'Elke ideologie eindigt in de martelkamer'

Van de Iraanse journalist Houshang Asadi verschijnt deze week een boek met brieven aan zijn folteraar. Het sadisme onder de ayatollahs was veel erger dan onder de sjah, weet hij.

Houshang Asadi hangt een beetje scheef als hij door de hotelhal aan komt lopen. Met zijn ene schouder is het nooit meer goed gekomen sinds broeder Hamid hem bijna dertig jaar geleden regelmatig aan zijn armen aan het plafond ophing.

Asadi was in die tijd, begin jaren tachtig, een vooraanstaande journalist in Iran, en lid van de communistische Tudehpartij. Broeder Hamid was een jonge, fanatieke aanhanger van de islamitische geestelijken die na de revolutie van 1979 de macht hadden gegrepen in Iran (zie kader). In een gevangenis in Teheran nam broeder Hamid hem drie maanden onder handen, nadat Asadi in 1983 tijdens een zuiveringsactie was gearresteerd.

Dat deed hij vol overgave, zo valt te lezen in 'Brieven aan mijn folteraar', het boek waar Asadi jarenlang aan werkte en dat deze week in de Nederlandse vertaling verschijnt. Het is een autobiografie, een die volledig is getekend door drie helse maanden in de cel.

"Gedurende die verschrikkelijke maanden dat ik gemarteld werd, wist ik al dat ik erover schrijven moest als ik ooit weer vrij zou komen", vertelt Asadi. Hij probeerde het vaak, nadat hij in 1989 inderdaad was vrijgekomen. "Maar het was te moeilijk om in mijn hoofd terug te gaan naar die tijd. En ik was bang dat ze mijn huis zouden binnenvallen en mijn papieren in beslag zouden nemen."

Zo ging de tijd voorbij tot 2003, een periode waarin de repressie in Iran na relatief rustige jaren weer toenam. Op een ochtend begreep Asadi dat de geheime dienst hem opnieuw wilde oppakken, en hij verliet halsoverkop het land. "Ik nam mijn vrouw, mijn hond en mijn moeder mee, mijn paspoort en 2000 dollar die ik apart had gelegd voor dit moment. Zo kwam ik in Parijs aan."

In ballingschap raapte Asadi al zijn moed bijeen, en schreef hij de 26 brieven aan zijn folteraar. "Ik herinnerde me dat ik in de gevangenis bij alles wat ik wilde - zelfs naar de wc gaan - schriftelijk toestemming moest vragen aan broeder Hamid. Het leek me daarom juist om hem nu weer brieven te schrijven, maar dan vanuit vrijheid."

In zijn brievenboek zet Asadi minutieus uiteen welke folteringen hij moest ondergaan, en hoe hij langzaam maar zeker fysiek en geestelijk gebroken werd. Van de blinddoek die hij tijdens de martelingen altijd moest dragen en die hem extra weerloos maakte, de slaag op zijn voetzolen en de verbale vernederingen tot de bizarre bekentenissen die hij onder de immense druk aflegde.

Het is geen toeval, het sadisme van broeder Hamid, zegt Asadi. Want er is verschil tussen een folteraar in dienst van een 'gewoon' regime en een folteraar in dienst van de ayatollahs. "Onder de sjah waren de folteraars bureaucraten, ze martelden om informatie te krijgen." Voor religieus gemotiveerde folteraars is informatie niet zo relevant. "Zij zijn door God gezonden, en jij moet bekennen dat je ideologisch fout zit. Voor hen ben je geen mens, maar een dier."

Asadi beschrijft in zijn boek hoe broeder Hamid dat laatste bijna letterlijk neemt: als Asadi tijdens de martelingen iets wil zeggen, moet hij eerst blaffen als een hond. Hij weigert lang, maar breekt: 'Woef, woef', schrijft hij. 'Ik kan niet geloven dat ik het zeg.' Wat misschien nog wel moeilijker te geloven valt, is dat Asadi nog maar een paar jaar voor zijn ontmenselijking onder handen van broeder Hamid, vriendschap sloot met een van diens grote ideologische leiders: Ali Khamenei, de huidige opperste geestelijke van Iran. In de jaren zeventig deelden de twee eens wekenlang een kleine cel, toen ze beiden vastzaten onder de sjah - Asadi ook toen al vanwege zijn communistische sympathieën, Khamenei vanwege zijn religieuze overtuigingen.

Na dertig jaar en na alles wat hem door het regime van Khamenei is aangedaan, beschrijft Asadi de geestelijke nog steeds als een vriendelijke man, die grappen maakte over de bewakers en met wie hij uren over literatuur en het leven kon praten. "Hij had een prachtige glimlach en een warme stem", zegt hij. Khamenei was ook de tegenpool van de niet erg gelovige Asadi - hij huilde elke keer als hij zijn gebeden reciteerde. Na hun vrijlating zochten de twee elkaar nog regelmatig op.

"Khamenei is veranderd", zegt Asadi nu. "Van iemand die zijn linkse medegevangenen met zijn eigen handen voedde, tot een wrede dictator. Hij heeft opdracht gegeven om mensen te vermoorden en te verkrachten. Terwijl hij toch een religieus man is." Het is de macht die Khamenei uiteindelijk gecorrumpeerd heeft, denkt hij. "En mentaal was hij altijd al een fundamentalist, de islam was en is voor hem de enige weg."

Asadi zelf nam in de gevangenis juist afstand van zijn ideologie - hij wilde doorleven als een onafhankelijke geest. "In zekere zin ben ik blij dat mijn communistische groep nooit de macht heeft gekregen. Want als ik één ding heb geleerd, is dat elke ideologie eindigt in de martelkamer. Dan was ik of een van mijn vrienden misschien wel een folteraar geworden."

In plaats daarvan zijn veel van zijn toenmalige vrienden dood, of beschadigd - zoals hijzelf. "Het schrijven heeft niet geholpen de herinnering dragelijker te maken", zegt hij. "Tijdens het schrijven moest ik vaak onbedaarlijk huilen. Ik kreeg een hartaanval, moest een half jaar stoppen."

En na publicatie is het alleen maar erger geworden. "Ik moet mijn boek promoten, voortdurend over die periode praten. Eerst na de Engelse editie, nu is er een Nederlandse vertaling, er komt een Duitse, een Poolse, een Spaanse. Elke keer als ik een interview geef, heb ik daarna wijn of bier nodig om me te ontspannen. En ik ben bang dat dit tot het eind van mijn leven mijn lot zal zijn."

Hij doet het omdat hij het voelt als een plicht jegens zijn land en zijn volk. "Ik wil dat mensen weten wat er gebeurd is."

Aan het eind van het interview laat hij de littekens zien die hij overgehouden heeft aan de martelingen: zijn lamme schouder, de afdruk van de boeien in zijn hand, de sneden in zijn pols die hij aanbracht toen hij zelfmoord probeerde te plegen met de scherven van zijn brilleglazen.

"Maar de belangrijkste wond zit in mijn hart, in mijn geest. Ik ben een totaal andere man geworden door de martelingen. Ervoor was ik een optimist, had ik geen bitter hart. Nu wel. In gezelschap ben ik vrolijk, maak ik grapjes. Maar van binnen voel ik me altijd, tot in mijn diepste wezen alleen."

De revolutie die radicaliseerde
De Iraanse Revolutie van 1979 was in allereerste instantie een breedgedragen volksopstand - een verbond tussen linkse en religieuze Iraniërs die af wilden van het corrupte bewind van de sjah. Ook de communistische Tudehpartij van Houshang Asadi steunde de revolutie van harte.

Maar langzamerhand radicaliseerde die revolutie. Eerst ruimden de ayatollahs de linkse broeders uit de weg: begin jaren tachtig werden leden van alle linksige partijen in grote arrestatiegolven opgesloten. In 1988 volgde een grote executiegolf onder de tegenstanders van het regime.

Vervolgens splitsten de religieuzen zich op in twee kampen: een conservatieve en een hervormingsgezinde. Onder president Khatami (1997-2005) wonnen de hervormingsgezinden aan invloed, maar na het aantreden van president Ahmadinejad (2005) was dat afgelopen.

Na diens (frauduleus verlopen) herverkiezing in 2009 kwam hervormingsgezind Iran in opstand. De conservatieven maakten er korte metten mee: inmiddels zitten de meeste hervormers in de gevangenis.

Daarna was het nog steeds geen pais en vree in de Iraanse leiding. Twee conservatieve stromingen, de religieuze van Ali Khamenei en de populistische van Ahmadinejad, vechten elkaar inmiddels de tent uit.

Houshang Asadi weet al hoe het afloopt - zijn oude celgenoot Khamenei gaat winnen. "Hij heeft de steun van het leger. Ik denk dat hij binnenkort het presidentschap zal afschaffen. In plaats daarvan komt er dan weer een premier (zoals in de jaren tachtig - red.) en dat zal Gholam Ali Haddad-Adel worden, de vader van zijn schoondochter. Dan is alle macht verenigd in de familie van Khamenei."

Houshang Asadi, 'Brieven aan mijn folteraar', uitgeverij Omniboek, € 22,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden