'Elke avond checkten we elkaars tenen'

De eerste baan maakt indruk en legt een basis voor later. Advocaat Geert-Jan Knoops (49), begon bij het korps mariniers. Deze week kwam zijn tweede legal thriller uit.

„Op mijn zeventiende heb ik een serieuze sollicitatiebrief geschreven naar Jacques Cousteau. Ik wilde niets liever dan werken op zijn schip, de Calypso. Ik had al mijn zwemdiploma’s, A tot en met F, en ik kon diepzeeduiken. Een machtig man vond ik hem, met een groot hart voor de natuur. Ik verslond zijn boeken. Ik kreeg helaas een afwijzing: te weinig ervaring. Toen hij overleed heb ik gerouwd. Nog steeds probeer ik de dag te eindigen met nog eventjes naar National Geographic kijken.

In plaats daarvan ben ik naar de kweekschool gegaan, met de specialisatievakken biologie en lichamelijke opvoeding, en haalde in 1980 mijn hoofdakte. Door een speling van het lot moest ik in dienst. Gelukkig werd ik geselecteerd voor de officiersopleiding bij het korps mariniers in Doorn.

Ik was 21 jaar toen ik de rang van tweede luitenant kreeg en peloton-commandant werd, met 33 mariniers onder me. We moesten naar het noorden van Noorwegen, op oefening. Het idee was dat de noordflank verdedigd moest worden tegen ’het rode gevaar’. Het was voor de Navo een strategisch punt om eventuele vijandelijke troepen tegen te houden.

Je moet je voorstellen, min veertig in de poolcirkel en dan slapen in tentjes in de sneeuw. Iedere avond controleerden we elkaars tenen op bevriezingsverschijnselen. Met zware rugzakken trokken we op ski’s door het gebied, vaak ook ’s nachts.

Ik leerde mijn grenzen kennen, zowel mentaal als fysiek, je krijgt respect voor elkaar en voor het leven. Maar vooral heb ik daar discipline gekregen, en dat maakt dat ik nu zoveel dingen tegelijk kan doen: mijn werk als strafrechtadvocaat, hoogleraar, schrijver en reserveofficier. Want nog steeds word ik af en toe opgeroepen voor een training met de mariniers.

Als onderdeel van de opleiding in Doorn kregen we les van een marineofficier in het militair straf- en tuchtrecht. Die man was zo inspirerend en bevlogen, ik vond het zo gigantisch boeiend dat ik na die diensttijd het onderwijs heb verlaten en rechten ben gaan studeren. Toch zit de kweekschool er nog steeds in. Een pleidooi houden voor een rechter is een soort lesgeven, je wilt iets overbrengen. Een boodschap en een visie op het recht. De thriller die ik nu heb geschreven ’Advocaat van de president’ (Bruna Uitgevers), gaat over een advocaat die de voormalige president van de Verenigde Staten moet verdedigen. Het is een manier om het internationaal recht begrijpelijk te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden