Elke ochtend denk ik: zal dit wel goed gaan?

Schapenboer moest plots dode lammetjes uit ooien laten halen

Het lammeren hield ineens op. Het was vlak voor Kerstmis en schapenboer Henk Siebelink (73) had al vier gezonde lammetjes verwelkomd op zijn veehouderij in Winterswijk-Miste. Een beetje vroeg in het seizoen, maar niet ongewoon. Nu moest hij ineens dode lammetjes uit zijn ooien laten halen. Misvormd en vergroeid. "Direct wist ik wat er aan de hand was", zegt hij. "Het Schmallenberg-virus." Hij had het gezien op televisie en gelezen in De Gelderlander. Dus hij wist wat hem te doen stond.

Vlak voor Kerstavond nog kwamen de medewerkers van de Gezondheidsdienst voor Dieren tien dode lammetjes ophalen voor onderzoek. Nadien bevestigden ze de ziekte. "Nee, de Kerst was geen leuke periode", zegt Siebelink. Hij hoedt 45 schapen en nog twintig runderen: drie melkkoeien en de rest jongvee. Voor de hobby én de inkomsten. Na 57 jaar boeren is hij niet van plan te stoppen. Zes geslachten Siebelinks werkten er op deze boerderij. De grootste veestapel is weg, maar het afgebouwde bedrijf draait door.

Schapen houden is goede handel, vertelt Siebelink. Wat een lam ooit in guldens kostte, kost die nu in euro's. Honderd euro vangt hij doorgaans voor zijn slachtlammeren die tot shoarma of kebab worden verwerkt. Verder verkoopt Siebelink de wol die hij zelf afscheert. Maar de wolprijzen zetten geen zoden aan de dijk, zegt de Achterhoeker. Dankzij de schapen kan hij zijn bedrijf rustig afbouwen en lekker bezig blijven. Zijn dochter helpt bij het melken van de koeien en doet de administratie.

Sinds het Schmallenberg-virus bij Siebelink bekend werd, staat de telefoon roodgloeiend in de zestiende-eeuwse boerderij. Vakorganisaties bellen, collega-boeren en instanties. Sommigen waren eerst bang voor besmetting, zegt hij. In de Achterhoek dook het nieuwe virus op meer plekken op. "Maar sinds januari zijn hier alleen maar gezonde lammetjes geboren", zegt hij. "Het virus lijkt over. Toch denk je elke ochtend weer: verduld, als het maar goed gaat."

Het Rijk informeert beter bij dit virus dan bij de blauwtong, zegt Siebelink die geen internet of e-mail gebruikt. De gevolgen van het blauwtongvirus op zijn bedrijf waren in 2006 minder ernstig. Vanuit het miniserie van landbouw kon de communicatie toen beter, vindt hij. Nu krijgt hij belletjes, brieven en het verzoek om een lezing over het Schmallenbergvirus bij te wonen. Zelf het woord voeren? "O nee."

Hij toont het enige nog levende Schmallenberg-lam. Hij bracht het met de melkfles groot. Het lammetje sleept zich met de voorpootjes voort, maar kan wel staan. Misschien wil het slachthuis hem toch hebben over drie maanden, hoopt Siebelink. Waar het virus vandaan komt? Hij heeft geen idee. Vliegjes uit de nieuwe kikkerpoelen? "Voor mij is de grote vraag of de ooien dit volgend jaar weer krijgen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden