern was al rond, maar nu ze zo met de pagina in haar hand stond, viel haar toch iets op in het gedicht van Otten. „Zou je het er even bij kunnen halen?” Bundel erbij op pagina 14. Mijn ogen vlogen over de eerste strofes, het gedicht gaat over een jongen die eind augustus voor het eerst de hoge duikplank van een zwembad beklimt. Dan staat er in de derde strofe:

Dit zijn de stappen bang bang bang.

In het Bospad op de hoge

zweet men het peentje bangverlang.

Het ging Elma om die derde strofe. „Daar staat Bospad. Moet dat niet zijn Bosbad?” Logische vraag, maar tot mijn geruststelling staat er in de bundel ’Bospad’.

Er ontspon zich een merkwaardig gesprek. Want wat had Elma inmiddels al gedaan? Alle zwembaden in Nederland afgezocht. Er waren heel veel zwembaden met de naam Bosbad, maar niet één met Bospad. Elma: „Wat denk jij, zou Otten geen fout kunnen hebben gemaakt?”

Ik ging overstag en beloofde de uitgever te bellen. Elma: „De deadline van het katern was gisteren al, wanneer weet je het?”

De uitgever had toevallig net een lijst correcties van Otten voor de mogelijke tweede druk binnen. „Nee, bospad, staat daar niet bij,” zei hij.

„Maar wat denkt u?” drong ik aan, „de eindredacteur van het katern, Elma Drayer, lijkt toch wel een punt te hebben?”

Uitgever ook overstag. „Ik probeer Otten voor u op te sporen.”

Tien minuten later ging de telefoon. „Ik heb Otten gevonden. Hij zit op Vlieland, en heeft de bundel daar niet. Hij probeert er nu achter te komen. Geeft u mij nog een kwartier.”

Dat kwartier kreeg ik van Elma.

Toen ging de telefoon opnieuw. De uitgever. „Willem Jan Otten laat weten dat mevrouw Drayer volkomen gelijk heeft. En hij vraagt of het nog mogelijk is voor het katern van morgen van Bospad Bosbad te maken.”

Dat hebben we gedaan, alleen in Letter & Geest is dit gedicht foutloos gepubliceerd want van een tweede druk is het nog niet gekomen. Mijn conclusie die middag: Elma leest beter dan schrijvers kunnen schrijven.

Zomaar even een stukje poëzie:

Een gouden race

kent vaak een misslag of wat

en een ruime bocht.

We weten van Het Parool dat ze hartstikke goed zijn voor de oplage de blonde hoofdredactrices op hakken. We zien je vast nog ergens terug in die rol. Veel succes in de wijde wereld – en gelukkig ook nog bij Trouw.

’Jij hebt een vrouw nodig’, zei je een keer tegen me, en ik kromp ineen onder je afkeurende blik. Steen des aanstoots was mijn gekreukte overhemd. Tja, Elma, met die vrouw zal het wel niks meer worden. Evengoed jammer, want het verlangen blijft naar een vrouw die een schitterend overhemd voor me koopt, of liever nog een prachtige kasjmier trui. Zulke vrouwen bestaan, ik weet het zeker.

Nee, dit slaat niet op Elma zelf. Hoewel haar verschijning zonder meer iets adellijks heeft, verwend is ze bij mijn weten niet. Of het moet zijn dat ze met Andrea het allerrustigste hoekje van de redactie bezette.

Verwende prinsesjes, dat zijn wij, Hollandse vrouwen. Die werken, maar liefst niet te veel, die altijd meer aandacht aan onze kinderen willen geven en hopen dat de overheid dat voor ons in orde maakt. En stofzuigen, dat laten we graag over aan de werkster of onze gezonde Hollandse man.

Wanneer Elma hierover discussieerde, ging je altijd even snel bij jezelf na: werk ik wel genoeg om geen prinsesje te zijn? Klaag ik soms ook graag over opvang? Kortom: ben ik hierin typisch Hollands?

We zullen het zien straks, in Elma’s nieuwe boek. Wat een leven voor haar: lekker schrijven, af en toe een debatje voorzitten, soms even de Trouw-collega’s assisteren, opinies geven op tv, eigen column... Een prinsessebestaan!

Tijdens onze laatste productieweek is Elma vrij intensief bezig geweest met de kwestie of de filmtitel ’Crin-Blanc’ nu wel of geen verbindingstreepje behoefde. Wel dus, zo blijkt uit voorgaande zin. Kon ze zich enorm en met graagte in vastbijten: perfectie tot het laatste streepje. Zo maakte ze ook eens een uitgever erg ongelukkig, door vast te stellen dat een woord in een dichtbundel niet kón kloppen. Bleek na navraag bij de dichter zelf inderdaad zo te zijn. Om deze normen hoog te houden mag het nieuwe L & G-team alvast een knakenpot gaan instellen, suggereerde een collega, voor iedere fout een donatie. Hopelijk raken we niet al te snel aan de bedelstaf zonder de gevreesde rode pen van Elma.

Ze kwam met die vanzelfsprekendheid die ik slechts met stille bewondering kon gadeslaan. Door redacteuren niet meteen omarmd - zo veel chic, talent en bijgewerkte lipstick bij elkaar, dat verdraagt zich niet met de overtuiging dat God zijn schatten gelijkelijk uit zou moeten smeren over allen. We werden collega’s. Het was niet alleen onze haarkleur die correspondeerde.

Elma heeft een opvoedende taak die ze zichzelf heeft opgelegd en vaak zwijgend uitvoert. De textiele werkvormen waarin Trouw-collega’s naar hun kolchose komen, dreven haar merkbaar tot wanhoop maar ze begreep het wel: een protestant, ook het geseculariseerde aftreksel ervan dat zich Trouw-redacteur pleegt te noemen, weet dat het om het hartje draait, niet om het omhulsel. Elma is een atypische protestant. Mét esthetisch gevoel. Ze zou hartstochtelijk in God geloven als Hij maar de moeite nam te bestaan. Op Oudjaarsavond denk ik altijd aan haar want zij aan Psalm 90, ,,Gij zijt ons een toevlucht geweest, van geslacht tot geslacht”. Ze maakte van De God van Nederland (en zíj bedacht de titel) een succes, verscheen antiprotocollair op het Achtuurjournaal in een item uit Rome, waar ze meeliep tussen zwartgerokte bisschoppen die door haar geinterviewd wensten te worden (maar La Drayer beschikte welke er in genade viel). Haar column behaalde - wat zou passender zijn? - hoge kijkcijfers op Trouw.nl. Toen ze met regelmaat op tv verscheen namens Trouw, stegen de kijkcijfers daar ook. Wat werd er geen succes? Zij sleepte Letter & Geest uit de schaduw en de boedel van Jaffe met iets wat leek op vanzelfsprekendheid maar het niet was, nooit was, want ook nu omarmden zeker niet allen haar.

Dat ik ooit chef geworden ben, komt door haar; toen ik grondig weifelde, gaf zij me het beslissende kontje. Met schroom word ik het weer, en weer van Elma. Een atypische redacteur, ja, maar vooral een onmisbare. Blijf bij ons.

Als je heel jong was en iets artistiekerigs deed bij opmaak, werd het je vergeven. Verder was het niet de bedoeling dat je je bij Trouw al te opzichtig, modieus of duur – lees: vrouwelijk – kleedde.

Hoge hakken: fout. Rode lippen: not done. Een mooi decolleté: no way. Vernietigend was de blik van zekere collega toen ik – heel discreet, bij de wc’s – mijn toilettas uitpakte voor een spannende afspraak.

Kort daarna schreed Elma de burelen op. Ik hapte naar adem: die hákken, die lípstick, die rók, dat háár. Het was in één oogopslag duidelijk: daar liep het vrouwelijk equivalent van de alfa-aap.

Op haar hadden de blikken van zekere collega’s geen enkele vat.

Als ze, minzaam glimlachend, gewoon achter haar bureau, nóg een laag vurig rood op haar lippen smeerde om vervolgens met trage pas, op zwaartekracht tartend hoge hakken naar het rookhok te heupwiegen, dan leek onze keurige kantoortuin heel even op die geheimzinnige jungle waar wél spannende dingen gebeuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden