Elke groep bestaat uit individuen

(PATRICK POST) Beeld Patrick Post
(PATRICK POST)Beeld Patrick Post

De keiharde aanpak van een criminele jeugdgroep in het Amsterdamse Slotervaart loont, stelt stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch tevreden vast. Politiechef Gerard Kuijn ziet echter ook onschuldige jongens die worden geslachtofferd: „De aanpak is te rigide."

Rob Pietersen

Met de woorden: „We willen in dit buurthuis een pedagogisch klimaat, we gaan geen crimineel topoverleg faciliteren”, gooide Ahmed Marcouch anderhalf jaar geleden zo’n veertig jongeren uit buurthuis Oportuna in Amsterdam-Slotervaart. De stadsdeelvoorzitter trok zijn handen af van de criminele jeugdgroep en liet het toezicht over aan de politie.

Het ging om de Piet Mondriaangroep, genoemd naar hun hangplek bij de snackbar in de Mondriaanstraat, beroemd door de voormalige buurtbewoners Mohammed B (moordenaar Theo van Gogh) en Samir A (Hofstadgroep), die er deel van uitmaakten.

De bekendste criminele jeugdgroep van Nederland bestaat al jaren en krijgt steeds weer nieuwe aanwas. Oudere jongens verlaten op een gegeven moment de hangplek, jongere broertjes nemen hun plaats in. In het gunstigste geval zorgen ze voor overlast, sommigen werken aan een indrukwekkend strafblad, variërend van diefstalletjes tot ramkraken.

De hele groep telt zo’n veertig jongens. De harde kern (tien jongens, gemiddelde leeftijd 19 jaar) heeft volgens wijkteamchef Gerard Kuijn van de politie 113 contacten met justitie en 1660 politieregistraties achter de naam.

Het stadsdeel pakt deze groep hard aan. De tijd van hulpverlening is voorbij, het is nu een zaak van de politie. En het werkt.

„We hebben door een goede samenwerking met het stadsdeel grote stappen vooruit gemaakt”, zegt Kuijn. De sfeer in Slotervaart is beter, de resultaten op het gebied van veiligheid en criminaliteit zijn goed. Er zijn minder jeugdgroepen die voor overlast zorgen, wijzen cijfers uit.

Toch noemt Kuijn deze werkwijze nu te rigide. „We komen er niet met boeven pakken alleen. We hebben deze jongens bestempeld als onbereikbaar en onhandelbaar. We hebben ze als groep afgeschreven, terwijl we met sommige individuutjes best successen hadden kunnen boeken.”

De kritiek geldt de aanpak van de meelopers, van jongens die op de Mondriaanstraat rondhangen en voor overlast zorgen, maar zeker geen criminelen zijn. De instanties behandelen hen wel als criminelen en het stadsdeel laat hen over aan de politie. Kuijn: „Het stadsdeel moet weer energie in die jongens gaan steken om ze op het rechte pad te houden. Ze moeten hen uitzicht op werk, stage en school geven.”

Kuijn is ervan overtuigd dat je de goedwillenden uit de groep kunt trekken. „De agenten van mijn jeugdteam krijgen langzamerhand contact met ze. Terwijl wij in onze uniformen toch vaak als vijand worden gezien. Hoe kan het dan dat de echte professionals op dit gebied het tij niet hebben kunnen keren?”

De hangplek lijkt soms een bezienswaardigheid, met straatcoaches die voortdurend voorbij fietsen en politieauto’s die rondcirkelen. De Mondriaangroep wordt nauwlettend gemonitord.

„Daar word je soms echt gek van. Het zijn pesterijtjes, die soms meer dan vervelend zijn”, zegt Abdel (20 jaar). „Ik ben geen lieverdje, maar ook geen crimineel. Toch ben ik de afgelopen maanden zo’n tien keer gearresteerd. Negen keer ten onrechte, bij één vechtpartijtje was ik wél betrokken. Ik ben nooit veroordeeld, elke keer werd ik na één of twee nachten in de cel met excuses naar huis gestuurd. ’Sorry, je leek er zo op’. Een keer werden we achtervolgd en klemgereden door politieauto’s. Het leek wel een film, wat een poppenkast. We werden verdacht van een inbraak met vuurwapens. Maar we hadden geen buit en geen wapens. We waren alleen met z’n drieën, net als de echte daders. Ze zeiden: ’onze excuses, maar jij hebt ook zo’n wit petje’.”

Amsterdam werkt, net als vele andere steden, sinds enige jaren met de door criminoloog Henk Ferwerda ontwikkelde ’shortlist groepscriminaliteit’. Volgens die methode zijn jeugdgroepen hinderlijk, overlastgevend of crimineel. In Slotervaart bemoeit het stadsdeel zich met de eerste twee groepen, de criminele jeugdgroep is aan politie en justitie toegewezen.

Zo’n strikte verdeling lijkt discutabel omdat volgens de in Amsterdam gehanteerde richtlijnen een jeugdgroep crimineel is als zes van de tien jongens criminele antecedenten en veel politiecontacten hebben. Het stadsdeel ’vergeet’ dan de veertig procent die niet crimineel is.

„Je kunt de meelopers toch niet bestempelen als crimineel als ze dat helemaal niet zijn? De methode moet helpen bij het benoemen van groepen, maar is niet dè waarheid op zich”, zegt Ferwerda. „Je moet de criminele suspecten in beeld brengen. Die zijn voor de politie. Maar vervolgens moet het stadsdeel met een persoonsgerichte aanpak jongerenwerkers of straatcoaches op de goedwillende jongens afsturen. Een strikte scheiding zoals in Slotervaart is nooit mijn bedoeling geweest.”

Vragen bij het stadsdeel over de Mondriaangroep werden de afgelopen maanden steevast beantwoord met: ’die groep is crimineel, daar gaan wij niet over, daarvoor moet je bij de politie zijn’. Nu zegt Marcouch: „Ik ben het niet eens met de kritiek dat we de groep niet-criminele meelopers hebben genegeerd en aan hun lot hebben overgelaten. Ik benader de jongens wel degelijk als individuen. Alle deuren staan bij ons en al die welwillende welzijnswerkers al twintig jaar open. Maar het zijn geen kleine kinderen: ze moeten wel zelf komen. Het is hún verantwoordelijkheid, en die van hun ouders. Een paar dagen geleden stonden hier twee jongens van de Mondriaangroep voor de deur, met de tekst: ’wij zijn het zat, wij willen een opleiding’. Die krijgen ze.”

„Het eerste telefoontje dat ik in 2006 als nieuwe stadsdeelvoorzitter kreeg, ging over de Mondriaangroep, over de overlast, hun brutaliteit, over ouders die niet eens wisten dat hun zonen probleemjongeren waren”, vertelt Marcouch. „Er was hier zo’n sfeer van ’laten we het maar beheersbaar houden, zodat het leefbaar blijft’. De Mondriaangroep werd onze lastigste groep door de cultuur van de zachte aanpak van toen. Er was een cultuuromslag nodig, bij ons, bij politie en justitie. Ik ben het gevecht aangegaan.”

Daarbij werd de politie dus nadrukkelijk betrokken. De capaciteit van het team in Slotervaart is flink vergroot. Marcouch: „We hebben er excellente agenten bij gekregen om de jeugdgroepen aan te pakken. En het werkt. We horen van agenten en van jongerenwerkers dat ze weer op een normale manier hun werk kunnen doen. Buurtbewoners vertellen dat de overlast minder is. We zijn er nog lang niet, maar dat zijn wél goede signalen.”

Toen het stadsdeel de jongerenwerkers terugtrok en de Mondriaangroep op de zwarte lijst van buurthuis Oportuna liet zetten, bood buurtbewoonster Fatimazohra Hadjar hulp. Zij fungeert nu voor veel jongens als vertrouwenspersoon.

Hadjar schetst een ontluisterend beeld van jongens die jeugd-tbs hebben gehad of in Glen Mills hebben gezeten. „Sommigen hebben heel wat isoleercellen van binnen gezien. Deze jongens zijn al jaren in beeld bij die zogenaamde hulpverleningsinstanties, ze zijn het bewijs van falend jeugdbeleid. Niemand voelt zich verantwoordelijk voor al dat geblunder. Ze worden steeds weer teleurgesteld, verliezen het vertrouwen in de medemens en dwalen al blowend en drinkend steeds verder af richting zelfvernietiging.”

Abdel koos de verkeerde opleiding, was ongemotiveerd en werd van school gestuurd. De afgelopen maanden werd hij op een lijst roc’s geweigerd, bij solliciteren had hij evenmin geluk. Hij is één van negen kinderen, maar hèt zorgenkindje van zijn ouders. „Dat is zacht uitgedrukt”, zegt hij onverbloemd. „Een nietsnut: dat ben ik.” Een nietsnut, maar geen crimineel: „Al komt die streep soms wel heel dichtbij als je steeds overal wordt afgewezen, geen geld hebt maar wel een studieschuld, geen kansen ziet en toch al als crimineel wordt behandeld.”

Politiechef Kuijn erkent dat er de afgelopen jaren met jongens als Abdel is gesold en dat hun perspectief is vertroebeld. „Zulke jongens moeten we niet afschrijven, maar weer een strohalm bieden. Hij staat zeker open voor een goed zorg- en begeleidingsaanbod.”

Youssef zat drie maanden onterecht vast en werd met excuses en een zakcentje aan schadevergoeding naar huis gestuurd. „Als je van de Mondriaangroep bent, heb je elke keer wel een heel, héél goed alibi nodig”, zegt Hadjar.

Ze zijn zeker niet allemaal, altijd onschuldig. Farid heeft een strafblad, zegt hij zacht. Hij is niet stoer of trots. Hij is boos, maar niet alleen op zichzelf. „Ik werd drie maanden voordat ik mijn mbo detailhandel kon halen van school gegooid. Sindsdien probeer ik dat diploma ergens anders te halen. Maar ze willen me nergens. Wat moet ik dan?”

Hadjar heeft, in haar kantoor in de Poldermoskee, net een gesprek met Mo (19) achter de rug. Hij moet deze maand naar de rechtbank voor zijn aandeel in een vechtpartij. „Ze willen mij de schuld geven, maar ik had er niets mee te maken”, zegt hij.

Ook Mo heeft sinds 2004 een strafblad, ’een winkeldiefstalletje’. Sindsdien kwam er inbraken bij. „Maar ik ben nu al zestien maanden niet in aanraking met justitie gekomen. Het is voor mij helemaal niet moeilijk nu op het rechte pad te blijven. Ik ben gaan inzien dat het het allemaal niet waard is.”

Mo maakt zich kwaad over het etiketje dat aan zijn naam kleeft: ’PM’, Pieter Mondriaangroep. „Bij de rechter, bij de politie, op de scholen: je hoort het overal. Ik ben zogenaamd een leider van die bende. Maar we zijn geen groep, we zijn gewoon jongens uit die buurt, het is ieder voor zich. De politie heeft het over veertig man. Onzin. Ik heb nog nooit met zoveel jongens rondgehangen.”

„We moeten weer oog krijgen voor het individu”, erkent Kuijn. „Als je van deze categorie jongens er één of twee uithaalt, kan dat als een sneeuwbal werken.”

Kuijn heeft bij Marcouch geopperd de Mondriaangroep op te splitsen. Het niet-criminele deel van die groep moet volgens de Ferwerda-methode een ’overlastgevende’ groep worden waarmee het stadsdeel aan de slag kan. „Die jongens zijn bevattelijk voor een andere aanpak. Er zijn jongens die hun capuchon opzetten en weglopen als mijn agenten eraan komen. Maar bij andere jongens ontstaat er al wat vertrouwen. Als we weer een keer de ME de wijk in sturen, zijn we de vijand en kunnen we weer opnieuw beginnen. Maar laten we daar niet op wachten. Jongens die niets willen, sluiten we op of zetten we uit. Dat gaat goed. Maar we zijn de afgelopen jaren de goedwillenden vergeten.”

De namen van de jongens uit de Mondriaangroep zijn gefingeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden