Elke viool is een verhaal

In 'De bekentenis van Adrià' dringt de Catalaan Jaume Cabré diep door in Spaanse geschiedenis. "Het kwaad, dat zijn concrete mensen.''

'Literatuur is geen spel', zegt de verteller in de nieuwe roman van Jaume Cabré (1947), het moet raken aan het diepste wezen van de dingen, het moet de lezer verrijken en veranderen. Met dat credo legt de Catalaanse schrijver de lat hoog, maar 'De bekentenis van Adrià' maakt de verwachting helemaal waar. De lijvige roman dompelt je onder in een draaikolk van verhalen, en bestrijkt het hele spectrum van het kwaad, van stelselmatige wreedheid tot klein alledaags verraad.

Cabré borduurt hier voort op een motto uit zijn vorige roman: "Heer, vergeef het hun niet, want ze wisten wat ze deden." Die roman, 'De stemmen van Pamano', over de naweeën van de Spaanse burgeroorlog, was in 2007 dé ontdekking op de Frankfurter Buchmesse en betekende Cabré's internationale doorbraak. Met 'De bekentenis van Adrià', waar hij zeven jaar aan werkte en dat als voorlopig hoogtepunt in zijn oeuvre geldt, veroverde hij als Catalaan zowaar de rest van Spanje.

In de roman is een sleutelrol weggelegd voor een waardevolle viool uit 1764, gebouwd door de Italiaan Lorenzo Storioni. De viool is het pronkstuk uit de collectie van de antiquair Felix Ardèvol, en de aanleiding voor de moord die in de jaren vijftig op hem gepleegd wordt. Zijn zoon Adrià is dan tien jaar oud, en de raadselachtige moord zal hem blijven achtervolgen. Vijftig jaar later zet hij zich, op de hielen gezeten door alzheimer, aan zijn levensverhaal. Het is een bekentenis aan de inmiddels overleden liefde van zijn leven, Sara.

Adrià groeit als enig kind op bij ouders die hun eigen versmade ambities op hun zoon projecteren, zonder hem ooit de bevestiging en erkenning te geven waar hij zo naar hunkert. Zijn vader pusht hem om een eminent geleerde te worden, zijn moeder ziet hem het liefst als vioolvirtuoos.

Op vioolles leert hij Bernat kennen. Ze ontwikkelen een vriendschap voor het leven. Adrià kiest uiteindelijk voor een academische carrière met spraakmakende publicaties, terwijl Bernat een beroepsviolist wordt die eigenlijk liever zou uitblinken in schrijven - een gegeven dat in de apotheose van de roman nog een verrassende wending tot gevolg heeft.

Na de dood van zijn vader ontdekt Adrià dat diens imposante antiekverzameling de oogst is van dubieuze praktijken. Op grote schaal maakte hij misbruik van de situatie van Joden die Europa wilden onvluchten vanwege het opkomende nazisme. Die geschiedenis werpt later een schaduw over Adrià's liefde voor Sara, een meisje uit een Joodse familie. De Storioni-viool blijkt uiteindelijk afkomstig van een nazi-arts die het instrument in Auschwitz confisqueerde. "Mijn vader had glanzende ogen, en hij zei: bedenk dat deze viool dingen heeft meegemaakt waar we geen weet van hebben. Hij heeft in zalen en huizen geklonken die we nooit zullen kennen. Hij heeft alle vreugde en alle verdriet meegemaakt van de violisten die hem hebben bespeeld. Denk aan de gesprekken die hij heeft gehoord, aan de muziek die hij heeft doorleefd... Ik weet zeker dat hij ons veel tedere verhalen zou kunnen vertellen, zei hij ten slotte, ongelooflijk cynisch, wat me toen niet opviel."

De viool gebruikt Cabré als leidraad voor een historische omzwerving die van de Spaanse inquisitie naar de Holocaust leidt, twee dieptepunten als het gaat om grootschalig geweld. Niet toevallig laat hij Adrià zijn bekentenis schrijven op de achterkant van het papier waarop hij het filosofische werk 'Het probleem van het kwaad' heeft geschreven, een project dat hij beschouwt als 'zijn echec als denker'. De roman laat weer eens zien hoezeer uit het leven gegrepen verhalen vaak dieper in de werkelijkheid doordringen dan abstracte beschouwingen. Zoals een van de personages het uitdrukt: "Het kwaad, dat zijn concrete mensen."

Cabré voert een scala aan personages op die allemaal op de een of andere manier, als dader of als slachtoffer, betrokken zijn bij geweld en verraad uit naam van een onverbiddelijk ideaal, dan wel uit hebzucht of verlangen naar erkenning. Hij verbeeldt hun drijfveren en dilemma's, en de manieren waarop ze omgaan met het kwaad dat ze hebben aangericht of ondervonden.

Zo zijn er de (klassieke) verhalen van Joodse overlevers die niet verder konden leven met hun herinneringen aan de kampen, met hun schuldgevoel over hun vermeende lafheid of hun hoe dan ook onverdiende overleven. Er zijn nazi's die een nieuwe identiteit weten aan te nemen en onbekommerd hun weg vervolgen op het pad van het kwaad. Maar er zijn er ook die gebukt gaan onder onuitwisbare herinneringen die aan hen blijven vreten.

Een van de aangrijpendste verhalen in de roman is het verhaal van een berouwvolle nazi-beul die het onherstelbare probeert te herstellen als arts in de Afrikaanse rimboe en daar alsnog de kogel krijgt van een nazi-jager die hem tientallen jaren later heeft weten op te sporen.

Is dat dan de ultieme wraak op het kwaad? Cabré laat het oordeel aan de lezer. En zo confronteert hij ons wel vaker onderhuids met vragen over goed en kwaad en over morele verantwoordelijkheid.

Qua vorm is de roman een staaltje van vernuft. 'Het relaas van Adrià' voert ons met paardensprongen over het schaakbord van de geschiedenis. In omtrekkende bewegingen onthult het hoe het gegaan moet zijn. Het geeft de roman een suspense die je als lezer op het puntje van je stoel houdt.

Door af te wisselen tussen 'ik' en 'hij' varieert Cabré tussen intimiteit en objectievere reflectie: "Eerst voelde hij zich opgelucht, want als zijn vader dood was, dan kon hij niet meer op mij schelden. En erna dacht ik dat het een zonde was om zo te denken."

Adrià's heden gaat regelmatig naadloos over in zijn verbeelding van het verleden, dat te voorschijn komt als een haarscherp fragment uit een oude documentaire.

Op de valreep verrast Cabré je met een tweetal tournures die je met stomheid slaan, met twee staaltjes van verraad die je niet voor mogelijk had gehouden. Dan moet je wel instemmen met een eerder gedebiteerde conclusie: "Tegen de mensheid is geen kruid gewassen." Het meest verontrustende is dat de ellende vaak voortvloeit uit al te menselijke motieven. Met dat nog lang nadreunende besef laat Cabré je achter.

Jaume Cabré: De bekentenis van Adrià. Vertaald door Pieter Lamberts en Joan Garrit, Signatuur, Amsterdam; 680 blz., € 25,- (na 30 april € 29,95)

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden