Elke rechter maakt politieke keuzes

rechterlijke macht | Benoemen van rechters is in de VS een politieke zaak, de president heeft het laatste woord. 'Geen idee waar het met Trump heen gaat.'

De beslissing van deze zogenaamde rechter, die in feite ons land de ordehandhaving ontneemt, is belachelijk en zal in beroep worden vernietigd", tierde president Donald Trump op 4 februari op Twitter tegen James Robart, rechter in Seattle. Die 'zogenaamde rechter' had het gewaagd Trumps inreisverbod voor vluchtelingen en reizigers uit zeven landen buiten werking te stellen.


Trump vestigde zijn hoop dus op een hogere instantie. Maar opnieuw werd hij voorlopig teleurgesteld: het hof van beroep in San Francisco koos vorige week de kant van rechter Robart. "Een politieke beslissing", gromde Trump daarop. "We komen ze wel tegen voor de rechter, en daar verheug ik me op. We gaan dat naar mijn mening makkelijk winnen."


Daarmee doelde Trump kennelijk op het Hooggerechtshof - al had hij daar tot gisteren nog geen beroep aangetekend. Zijn logica lijkt duidelijk: als een rechtbank hem gelijk geeft, kun je die serieus nemen. In het andere geval hebben politieke overwegingen het gewonnen van de wet en het gezond verstand.


Maar het Hooggerechtshof verwelkomt over een paar weken, als alles goed gaat, als nieuw lid Neil Gorsuch, een door Trump persoonlijk uitgezochte conservatieve jurist. Over diens benoeming wordt nu nog gebekvecht door Republikeinen en Democraten in de Senaat. Aan de politiek kun je in het Amerikaanse rechtssysteem niet ontsnappen.


Heeft Trump dus gelijk en velde het hof in San Francisco, dat voor Trumps inreisverbod nauwelijks een goed woord overhad, een politiek vonnis? "Ik denk het niet", zegt Paul Collins, hoogleraar politiek en recht aan de Universiteit van Massachusetts. "De eerste beslissing om het inreisverbod buiten werking te stellen, werd genomen door een Republikeinse rechter. De tweede, om dat zo te laten, door drie rechters, waarvan twee Democraat waren en een Republikein. En dat oordeel was unaniem. Dus het waren twee Republikeinen en twee Democraten die de regering haar zin niet gaven."


Vaak gaat het anders, dat weet Collins ook wel. "Het algemene patroon is dat Democratische rechters vaker in progressieve zin oordelen, en Republikeinen meer conservatief beslissen. Maar niet in honderd procent van de gevallen. Het is bij lange na niet automatisch."


De invloed van de politieke opvattingen van een rechter kun je alleen uit de statistiek halen - dat is een van de onderzoeksterreinen van Collins. Lachend: "Je kunt dat echt niet gaan vragen. Een Amerikaanse rechter zal nooit toegeven dat hij een beslissing nam vanwege zijn of haar ideologie."


Dat politiek een rol speelt bij de benoeming van rechters, is al zo vanaf het ontstaan van de VS. In verschillende staten is het verschillend geregeld: soms worden rechters benoemd, soms verkozen. Op federaal niveau schrijft de grondwet voor: de president kiest de rechters uit, de Senaat moet dat bekrachtigen.


Sinds de Tweede Wereldoorlog is de politieke strijd rond benoemingen steeds feller geworden, zegt Collins. Vooral die voor het Hooggerechtshof. Dat kreeg van het Congres toestemming om alleen kwesties te behandelen die het interessant of belangrijk vond. Collins: "Het waren de zaken die gingen over rassendiscriminatie, abortus, de doodstraf."


Een andere oorzaak van het grotere politieke belang van rechters is het onvermogen van de andere twee politieke machten in de VS, de president en het Congres, om in belangrijke maatschappelijke kwesties een knoop door te hakken. De toenemende verdeeldheid in het land leidde regelmatig tot verlamming in politiek Washington.


Als rechters, en in laatste instantie het Hooggerechtshof dan een knoop doorhakken, zoals bijvoorbeeld in 1973 toen vrouwen het recht op abortus kregen, klaagt de partij die het pleit verloren heeft standaard over 'activistische rechters', die 'de wetten opstellen in plaats van ze toe te passen'. Maar toch zijn de Amerikanen volgens Collins redelijk tevreden over hun verpolitiekte rechtssysteem.


"Wij zijn een raar volkje", legt Collins uit. "Als je naar de peilingen kijkt, dan zegt een meerderheid dat de rechters in het Hooggerechtshof politieke keuzes maken. Maar als je de vraag net even anders stelt, zegt ook een meerderheid dat ze neutraal zijn. Dus er zit een zekere schijnheiligheid in, die de Amerikanen kunnen accepteren. Maar als je me vraagt wat ze uiteindelijk meer geloven, dan denk ik: dat het politiek is."


Collins denkt niet dat de politisering van het rechtssysteem nog zal toenemen. Want: erger kan het niet. "Ik denk dat het een koortsachtig niveau bereikte in de jaren tachtig, en die koorts is sindsdien niet geweken. Elke vacature in het Hooggerechtshof leidt nu tot een politiek gevecht, terwijl dat vroeger maar zo nu en dan voorkwam. Wel is er de laatste jaren nog iets opvallends bijgekomen: ideologie valt nu samen met partij. Vroeger had je nog wel eens progressieve rechters die door een Republikeinse president waren benoemd, of conservatieve benoemingen door een Democraat. Maar nu, met acht rechters in het Hooggerechtshof, vormen de vier Democraten de progressieve vleugel en de vier Republikeinen de conservatieve helft. In het Congres zie je trouwens dezelfde ontwikkeling. De partijen raken meer en meer gepolariseerd. En dat weerspiegelt zich in wie een president voor het hof zal voordragen."


In die sfeer is het haast onbegrijpelijk dat de Amerikanen zich meestal bij het oordeel van het Hooggerechtshof neerleggen, ook al zijn ze het er niet mee eens. Miljoenen conservatieve christenen accepteren tandenknarzend dat ze - voorlopig - in een land leven dat abortus toestaat. De beslissing van het hof in 2000 om het presidentschap aan George W. Bush te gunnen leidde niet tot een volksopstand.


Collins: "De Amerikanen zijn tamelijk tolerant als het gaat om beslissingen waar ze het niet mee eens zijn. Er is als het ware een reservoir van welwillendheid. Een impopulaire beslissing laat dat reservoir een stukje leeglopen, maar dat herstelt zich wel weer. Dus zo lang het hof geen hele serie impopulaire beslissingen achter elkaar neemt, blijft het goed gaan."


Rechters houden daar ook rekening mee. Met name het Hooggerechtshof, zegt Collins, houdt altijd in de gaten hoe het staat met zijn legitimiteit in de ogen van het publiek. "In Brown versus Board of Education bijvoorbeeld (dat in 1954 gescheiden scholen voor blank en zwart verbood), deed de opperrechter een beroep op zijn collega's om er een unanieme beslissing van te maken, omdat hij geloofde dat het publiek het dan gemakkelijker zou accepteren."


Ruim zestig jaar later is het niet zozeer het publiek, maar de Amerikaanse president waarvan je moet afwachten of hij een definitieve afwijzing van zijn beleid zal accepteren. Collins is er niet gerust op: "Van tijd tot tijd zal een president het oneens zijn met een beslissing, maar dan toch altijd respectvol. Trump niet. Ik weet niet precies wat voor doel hij daarmee heeft, maar als hij van plan is om een bevel van de rechter in de wind te slaan, dan is dit een goede voorbereiding: het rechtssysteem afschilderen als zwak, niet legitiem."


En kan een president daar mee wegkomen? Het verrassende antwoord is: ja.


"Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft geen middelen om zijn beslissingen af te dwingen. Als het zegt dat Trumps inreisverbod niet kan, en de regering zegt: kan ons niet schelen, we gaan er gewoon mee door, dan kan het verder niets doen. Je mag hopen dat het Congres dan ingrijpt, maar het hof heeft niets om op terug te vallen. Het is afhankelijk van de goede wil van de Amerikanen om zijn besluiten te respecteren."


Het is, kortom, niet meer dan een conventie. En de VS hebben nu een president die daar lak aan heeft - en zijn verkiezing daaraan dankt. Collins: "Ik maak me wel zorgen over wat er nu gebeurt. Presidenten die kritiek hebben op rechters, dat hebben we vaak genoeg gezien, maar dit klinkt mij toch wel heel, heel anders in de oren. Ik heb geen idee waar dit heen gaat."

president contra rechter

1857. Een zwarte kan geen Amerikaan zijn.


In Dredd Scott versus Sandford oordeelde het Hooggerechtshof dat een zwart persoon geen Amerikaans staatsburger kon zijn en dus niet voor een rechter voor zijn vrijheid kon pleiten. De uitspraak maakte geen einde aan de verdeeldheid over de slavernij. De latere president Abraham Lincoln ageerde er tegen in zijn beroemde speech 'Een verdeeld huis'. In 1868, na vier jaar Burgeroorlog, werd de uitspraak teniet gedaan door het 14de Amendement op de Grondwet.


1937. FDR speelt vals


Franklin Delano Roosevelt kreeg zijn sociale hervormingen, de New Deal, door het Congres, maar het Hooggerechtshof verklaarde ze ongrondwettig. Hij diende een wet in waardoor hij zes extra rechters in het hof zou kunnen benoemen - maar die haalde het niet.


1989. Vlag is niet heilig


In Texas versus Johnson stond het Hooggerechtshof iedere Amerikaan toe om als protest de vlag te verbranden. President George H.W. Bush was het er niet mee eens en stelde voor het in een amendement op de grondwet speciaal te verbieden. Dat haalde het niet. Na zijn verkiezing sprak ook Donald Trump zich uit voor strafbaarheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden