'Elke voordeur kan gewoon op slot'

Het eerste Nederlandse centraal wonen-project bestaat 25 jaar, maar is nog steeds niet van haar geitenwollensokken-imago af. Annemieke Schuurhof (19) en haar moeder Margriet Jobse moeten zich veelvuldig tegen vooroordelen verzetten. ,,Hoe vaak ik al niet heb uitgelegd dat wij zelf onze buren kiezen...''

Kijk, daar ligt mijn fietsje...'' Annemieke Schuurhof wijst op een oranjerood fietsje dat voor haar ouderlijk huis op straat ligt. Ze heeft er jarenlang op gefietst, evenals haar jongere zusje Eveline. Daarna scheurden ettelijke andere peuters er op rond -zolang het ding niet uit elkaar valt, zullen er nog veel buurkinderen volgen.

Dit hergebruik van het fietsje is symbolisch voor de manier waarop de ruim honderd bewoners van de Hilversumse 'Wandelmeent', het eerste centraal wonen-project in Nederland, leven en wonen. Gebruikte spullen wisselen veelvuldig van eigenaar, auto's worden aan elkaar uitgeleend, een oppas is altijd op steenworp afstand te vinden. ,,Ik heb ook vaak opgepast'', vertelt Annemieke. ,,Logisch, ik kende alle kinderen uit de straat.''

Annemieke verhuisde vorig jaar naar Utrecht om geneeskunde te studeren. Ze trok in een studentenhuis, maar had daar veel minder contact dan ze thuis gewend was. Dat ze haar ouders minder zou zien had ze beseft, maar dat ze ook haar vroegere buren zó zou missen, verraste haar volkomen. ,,Ik miste die saamhorigheid van thuis. We zaten daar twee dagen in de week met negen volwassenen en negen kinderen aan tafel -hartstikke gezellig. En als ik naar huis ging, wist ik altijd dat ik naar iemand in de buurt kon gaan. Als ik dat wilde natuurlijk...''

Die laatste toevoeging kenmerkt De Wandelmeent, vindt Margriet Jobse (54), Annemieke's moeder. ,,Buitenstaanders denken vaak dat het hier één grenzenloze boel is, maar als ik geen contact wil, doe ik de deur achter me dicht. We hebben hier onze privacy, net als ieder ander. Elke voordeur kan op slot.''

De Wandelmeent én de Landelijke Vereniging Centraal Wonen (LVCW) bestaan dit jaar 25 jaar. Morgen en zaterdag wordt dit gevierd, uiteraard met een groot straatfeest, maar ook met een symposium waar deskundigen en bewoners over de toekomst van deze woonvorm discussiëren. Volgens de LVCW ziet die er rooskleurig uit: er komen nog steeds nieuwe projecten bij.

Hoeveel centraal wonen-projecten er zijn, weet niemand. Op dit moment zijn er zo'n zestig bij de LVCW aangesloten, maar er zijn er nog veel meer. Veel projecten zijn opgedeeld in 'clusters', een groepje huizen dat met elkaar een eenheid vormt. De Wandelmeent telt bijvoorbeeld 50 huurwoningen, verdeeld over tien clusters. Per cluster is er een gemeenschappelijke ruimte; de bewoners bepalen zelf wat ze met elkaar doen. ,,Wij eten twee keer in de week samen'', vertelt Jobse. ,,Ongelooflijk lekker en gevarieerd. De buurman kookt toch altijd weer anders.''

Jobse woont al bijna 25 jaar in de Wandelmeent. Juist toen ze het leven op haar flatje te Amsterdam te anoniem vond worden, leerde ze haar latere partner kennen, die zich voor dit project had ingeschreven. Hij kreeg een kamer in het 'kamerhuis', een woning voor drie jongeren of studenten. Jobse kwam daar regelmatig over de vloer. ,,Een jaar later kwam er een grotere woning in een ander cluster vrij. Ik weet nog goed dat we daar op gesprek gingen: erg spannend. Gelukkig kozen ze ons.''

In de Wandelmeent kies je altijd je buren, licht Jobse toe. Komt er een woning vrij, dan kunnen eerst mensen binnen het cluster zich daarvoor opgeven, vervolgens een van de andere bewoners en pas dan iemand van de zogeheten kandidatenlijst van buiten. ,,Dat is wat anders dan een wachtlijst. Het cluster stelt meestal een profielschets op en beslist welke kandidaat daar het beste aan voldoet. Soms voldoet er niemand, dan wordt er in de krant geadverteerd.''

Juist dit principe is volgens Jobse het behoud van deze woonvorm, die nog steeds een geitenwollensokken-imago heeft. ,,Veel mensen zien niets in centraal wonen, omdat ze er niet aan moeten denken om met hun buren samen te eten. Hoe vaak ik al niet heb uitgelegd dat wij zelf onze buren kiezen...''

Toen Annemieke werd geboren, konden Jobse en haar toenmalige partner opnieuw doorschuiven naar een grotere woning, waar Jobse en haar jongste dochter nog steeds wonen. Haar ex woont nu in een ander cluster, nog steeds in dezelfde straat.

De Wandelmeent heeft ook een centrale ontmoetingsruimte ('t Luye Gat), een sauna, naschoolse opvang, een hobbyruimte en een jeugdhonk. Elke doordeweekse ochtend om tien uur is er koffie in 't Luye Gat, aangekondigd door een bewoner die met een bel door de straat loopt. Ook op woensdag-, vrijdag- en zaterdagavond is er steevast om half acht koffie. ,,Iedereen heeft eens in de tien weken koffiedienst en de beurt om de gemeenschappelijke ruimten schoon te houden'', vertelt Jobse. ,,Als het niet uitkomt, kan je altijd met iemand ruilen.''

De belangrijkste meerwaarde van 'centraal wonen' vindt Jobse dat er ,,altijd iemand is bij wie je terecht kunt''. Door samen te wonen met andere mensen doe je spelenderwijs sociale vaardigheden op, voegt Annemieke eraan toe. ,,Je leert automatisch respect te hebben voor mensen met andere normen en waarden.''

De jongste bewoner van De Wandelmeent is de 1-jarige Floor, de oudste de 82-jarige Bob. Elke geboorte wordt gevierd met een houten ooievaar waarin de naam van de baby wordt gekerfd, elk huwelijk met een houten bruids taart met de namen van het verse paar. ,,De ooievaar is nu vol'', lacht Annemieke. ,,Daar staan zoveel namen op.''

De negatieve verhalen die zo vaak over centaal wonen de ronde doen, herkennen deze moeder en dochter nauwelijks. Natuurlijk zijn er wel eens bewoners die niets meer met 'de rest' te maken willen hebben, maar uiteindelijk besluiten die toch wel te verhuizen. Ook herinneren ze zich meningsverschillen over -bijvoorbeeld- de bestemming van een bepaalde ruimte, maar ook daar kwamen de bewoners na lang praten met z'n allen uit. ,,Vijftig huizen is precies de goede schaal'', verklaart Jobse. ,,Bij meer huizen wordt het te anoniem, bij minder ben je te afhankelijk van elkaar.''

Bovendien is de gemiddelde Wandelmeent-bewoner niet super-idealistisch of gedreven. Jobse: ,,Maar materialistische mensen zullen niet voor de Wandelmeent kiezen. Soms heerst ook het beeld dat we een beschermde woonvorm zijn, waar mensen onder sociale begeleiding kunnen wonen. Dat klopt al helemaal niet: je moet eerder extra sociaal vaardig zijn, anders houd je het niet vol.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden