Elke zandkorrel vertelt zijn eigen verhaal in glas

 Lonny van Ryswyck in het atelier van Atelier NL. Beeld Roos Pierson
Lonny van Ryswyck in het atelier van Atelier NL.Beeld Roos Pierson

Zand wordt schaars, waarschuwen de VN. Dat heeft ook gevolgen voor de glasindustrie. Ontwerpers van Atelier NL pleiten voor lokale productie. Zodat je de aarde niet uitput.

Leonie Hosselet

Het is begonnen met Peruaanse klei tussen haar tenen. In 2003 liep Design Academy-student Lonny van Ryswyck stage in een keramiek-atelier in Peru. “We schepten elke ochtend onze eigen klei en vervoerden die met een ezeltje. In Nederland kocht ik het gewoon in de winkel. Ik had geen enkele verbinding met waar die klei vandaan kwam. Waarom scheppen we thuis niet zelf?, dacht ik.”

Al tijdens de academie vormde Van Ryswyck een duo met Nadine Sterk, een samenwerking die na hun studie omgedoopt werd tot Atelier NL. Voor hun eindexamen schepten ze hun eigen klei. “Het bleek dat Nederland superrijk is aan kleisoorten, die allerlei kleuren opleveren. Daar maakten we servies van.”

Later kwam daar een fascinatie met zand bij, dat ook gebiedseigen kwaliteiten bleek te hebben. Eenmaal gesmolten, geeft het oneindig veel kleuren glas. Zou het niet mooi zijn om daar ook glasservies mee te maken, om zo de rijkdom van de aarde te laten zien?

Sterk en Van Ryswyck zochten samenwerking met de glasindustrie, maar die bleek niet ingesteld op werken met ‘wild zand’. Van Ryswyck: “Er worden voorgeproduceerde glaskorrels gebruikt, van zo wit mogelijk zand. Het kleuren gebeurt meestal pas achteraf.”

Het witte zand komt van een beperkt aantal zandgroeven; in Nederland zijn er enkele in Zuid-Limburg. Door de constante temperatuur leveren de glaskorrels perfect glas op, zegt Van Rijswijck. “Waarom zouden ze dan experimenteren met ‘wild zand’ waarvan je van tevoren niet weet hoe het eindproduct eruitziet?”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Flesjes met het zand dat Van Ryswyck en collega Nadine Sterk schepten van Noord-Nederland tot Zuid-Europa.  Beeld TR BEELD
Flesjes met het zand dat Van Ryswyck en collega Nadine Sterk schepten van Noord-Nederland tot Zuid-Europa.Beeld TR BEELD

Het bleef kriebelen bij Sterk en Van Ryswyck. Ze schepten emmers met zand van Noord-Nederland tot Zuid-Europa. Voor elke emmer verzamelden ze informatie over de omgeving en de specifieke samenstelling van het zand - ‘het karakter’, aldus Van Ryswyck - en onderzochten ze het effect van verhitting op elke zandsamenstelling. Dat monikkenwerk leverde honderden glasmonsters op, die tonen dat elk zand anders is. Van Ryswyck: “Zo zie je bij het zand van Terschelling dat de Waddenzeekant veel donkerder groen glas oplevert dan de Noordzeekant.”

Inmiddels wordt van enkele zandlocaties in gelimiteerde oplage lokaal glasservies gemaakt: van de Zandmotor bijvoorbeeld, een experiment met natuurlijke kustbescherming bij Ter Heijde. Zo laten Sterk en Van Ryswyck zien dat het kán: lokaal glas maken dat een verhaal over de afkomst vertelt.

“Ik zou op kleine schaal lokale productie willen stimuleren”, zegt Van Ryswyck. “Zodat je niet één plek hoeft uit te putten, zoals we met bijna alle grondstoffen doen. Je moet er voor zorgen dat de natuur zich vanzelf weer aanvult. Dan kun je mét de natuur werken, in plaats van dat je die uitput.”

Wereldwijd tekort

En dat is precies wat er in de wereldwijde zandindustrie momenteel níet gebeurt. De Verenigde Naties trokken in 2014 aan de bel: er dreigt een wereldwijd tekort aan zand. We worden weliswaar omringd door zand, maar er wordt zo veel afgegraven dat de natuur dat niet op tijd kan aanvullen. Na water is zand de meest gebruikte grondstof. Het zit naast glas ook in microchips, tandpasta, asfalt en, hoofdzakelijk, beton. Bovendien is niet elke zandsoort bruikbaar; het door de wind afgesleten woestijnzand klontert niet goed samen. Het meeste industriezand komt dan ook uit rivierbeddingen, van stranden en van de zeebodem.

Hoeveel zand er wereldwijd wordt gewonnen, staat nergens geregistreerd - dat draagt ook bij aan de onzichtbaarheid van het probleem. De VN doen een schatting door te kijken naar de geproduceerde hoeveelheid beton. Zo concluderen ze dat de bouwsector in 2012 tussen de 25,9 en 29,6 miljard ton zand gebruikte. Dat is genoeg beton voor een muur rond de evenaar van 27 meter hoog en breed.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Na het smelten tot een laagje glas zijn lokale verschillen in kleur en structuur zichtbaar. Beeld Roos Pierson
Na het smelten tot een laagje glas zijn lokale verschillen in kleur en structuur zichtbaar.Beeld Roos Pierson

Waar gaat al dat zand heen? Ruim de helft is bestemd voor Chinese wegen en gebouwen. En Singapore gebruikte voor landwinning de afgelopen 20 jaar 517 miljoen ton zand uit voornamelijk Indonesië - de oppervlakte van de stadsstaat nam met een vijfde toe. Een derde zandkampioen is Dubai, dat met zijn kunstmatige eilanden de eigen voorraad zand al had uitgeput en voor de Burj Khalifa-toren zand uit Australië importeerde.

Deze omgang met zand als anoniem, niet-plaatsgebonden bouwmateriaal staat in schril contrast met Atelier NL’s visie op zand. Van Ryswyck en Sterk beschouwen het als materiaal met een geschiedenis, iets dat waarde heeft op een bepaalde plek. Van Ryswyck: “Iedereen heeft iets met zand. Van kind tot kunstenaar tot wetenschapper. Zand maakt verhalen los: over iemands geboortegrond, of die strandpaal waar iemand ten huwelijk is gevraagd. Een zandkorrel raakt op reis gekleurd door allerlei mineralen, zoals wij mensen ook gevormd worden door onze ervaringen. Je gaat een studie doen, je ontmoet iemand, zo krijgen we uiteindelijk onze eigen kleur.”

Stuur zandkorrels op: mét de herinnering die erbij hoort

De reis van zandkorrel en mens, en de bijbehorende verhalen, staan centraal in het nieuwste project van Atelier NL: ze gaan de wereld in kaart brengen met glas. Vanaf vandaag gaat www.aworldofsand.com de lucht in en wordt internationaal de oproep verspreid om zand op te sturen - uit de eigen achtertuin of juist van een vakantiebestemming - mét de herinnering die erbij hoort. Dat zand wordt omgesmolten tot een laagje glas, zodat lokale verschillen in kleur en structuur zichtbaar worden.

Tijdens de Dutch Design Week in oktober, waarvan Atelier NL dit jaar ambassadeur is, worden de eerste stippen op de wereldkaart getoond. Uiteindelijk moet het in een museum terechtkomen, als groeiend kunstwerk. Het hogere doel: de band versterken tussen de mens en de materialen die de aarde voortbrengt.

Wellicht draagt het project zo ook bij aan bewustwording over hoe waardevol zand is. Dat is nodig, vinden ook de Verenigde Naties, om de zandindustrie te veranderen. De gevolgen van grootschalige, soms ook illegale zandwinning zijn namelijk nu al te zien. Het baggeren in zee vernietigt leven op de zeebodem. In rivieren kan het de weg van het water verleggen en tot overstromingen of juist uitdroging leiden. Zo is China’s grootste zandbron het Poyang-meer, een plek van internationaal belang vanwege de biodiversiteit. Door zandwinning stroomt er meer water weg richting de Yangtze-rivier, wat een oorzaak zou kunnen zijn van het zakkende waterpeil.

Op het strand leidt zandwinning tot erosie van de kust en uiteindelijk kan een strand zelfs verdwijnen, zoals in Marokko, waar aan de kust veel wegen en hotels worden gebouwd. Zandsmokkelaars hebben een strand tussen kuststeden Essaouira en Safi al omgetoverd tot een rotslandschap, schrijven de VN.

Zo krijgt het werk van Atelier NL in de toekomst misschien nog een extra functie - die van archief. Een herinnering aan stranden en rivieren die er niet meer zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden