ELLY AMELING

In het Amsterdamse Concertgebouw komt vanavond een einde aan de recitalcarrière van Elly Ameling. Helemaal stoppen met zingen, doet ze niet, maar de zorgvuldig opgebouwde liedprogramma's waarmee Ameling over de wereld trok, behoren vanaf morgen tot de voltooid verleden tijd.

De gestolde geluidsgolven van die lange loopbaan, een indrukwekkende reeks lp's en cd's, zijn vanaf morgen de enige toegang voor wie Ameling nog als liedzangeres wil beleven. In die schitterende erfenis die de zangeres de liefhebber nalaat is prachtig na te gaan hoe haar stem zich ontwikkelde. Het is bovendien een schitterend bewijs van hoe zorgvuldig Ameling met haar stem omging; op een enkele ongelukkige jazzy misstap na, is er in haar discografie nauwelijks een opname te ontdekken waarover zij achteraf bedenkingen zou moeten hebben.

Volgens de lied-diva zelf is haar opnamecarrière begonnen zo ongeveer in 1959 voor de West Deutsche Rundfunk. Ze nam een single op met de producent die ook werkte voor de firma Deutsche Harmonia Mundi; zo begon haar vierjarige samenwerking met die firma en met fortepianist Jörg Demus. In een feestelijke box met vier discs heeft Deutsche Harmonia Mundi die vroege opnames (van 1964 tot 1968) samengebracht, waaronder een Schubert-Schumann-plaat die mede dank zij het fameuze 'Der Hirt auf dem Felsen' in recordaantallen over de toonbank is gegaan. In het begeleidende boekwerkje haalt Ameling herinneringen op aan die tijd; relativerend en komisch leesvoer!

“Ik houd niet echt van mijn eigen platen en cd's”, schrijft ze; “het is toch maar 'ingeblikt'. Als ik er thuis weer een opgestuurd kreeg van de platenmaatschappij, had ik meestal een dubbele wodka nodig bij het afluisteren. Dat heeft te maken met het ideaal dat je nastreeft. Een ideaal beeld dat je niet zult bereiken omdat het veel grootser is dan de werkelijkheid ooit kan uitdrukken.”

Wijze woorden, getuigend van relativeringsvermogen, maar ik geloof dat de Ameling-adepten over de hele wereld (en dat zijn er velen) het niet met haar eens zijn. Volgens hen en volgens kenners van het repertoire vertegenwoordigt Ameling het nec plus ultra van de liedkunst.

Want die liedkunst, dáár gaat het bij Elly Ameling om. Onder de werkelijk grote na-oorlogse zangers is zij de enige die louter met het zingen van liederen een internationale carrière heeft weten op te bouwen; andere grote liedzangers hadden tevens een leven als operazanger. In slechts één operarol heeft Ameling ooit op het podium gestaan en dat was als Ilia in de 'Idomeneo' van Mozart. Later wist Antal Dorati haar over te halen om voor de plaat een rol te zingen in zijn Haydn-opera-cyclus voor Philips. De Eurilla-rol in 'Orlando Paladino' is zodoende de enige compleet overgeleverde opera-rol van Ameling (in het omroeparchief ligt misschien een live-opname van de genoemde 'Idomeneo' uit 1973).

Mozart, Schubert, Schumann, Brahms, Wolf, Poulenc, Fauré en Debussy. Dat zijn de namen die we het vaakst tegenkomen op haar talloze opnames. Maar daartussendoor lichten de namen op van Bach, Mahler, Huygens, Diepenbrock en Hendrik Andriessen (grote afwezige is Richard Strauss). Waarschijnlijk haar allereerste opname is een live-registratie van de wereldpremière in 1959 van Frank Martins oratorium 'Le Mystère de la Nativité'. De grote Ansermet dirigeert en naast Ameling staan onder anderen Aafje Heynis, Hugues Cuénod en Eric Tappy. Heynis is eveneens haar collega in Haitinks opname van Mahler II met het Concertgebouworkest. Amelings bijdrage aan Haitinks Mahler IV geldt voor sommigen als ongeëvenaard; het is één van Amelings best verkopende opnames ooit.

Terug naar die eerste opnames. Daaronder bevindt zich een Brahms-Schumann-disc waarop een paar liederen staan die ze zo'n vijfendertig jaar later nog eens zou opnemen, nu voor het label Hyperion (de samenwerking met dat label begon nadat Graham Johnson haar terecht had uitgenodigd voor zijn monsterproject: alle, meer dan zeshonderd liederen van Schubert met meerdere zangers vastleggen op ca. veertig cd's).

Het meesterlijke 'O kühler Wald' van Brahms klinkt in 1967 als door een verliefd meisje gezongen. De stem in hetzelfde lied uit 1990 lijkt die van een andere zangeres. Het timbre is herkenbaar, maar de interpretatie heeft zich verdiept, iedere lettergreep wordt gewogen.

De puurheid van Amelings geluid leende zich bijzonder voor Bach. Voor Decca nam zij met Karl Münchinger alle grote Bachwerken, van het 'Oster-Oratorium' tot de 'Matthüus-Passion' op. Het is moeilijk kiezen uit die vele lied-opnames op Philips en EMI met pianisten Dalton Baldwin en Rudolf Jansen. Omdat Amelings Schubert, Schumann en Brahms genoegzaam bekend zijn en om haar veelzijdigheid te benadrukken, wil ik hier een lans breken voor de opnames die zij met Max van Egmond, Anneke Uittenbosch, Toyohiko Satoh en Jaap ter Linden maakte van Constantijn Huygens 'Pathodia sacra et profana'.

Die bundeling wereldlijke en geestelijke liederen worden door Ameling bijzonder stijlbewust en fraai gezongen. EMI belooft al enige tijd de uitverkochte lp's te vervangen door een cd-uitgave. MIsschien is dit het aangewezen moment om die gelofte na te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden