Elkaar omhelzen - of verduren

In het Erasmusjaar staan denkers stil bij de betekenis van deze grote Nederlander. Vandaag deel 4: Verdraagzaamheid.

'Kan nu van Regeringswege niets worden gedaan om te verhoeden, dat de Islam hand over hand veld winne?" Dit is wat Jacob van den Biesen, katholiek Eerste Kamerlid, zijn collega's vroeg in december 1897. In zijn ogen was de islam 'als de gezworen vijand van het Christendom' een grote uitdaging voor het Nederlandse gezag in Oost-Indië, en daar moest wat aan gedaan worden. Zelf dacht hij aan het verbieden van de hadj, de bedevaart naar Mekka, vanuit Indië; of het bemoeilijken daarvan door een 'zeer duur passenstelsel'. Want anders zouden al die pelgrims maar denken dat ze als 'priesters' een speciale positie hebben en 'het fanatisme van de moslim' aanwakkeren en een godsdienst bevorderen die 'wellust, wreedheid en fatalisme in haar vaandel voert.'

De liberale Amsterdamse krant Het Algemeen Handelsblad kon met deze woorden niet instemmen. Voor haar stond niets minder dan het beginsel van 'verdraagzaamheid' op het spel, 'een bewijs van den eerbied dien vrije zielen elkander verschuldigd zijn'. Juist gelovigen - die het heilig vuur kenden - zouden moeten inzien dat je het geloof van een ander niet moet inperken, of dat nu in Nederland was of in 'Insulinde' (Nederlands-Indië). Dwang kon nooit het antwoord zijn.

Het Handelsblad hoopte verder, net als Van den Biesen, dat de islam in Indië door geslaagde christelijke zending en missie aan kracht zou inboeten, maar: door de macht van het Woord. Het verbieden van de hadj - een islamitisch gebod - vond de krant uitermate onverstandig omdat dit alleen kwaad bloed zou zetten.

Wel gaf de krant toe dat 'zij die Mekka bezoeken, nu juist niet worden opgevoed in eerbied voor de overtuiging van andersdenkenden en voor de heerschappij van ongelovigen'. En 'onze ambtenaren zullen zeker het oog moeten houden op de hadji's', islamitische bewegingen en 'mystieke broederschappen'. Maar met zoveel moslims zou Van den Biesens 'onverdraagzaamheid' domweg averechts werken. De geschiedenis leerde toch dat Nederland van 'Mohammedaansch fanatisme' weinig te vrezen had. Opstanden uit het verleden gingen over andere zaken dan het geloof, en de bevolking zou trouw blijven - mits de kwaliteit van het bestuur (en het beleid) op peil bleef.

De verdraagzaamheid in het land van Erasmus kent een ingewikkelde geschiedenis. Misschien komt dat deels door Erasmus, man van het irenische en relativerende midden én man van de scherpe polemiek, die vond dat je helemaal niet verdraagzaam hoefde te zijn jegens hypocrieten en scherpslijpers. Misschien was hij zelf niet helemaal consequent in zijn adviezen over verdraagzaamheid.

Nederlanders hebben sinds zijn tijd veel energie gestoken in verdraagzaamheid. Ze zijn daarin misschien niet uniek, maar de pluriformiteit van het land betekende wel dat ze er hard aan moesten werken. Er heerst wel verwarring over het begrip: kun je spreken van een eenduidige geschiedenis van de Nederlandse tolerantie?

Volgen de historicus Benjamin Kaplan heeft 'tolerantie' door de eeuwen heen zoveel betekenissen gehad, dat je niet over één begrip kunt spreken. Wat een zeventiende-eeuwer eronder verstond, wijkt sterk af van de interpretatie van moderne Nederlanders. Bovendien zijn de Nederlanders het in elke periode onderling oneens over de betekenis ervan.

Verdraagzaamheid als een ander woord voor onverschilligheid, of verdraagzaamheid als volledige erkenning van de ander: beide definities komen voor. Daarom is het eigenlijk gevaarlijk om over verdraagzaamheid te spreken als een stabiele praktijk die Nederland vele eeuwen gekenmerkt zou hebben.

Wel komen dezelfde argumenten over verdraagzaamheid terug, althans in de moderne tijd. De laat-negentiende eeuwse gedachtenwisseling tussen Van den Biesen en het Handelsblad is daarom markant.

Je kunt Van den Biesens opvattingen

verbinden met een breed gedeelde gedachte die in Nederland maar ook elders leeft, verwoord in de uitspraak die wordt toegeschreven aan de Britse staatsman en schrijver Lord Chesterfield (1694-1773): "Men moet onverdraagzaam zijn tegen de onverdraagzaamheid."

Het protestantse wantrouwen tegenover het 'onverdraagzame' katholicisme is hiermee sinds de achttiende eeuw vaak gerechtvaardigd; als protestants land van vrijheid en verdraagzaamheid dienden de 'roomsen' kort te worden gehouden, want als knechten van onvrijheid konden ze alleen misbruik maken van verdraagzaamheid.

Maar je hoefde geen anti-katholieke protestant te zijn om dergelijke sentimenten te koesteren. 'Onverdraagzaamheid tegen onverdraagzaamheid' is in de eerste plaats een beginsel dat neerkomt op: er is een waardenstelsel dat iedereen moet omhelzen voordat ze verdraagzaam kunnen worden genoemd, of op verdraagzame wijze bejegend worden. Het is ook de verdraagzaamheid van het eigen gelijk, waarbij de groep die de andersdenkenden verdraagt zichzelf superieur vindt: liberaal over orthodox, protestant over katholiek, christen over islam, seculier over gelovig. Het probleem van de ander is dat hij onverdraagzaam is.

Die impuls is misschien begrijpelijk - orthodoxen, katholieken en moslims zijn niet altijd even tolerant geweest - maar roept eerder spanningen op dan ze weg te nemen. De verdraagzamen jagen hun tegenstanders ermee in het harnas. En het maakt pleitbezorgers van verdraagzaamheid kwetsbaar voor het verwijt dat ze eigenlijk hypocriet zijn: tolerant voor eigen volk, maar niet voor andersdenkenden. Dat was ook de klacht van katholieken en gereformeerden: schijnheilig, die uitingen van verdraagzaamheid onder de liberale burgerheren.

Deze impuls is allerminst verdwenen. Er zijn burgers die - net als de protestanten van een eeuw of twee terug - vinden dat vrijheid en tolerantie bedreigd worden door nieuwkomers en moslims die deze waarden niet delen. De houding van Bolkestein, Fortuyn en Wilders is niet nieuw, alleen spreken zij niet over het beschermen van de protestantse of christelijke natie, maar over een land met seculiere waarden die verdedigd moet worden. In dit opzicht verschilt Nederland ook van de ons omringende landen, waar de dreiging van de islam nog steeds vaak in verband gebracht wordt met de strijd tegen de christelijke cultuur.

Heel anders is verdraagzaamheid in de sentimenten van het Handelsblad in de reactie op Van den Biesen: het is van groot belang eerbied te hebben en te tonen voor de overtuiging van andersdenkenden. Het is beter om verdraagzaamheid niet van je tegenstanders, maar vooral van jezelf en je medestanders te verwachten. Niet: hoe staan zij ten opzichte van tolerantie maar: hoe staan wij er zelf in? Stichtelijke christelijke en burgerlijke literatuur hebben dit sinds de achttiende eeuw (zo niet eerder) beklemtoond; een ware gelovige, of weldenkende, burger moest vooral aan zichzelf bewijzen dat hij een diepgevoelde eerbied had voor mensen van een andere overtuiging.

Ik moest eraan wennen (dat is nu snel aan het vervagen) dat Nederlanders mij als protestant ruimte gaven om voor het eten te bidden, ook al deden ze daar zelf niet aan. Ergens was dat ook voor hen een belangrijk gebaar.

Verdraagzaamheid is dan geen ideologie of maatstaf die je aan anderen oplegt, maar een norm die je vooral jezelf aanmeet. Door tolerantie te zien als het respecteren en waarderen van andere tradities, zijn andere vormen van toenadering en uitwisseling mogelijk, en daarmee ook het begrijpen van de beweegredenen van anderen. Die nadruk is duidelijk aanwezig in de Nederlandse geschiedenis, en valt te verbinden aan de traditie van Erasmus.

Ik voel me er zelf door aangesproken. Ik denk dat het vermogen om op deze manier verdraagzaam te zijn voortkomt uit religieuze of spirituele tradities waarin je God tegenkomt in de ontmoeting met een ander; het christendom heeft gaandeweg, over vele eeuwen, moeten leren om dit aan te voelen en in praktijk te brengen. Maar ik weet echt niet of ik gelijk heb, want de capaciteit voor verdraagzaamheid tref ik bij verschillende soorten mensen.

Toch is dit vermogen een groot goed. En er zijn mensen die zulke opvattingen nog koesteren, en menen dat Nederland zijn beste tradities dreigt te verliezen door dit toegenomen wantrouwen jegens migranten en moslims. Geert Mak heeft hun gevoelens in zijn boek 'Gedoemd tot Kwetsbaarheid' uit 2005 compact verwoord.

Het Handelsblad voegde nog een reden toe om verdraagzaam te zijn: het is de meest prudente optie. Je krijgt er problemen mee als je repressief optreedt in geloofszaken. Het is de praktische afweging dat het meer kost om je onverdraagzaam op te stellen dan je koest te houden. Dan ben je bezig met verdragen, tolereren en gedogen. Ruimte scheppen voor de ander, ook al doe je het niet van harte, zou meer opleveren.

Dit is een ongemakkelijke vorm van tolerantie. Het is helemaal geen verdraagzaamheid, maar het verduren, het schoorvoetend ruimte geven aan mensen wier denkbeelden je problematisch en zelfs onuitstaanbaar vindt. Deze houding heeft Nederland geen windeieren gelegd. Het gedogen van afwijkende levenskeuzes en het pragmatisch vermijden van repressie heeft bijgedragen aan de lieve vrede in dit land. Deze houding was geen teken van warme deugdzaamheid, integendeel. Maar ze erkende dat een samenleving niet al te veel conflict kan hebben; ook niet in de repressie van in potentie gevaarlijke mensen. Bovendien is ze een erkenning dat je niet eindeloos open kunt staan voor 'de ander,' dat kun je niet van iedereen verwachten. Mensen missen het vermogen om grenzeloos alle verschillen te accepteren en te omhelzen. Het zou natuurlijk prachtig zijn als mensen uit het diepst van hun hart verdraagzaam kunnen zijn. Maar als dat niet lukt, is het pragmatische gedogen the next best thing.

Het is misschien dan ook niet verrassend dat het Handelsblad uit 1898 overging van een uitgesproken lofzang op de gewetensvrijheid naar een veel voorzichtiger opstelling jegens islamitische onderdanen. Deze doublemindedness van weldenkend Nederland, toen maar ook nu, heeft schaduwkanten. Ik vermoed dat deze combinatie van redenen de houding van de weldenkende gemeente tegenover moslims goed weergeeft: denken dat het juister is om respectvol te bejegenen dan onverdraagzaam te zijn, en tegelijkertijd denken dat een goede behandeling van mensen die je niet helemaal vertrouwt, fanatisme kan voorkomen.

Voortdurend schipperen tussen het vertrouwen en wantrouwen van je medeburgers, dat roept vragen op over waar je nu precies staat. Het moet voor moslims een ongemakkelijk gevoel opleveren als ze dit schipperen ontdekken: ze worden tegelijk vertrouwd en gewantrouwd door mensen die zeggen aan hun kant te staan.

Ik weet niet of Nederlanders die dubbelzinnigheid kunnen doorbreken. Ik denk dat (moslim-)asielzoekers leren kennen al veel wantrouwen wegneemt. Misschien is dat niet altijd nodig: soms heb je slechts de opdracht om te gedogen, om ruimte te geven aan anderen, ook al gaat het niet van harte. Ik heb het niet over gedogen van wetsovertredingen of over stilzwijgen bij bedenkelijke denkbeelden. Maar wel over het besef dat anderen er ook mogen zijn, zelfs als ze abjecte ideeën hebben en je bang voor ze bent.

Gezien de toenemende spanningen door de nieuwe golf migranten, is het goed deze minimalistische definitie van verdraagzaamheid niet te verwaarlozen. Het gaat niet alleen om het omhelzen van verschillen, maar om het oefenen van zelfbeheersing door gevoelens van wrok, wantrouwen en afwijzing voor je te houden om toch in vrede te kunnen samenleven.

Dat is niet heel inspirerend. Maar in deze tijd kunnen we niet zonder die negatieve deugd. Daarom kunnen we niet beter doen dan: de ander omhelzen waar het kan, en de ander verdragen waar het moet.

Erasmus in glas en lood Voor de Goudse Sint Janskerk ontwierp beeldend kunstenaar Marc Mulders een glas-in-loodraam, geïnspireerd op Erasmus' gedachtengoed. Details ervan verluchtigen dit essay; het raam is nu nog te zien in de expositie 'Ik wijk voor niemand' in Museum Gouda.

James Kennedy (1963) is historicus, dean van de University College Utrecht en columnist van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden