Elke dag precies twee A4'tjes

Hoe ontstaat een boek? In deze maandelijkse interviewserie vertellen schrijvers hoe zij werken, schuren en morrelen aan hun manuscript. In aflevering 5: Anna Enquist (59). Na de dood van haar dochter Margit (in de zomer van 2001) moest zij opnieuw leren schrijven. Nu werkt ze gestaag door aan haar historische roman over Elisabeth Cook, de vrouw van de beroemde 18de-eeuwse ontdekkingsreiziger. Het werk geeft haar houvast: ,,Ik moet elke dag naar die tafel, naar mevrouw Cook.''

Iris Pronk

Twee adviezen hielpen Anna Enquist (pseudoniem van Christa Widlund) om aan haar derde roman te beginnen. Het eerste kwam van Marcel Möring, die zei: ,,Je moet gewoon gaan schrijven.'' Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat was het niet voor deze systematische schrijfster.

Haar vorige romans bereidde ze tot in de puntjes voor, met zeer gedetailleerde schema's en tekeningen. Eerst moest de hele structuur klaar zijn, compleet met hoofdstuklengtes, thema's, onderliggende thema's en muziekmotieven, en pas dan ging Enquist schrijven. Structuren uitdenken is léuk, vertelt de schrijfster in haar intieme, zalmroze geschilderde werkkamer in Amsterdam-Zuidoost: ,,Maar ik werkte zo ook vanwege tijdgebrek; het mocht niet mislukken.''

Enquist schreef 'Het meesterstuk' (1994) en 'Het geheim' (1997) in de marge van een fulltime baan als psychoanalyticus en ze wilde haar tijd zo efficiënt mogelijk gebruiken. Dat lukte goed bij deze boeken: ze zette ze in één keer op papier, zonder kladversies of tussenkomst van redacteuren. ,,Je hebt schrijvers die plannen en schrijvers die gaan zitten en kijken wat het wordt. Aan de producten valt uiteindelijk niets te discrimineren, het een is niet slechter dan het ander. Het is een persoonlijkheidskwestie: ik wil alles eerst in mijn hoofd hebben, om het dan op papier te realiseren.''

Inmiddels heeft Enquist alle tijd om te schrijven, want in 2000 zegde ze haar baan op. Maar een jaar later kwam haar dochter Margit om bij een verkeersongeluk en sindsdien kan zij zich slecht op haar werk concentreren: ,,Het interesseert me natuurlijk ook allemaal niet meer.'' Toen ze eenmaal weer achter haar bureau kon zitten, schreef ze kleinere dingen: een tekst in opdracht of gedichten -nu gebundeld in 'De tussentijd'). Maar een hele roman, nee.

Ze ging wel weer lezen, raakte langzaam maar zeker betrokken bij een oud plan: een boek over kapitein Cook. Een aardige boekhandelaar hield haar van nieuwe publicaties op de hoogte, cabaretier en Cook-fan Diederik van Vleuten stuurde haar ook allerlei informatie. Maar Enquist slaagde er niet in om haar gedachtes te ordenen tot een systematisch ontwerp van een roman.

,,En toen zat ik een keer met Marcel Möring te kletsen en die zei: je moet gewoon beginnen. Je moet helemaal geen structuur bedenken van tevoren, je moet gaan zitten en schrijven. Dan vormt het boek zich gaandeweg. Ik vond dat zo steunend, ik heb daar zoveel aan gehad. Voor mij was het een heel nieuwe manier van werken.'' Het was november 2003, Enquist ging zitten met een nieuw schrijfblok en begon aan hoofdstuk één, niet precies wetend wat daarna zou volgen.

Het tweede advies kwam van Hugo Claus: ,,Schrijf elke dag twee A4'tjes, niet minder maar ook niet meer''. Claus zegt dat niet voor niets, dacht Enquist. En dus produceert zij nu elke dag twee handgeschreven velletjes. Soms kost dat haar anderhalf uur, soms twaalf uur, maar toch structureert die vaste hoeveelheid tekst haar leven. Het is na zo'n ingrijpend verlies heel belangrijk om een dagindeling te hebben, weet Enquist: ,,Dit jaar is wat dat betreft heel veilig en prettig. Ik zie er ook erg tegenop dat mijn boek straks af is.''

Maar nu schrijft zij nog elke ochtend gedisciplineerd aan haar roman. 's Middags typt ze de blocnotevellen zelf uit op de computer; voor het eerst, want voorheen bracht zij haar blocnotes naar de uitgeverij. Heel handig is de schrijfster nog niet op de pc, maar het typwerk bevalt haar wel: ,,Het is ook voor de dagindeling: zo heb ik twee klusjes en wordt het toch nog een agendaatje.'' Schrijven interesseert haar 'in wezen' niet meer, maar is voor Enquist toch belangrijk: ,,Ik moet natuurlijk, in mijn toestand, voor mezelf zorgen. Ik zie dit meer als een soort psychische begeleiding van mezelf.''

De dood van haar dochter heeft haar manier van schrijven ingrijpend veranderd. Enquist is vergeetachtig geworden en heeft voor het eerst een soort werkboek, waarin ze aantekeningen maakt over de wording van het boek. ,,Het is heel kladachtig, vol geheugensteuntjes, heel tuttig eigenlijk.'' Ze maakte bijvoorbeeld een notitie over de muziek van Haydn: ,,Die heb ik in deel 3 geïntroduceerd en die moet dan wel weer terugkomen.'' Ze schrijft nu 'heel gedistantieerd', niet werkelijk begeesterd: ,,Pas in de zomer dacht ik: de personages roepen me.'' Haar zoon, die met haar meeleest, had wel iets van die distantie geproefd, vertelt Enquist: ,,Hij zei: dit boek is op talent geschreven.''

Ook nieuw is dat de schrijfster zich onzeker voelt over haar roman: ,,Ik kan zeggen dat ik er consciëntieus en ijverig aan heb gewerkt, het is zo goed als ik het kan. Een helemaal onzinboek kan het niet zijn.'' Maar is het goed genoeg, kan het beter? Voor het eerst laat zij het manuscript, dat nu voor driekwart af is, aan anderen lezen: aan haar zoon dus, haar man, een vriendin, de redacteur. Vroeger kregen die haar werk pas in een veel later stadium te zien, aan voortijdige bevestiging had Enquist geen behoefte: ,,Ik dacht altijd: schrijven is een hobby van mezelf, dan hoeft een ander niet steeds 'goed zo' te zeggen.''

Deze roman is een avontuur, een aaneenschakeling van eerste-keren. Want ook het genre van de historische roman is nieuw voor Enquist, die haar romans en de Boekenweek-novelle 'De ijsdragers' (2002) situeerde in vertrouwde leefgebieden: de muziek, het gezin, de psychiatrie. Maar nu verdiepte zij zich in een heel andere, oudere wereld: die van de selfmade zeeman James Cook (1728-1779), de ontdekker van Nieuw-Zeeland.

,,Ik vind het wel een plezierig gevoel dat Margit nog van dit plan heeft geweten'', zegt Enquist. Want de schrijfster loopt al rond met het idee sinds zij in 1992 een Cook-museum in Engeland bezocht. Vanaf dat moment is zij gefascineerd door de ontdekkingsreiziger, die óók het medicijn tegen scheurbuik uitvond en onder onbekende omstandigheden op Hawaï werd vermoord.

Maar hoe schrijf je een historische roman? ,,Daar moet je een historicus voor zijn'', dacht Enquist in eerste instantie. Maar ze begon toch, met het tekenen van een tijdbalk op een lange strook wit papier. Daarin noteerde ze alles wat bekend was over het jaar 1775-1776, de periode tussen Cooks tweede en zijn laatste reis: de vergaderingen van de Admiraliteit, de dineetjes, Cooks laatste brieven vanuit de Kaap. De balk fungeert als geheugensteun en als minimale structuur voor haar boek: ,,Tussen de vaststaande dingen door heb ik ruimte om mijn boek in te vullen, daar mag ik fantaseren.'' En de geschiedenis is haar welgezind: Cook hield een journaal bij, maar het verslag van de laatste drie weken van zijn leven ontbreekt. ,,Dat geeft mij vrijheid, dat stuk kan ik dus schrijven'', zegt Enquist.

Haar research deed Enquist in de loop van de jaren gewoon achter haar bureau. Naar Hawaï of Nieuw-Zeeland ging ze niet voor haar boek: ,,Over dat reizen heb ik bedacht: dat is uitstel. Schrijven is eng natuurlijk. Waarom? Als je het eenmaal op papier zet, dan is dat het ook. Je legt je vast en dat heeft iets verdrietigs: dat je uit die talloze mogelijkheden juist die ene kiest. Je bepalen tot dit ene tekstje, dat is eng.''

Bij deze historische roman moet zij erg op haar taalgebruik letten: ,,Ik kan niet zomaar schrijven: 'Ze kwam op stoom', want de stoommachine was nog niet ontdekt.'' Ook allerlei andere details vragen om extra onderzoek: ,,Die kleppen op de trompet, hoe oud zijn die eigenlijk? Kan die zoon wel chromatische muziek spelen, of alleen drieklanken?'' Maar het moeilijkst van het boek vindt Enquist dit: ,,Mijn kop komt natuurlijk uit de 20ste eeuw, zit ik de 18de-eeuwse Elisabeth niet allerlei dingen toe te schrijven?''

Om echtgenote en moeder Elisabeth draait het in haar roman -die nog geen titel heeft en die Enquist daarom maar 'Cook' noemt. De schrijfster toont een ansichtkaart met een olieverfportret van een sterke vrouw met een scherpe blik: ,,Kijk, dit is haar.'' Achter veel grote mannen staan inmiddels vergeten vrouwen -en zo'n 'voetnootvrouw' wil Enquist tot leven roepen.

Wat haar fascineert in Elisabeth Cook? ,,Zij heeft zes kinderen gekregen die allemaal gestorven zijn. Hij is ook gestorven, maar zij is 94 jaar geworden. Hoe handhaaft zo iemand zich?'' Enquist vindt het moeilijk om nu al op het thema van haar roman te reflecteren, maar denkt dat het 'iets met winst en verlies' te maken heeft. James Cook won alles -status, roem, geld- maar vond toch een gewelddadige dood. Zijn vrouw Elisabeth verloor alles -haar man, haar kinderen- maar bleef toch overeind. Hoe is dat mogelijk?

,,Dat er nu eens een dik boek over háár verschijnt, dat vind ik wel leuk, dat ik dit voor haar en die kinderen kan doen. Ik geloof dat ik ook wel fantaseer: misschien is er over drie eeuwen wel een schrijver die een mooie roman over Margit schrijft.''

Enquist werkt heel, heel rustig verder aan 'Cook', ze neemt straks ook alle tijd voor de restklusjes: het maken van een lijst met literatuurverwijzingen, het bedenken van een titel, het zoeken naar een beeld voor op de omslag van haar boek. ,,Ik heb geen zin om me te haasten met die dingen die juist zo leuk zijn. Nu, voor de publicatie, is alles nog zo ongecompliceerd.''

,,Het idee dat ik ooit weer uit mezelf een hele roman zou schrijven...'', Enquist kan zich er op dit moment niets bij voorstellen. Zij had drie plannen voor drie romans, en met 'Cook' is het derde plan straks gerealiseerd. Wel heeft ze een paar buitenliteraire plannen: als haar boek af is, dan wil ze toch een keer naar Nieuw-Zeeland. En ze wordt lid van de 'Cook Society', een curieus gezelschap van echte Cook-fanaten: ,,Dat lijkt me interessant: een detective die zich in die kringen afspeelt. Maar met zo'n plot moet je er wel heel goed met je hoofd bij zijn.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden