Elke tien jaar een nieuwe Rembrandt

Rembrandt mag dan meer dan drie eeuwen dood zijn, een nieuwe interpretatie van zijn werk is nog altijd mogelijk. Zo is aan de vooravond van een expositie in Museum het Rembrandthuis de stelling dat de jonge schilder in een glijdende ontwikkeling van fijnschilder naar 'ruwschilder' zou zijn geëvolueerd onder vuur gekomen. Rembrandt zou tegelijkertijd meer stijlen door elkaar hebben gebruikt. Als die lijn wordt gevolgd kunnen de ruwe portretten die niet aan Rembrandt werden toegeschreven, nu wél als originele meesterwerken worden beschouwd.

Cees Straus

Op de kop af 333 jaar geleden is Rembrandt van Rijn overleden. En in die 333 jaren is hij van een relatief verguisde schilder opgeklommen tot de allerpopulairste kunstenaar die de Nederlandse kunst ooit heeft voortgebracht, alleen beconcurreerd door Johannes Vermeer, Vincent van Gogh en Piet Mondriaan.

Geen van die schilders is echter uitsluitend bij zijn voornaam bekend geworden in combinatie met een nagenoeg onbekende achternaam. Je zou dus denken dat, naar die bekendheid geoordeeld, het werk van deze Leids-Amsterdamse maar tegenwoordig zo nationale held aan alle kanten bestudeerd is en geen vragen meer openlaat. Maar het lijkt er op dat naarmate meer afstand van het leven van Rembrandt moet worden genomen, het aantal vragen en problemen alleen maar toeneemt.

Hoezeer er nog altijd verwarring bestaat over authenticiteit, toeschrijvingen en (vermeende) originaliteit, bewijst de stroom tentoonstellingen en bijbehorende publicaties die sinds de jaren '50 door de internationale musea trekt. In de boekenkast beslaat het aantal aan Rembrandt gewijde boeken zo'n anderhalve strekkende meter, maar veel meer dan dat cijfer gaat het om meningen van roemruchte figuren als Abraham Bredius, Horst Gerson, Otto Pücht, Wilhelm Valentiner, Christian Tümpel, Albert Blankert, Gary Schwartz, Christo pher Brown en Ernst van de Wetering wat de mannelijke onderzoekers betreft en de veel zeldzamere vrouwen Svetlana Alpers en Marianne Bernhardt. Zij allen hebben Rembrandt op zijn sokkel gehesen, met doorgaans doorwrochte maar voor hun tijd gewaagde oordelen.

Tussen Bredius en de recente publicaties en tentoonstellingen van Ernst van de Wetering zit zo'n drie kwart eeuw. In die tijd is het beeld dat we van Rembrandt hebben, drastisch gekanteld. Kwam Bredius in zijn in 1935 verschenen studie tot 630 werken die aan Rembrandt werden toegeschreven, enige jaren geleden was het oeuvre tot zo'n 400 schilderijen teruggebracht. Dat gebeurde vooral op last van het Rembrandt Research Project, een instelling die in 1968 in het leven werd geroepen en sindsdien nagenoeg alle Rembrandts tegen het licht heeft gehouden. Lang is gedacht dat het RRP het laatste en definitieve woord over de authenticiteit heeft gesproken, ook al werden de interpretaties door experts als Tümpel en Schwartz fel bestreden met vaak steekhoudende argumenten. Bij aanvang van de 21ste eeuw is ook het onderzoek van het project niet zaligmakend meer.

Dat het RRP op zijn schreden moest terugkeren, werd onlangs enkele keren pijnlijk duidelijk. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen een afgekeurd portret ('oude man met kapje') uit de collectie van Alfred Bader, Milwaukee, toch een oorspronkelijk werk van de schilder bleek te zijn. Voor een particuliere verzamelaar of kunsthandelaar maakt het nogal wat uit of zijn werk wel of niet door Rembrandt is gemaakt. Dat is eenvoudig gezegd een kwestie van vele miljoenen.

Het mannenportret, dat uit 1630 dateert, is in feite een zogeheten 'tronie' uit Rembrandts vroege periode (hij werd geboren in 1606 en had 24 jaar later nog niet helemaal een eigen stijl gevonden, al is dit portret bijzonder veelbelovend). Het kleine schilderij maakt deel uit van de komende expositie over Rembrandts vroege werk die op 20 februari in Museum het Rembrandthuis in Amsterdam van start gaat. Deze tentoonstelling draagt als titel 'Het mysterie van de jonge Rembrandt' wat in dit geval meer antwoorden dan vragen betekent. Want Ernst van de Wetering, een van de samenstellers van de expositie (samen met Ed de Heer en Bob van den Boogert van Het Rembrandthuis en Bernhard Schnackenburg van Schloss Wilhelmshöhe in Kassel waar de tentoonstelling de afgelopen tijd te zien was), is er in geslaagd tot nu toe onbekende terreinen van Rembrandts jonge jaren bloot te leggen.

Van de Wetering is toevallig ook lid van het Rembrandt Research Project, die altijd in dit gezelschap van nu gepensioneerde heren de jongste medewerker is geweest. Tegenwoordig is Van de Wetering ook al met vut, maar hij kan wel de laatste delen van het zogeheten A Corpus of Rembrandt Paintings voltooien. In de afgelopen tijd heeft heeft Van de Wetering zich met de vroege Rembrandt beziggehouden. Zijn onderzoekingen zijn verwerkt in de komende expositie in Het Rembrandthuis die tal van noviteiten belooft. Zo komen er maar liefst dertien werken te hangen met een andere toeschrijving dan in het Corpus wordt gegeven. Heeft Van de Wetering zich dan bekeerd ten opzichte van eerder gedane onderzoekingen? Zelf zegt hij dat hij destijds bij bepaalde beslissingen een minderheidsstandpunt heeft ingenomen. Hij moest zich dus conformeren aan de meerderheid, maar bleef inzien dat het om een verkeerde toeschrijving ging.

Wat Van de Wetering nu heeft gedaan, komt er in het kort op neer dat hij de jonge schilder allereerst van de stellige opvatting heeft ont daan als zou hij in een glijdende ontwikkeling van fijnschilder naar 'ruwschilder' zijn geëvolueerd. Volgens de Amsterdamse hoogleraar heeft deze lineaire ontwikkeling zich niet of nauwelijks bij Rembrandt voorgedaan en heeft hij tegelijkertijd meer stijlen door elkaar gebruikt. In concreto betekent het dat de zogeheten ruw geschilderde portretten of tronies die tot voor kort niet aan Rembrandt werden toegeschreven, nu wel als originele meesterwerken worden beschouwd.

De tentoonstelling staat, en dat wordt het belangrijkste uitgangspunt in dit decennium, geheel in het teken van stijl. Weinig nieuwe iconografische toeschrijvingen derhalve, maar alle aandacht voor de schildertechniek. Van een kunstenaar die zich het begrip stijl in korte tijd meester maakte. Van de Wetering: ,,We zijn tot de conclusie gekomen dat Rembrandt zich in de jaren '20 van de 17de eeuw meer artistieker en zoekerig opstelt, dan we altijd hebben aangenomen. We hebben nu de indruk dat Rembrandt minder voor de markt heeft gewerkt dan we dachten en wel voortdurend over de kunst nadacht. Je ziet hem als een zoeker die voortdurend worstelt met de materie. Aan de hand van de minimale etsjes bijvoorbeeld kun je zien hoe hij zich in enkele jaren het vak van etser eigen maakte.''

Voor Van de Wetering heeft Rembrandt invloed ondergaan en het vak geleerd bij minstens drie leermeesters. De naam van Jacob van Swanenburg in zijn Leidse periode is natuurlijk bekend. Van Swanenburg was zijn meester bij wie hij het echte schildersvak leerde. Maar ook komt Pieter Lastman in het vizier bij wie Rembrandt leerde historievoorstellingen te maken. Van de Wetering: ,,Zo'n situatie van twee leermeesters was in die tijd niet ongewoon. Bij Van Swanenburg heeft Rembrandt geleerd hoe hij de werkelijkheid moest weergeven. Er spreekt een grote geloofwaardigheid uit zijn voorstellingen uit die tijd, kijk maar naar hoe hij vuur en vlammen weergeeft. Dat was een lastige opgave waarmee een schilder kon laten zien hoe hij de techniek beheerste.''

Tenslotte is daar verrassend genoeg de rol van Jan Lievens. Hij en Rembrandt waren ongeveer van dezelfde leeftijd, ze raakten met elkaar bevriend onder het schilderen. Maar Lievens was in zijn schilderkunstige ontwikkeling verder dan zijn leeftijdgenoot, hij was al op

12-, misschien 13-jarige leeftijd in de leer bij Pieter Lastman gekomen. Toen Rembrandt met hem in contact kwam, gebeurde dat bij Lastman bij wie Lievens voor de tweede keer in de leer was. Lievens fungeerde, zo denkt Van de Wetering, als een derde leermeester. Lievens had een Caravaggeske manier van schilderen bedacht (met een sterke licht-donker werking in de trant van de Italiaanse schilder Caravaggio) waarbij een groep personen dicht op elkaar wordt gezet terwijl ze worden aangeschenen door één en zelfde lichtbron. Deze schilderijen moeten Rembrandt ongetwijfeld tot voorbeeld hebben gediend, in de periode 1624-1625 maakt hij verschillende werken op dit thema.

Een ander voorbeeld van een herziening van een ooit door het RRP afgekeurd portret van Rembrandt zal ook in Amsterdam te zien zijn. Het gaat om een mooie doorleefde mannenkop die niet in opdracht is gemaakt en waarschijnlijk ook niet aan een bepaalde persoonlijkheid valt toe te schrijven. Kenners noemen zo'n schilderij een 'tronie', zoals ook 'Het meisje met de parel' van Vermeer een anoniem te noemen karakter uitstraalt. Rembrandt heeft in zijn vroege periode nogal wat van dergelijke portretten gemaakt. Het portret van de oude man met gouden ketting is van die reeks misschien wel de meest ontroerende. De schilder toont over een groot inlevingsvermogen te beschikken voor wat betreft de voortschrijdende ouderdom.

Het bewuste portret is niet in de verfijnde stijl gemaakt die van Rembrandt bekend is, maar in een vlotte (hier en daar zelfs ruwe) stijl. Om die reden heeft het RRP het werk ook afgeschreven van de lijst 'echte' Rembrandts. Van de Weterings collega in het Schloss Wilhelmshöhe, Rembrandtkenner Bernhard

Schnackenburg, was het daar niet mee eens. Hij denkt dat Rembrandt de 'ruwe' stijl van Lievens heeft overgenomen. Lievens op zijn beurt haalde deze stijl bij de Vlaamse schilders vandaan; Van Dijck en Jordaens maakten immers ook dergelijke portretten.

Hoewel Van de Wetering niet overtuigd is van de opvatting van Schnackenburg zal Het Rembrandthuis zijn thesis aan de hand van verschillende voorbeelden in de tentoonstelling handhaven. Het zal niet de laatste keer zijn dat Rembrandtkenners op cruciale momenten van elkaar verschillen. Over Rembrandt is opnieuw, niet het laatste woord gezegd. Zeker niet nu, bij aanvang van de 21ste eeuw, de aandacht weer meer naar de schildersstijl uitgaat. Een stijl, die met het blote oog geverifieerd kan worden, anders dan met de infraroodtechniek die het RRP tot nu toe hanteerde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden