Elk nu bergt nieuwe kansen

In het negende gesprek over denken en dichten buigt de Amsterdamse filosoof Theo de Boer zich over ’Het magerebrugwonder’ van K.Michel (1958). „Dit gedicht heeft nauwelijks uitleg nodig. Je kunt het zo aan je kleinkinderen voorlezen.”

Peter Henk Steenhuis

In het laatste jaar van de oorlog woonde Theo de Boer in Zwartsluis. Omdat er in die tijd nauwelijks auto’s waren, floreerde de binnenvaart. Hij zag talloze aken aan zich voorbijtrekken, vaak zo diep geladen dat ze leken te zinken. „Ik ben alleen nooit op het idee gekomen dat het water uit het schip zelf kwam. Waarom eigenlijk niet? Slecht gekeken?”

Kijken – daarover gaat dit heldere gedicht van K. Michel. De ik-figuur moet wachten bij de Amsterdamse Magere Brug.

De Boer: „Bij K. Michel valt me altijd zijn woordkeus op. Gerard Reve noemt dat in ’Zelf schrijver worden’ Zuil IV van het schrijven. Door het bijvoeglijk naamwoord ’springerig’ zie ik die golfjes onmiddellijk voor me. Dit gedicht heeft nauwelijks uitleg nodig. Je kunt het zo aan je kleinkinderen voorlezen.’’

Toch noemt u dit een filosofisch gedicht.

„Dat komt door de laatste regel: ’Incognito drijft de bron van de rivier voorbij’. Die regel is essentieel.”

Dat zegt u intuïtief?

„Nee, je kunt dat experimenteel vaststellen. Je kunt bijvoorbeeld een zin of een woord veranderen, en dan kijken wat er gebeurt. Als die ingreep het gedicht bederft, bewijst dat hoe noodzakelijk de oorspronkelijke versie was.”

De laatste regel brengt dus een verandering teweeg. Welke?

„Dat de rivier stroomt uit een schip óp die rivier, dat kan gewoon niet. De laatste regel geeft aan de voorlaatste een symbolische duiding. Hij verandert dat mirakel in een mysterie.”

Wat betekent deze duiding?

„Het slot maakt dat het gedicht veel ’te denken geeft’ om een uitdrukking van Immanuel Kant over poëzie te citeren.

Bij ’de bron’ denk ik aan de oorsprong van het leven, de geschiedenis. Het zoeken naar de oorsprong hoort tot onze culturele erfmassa. De filosofie begint met het mythische denken. In een mythische cultuur is al het handelen gefundeerd in de handelingen van een held uit de oertijd, die geïmiteerd moeten worden wil de cultuur kunnen blijven voortbestaan.

Maar er is ook de tegenbeweging: de weg van het nu naar de toekomst, die de drijfkracht is achter het vooruitgangsgeloof.

Deze twee modellen hebben in de moderne tijd twee typen mensen voortgebracht, conservatieven en progressieven. Stellig kun je die ook onder die wachtenden bij de Magere Brug vinden.”

De race door de geschiedenis gaat nu wel heel snel.

„Dat moet, want ook wij hebben niet veel tijd, daar voor die brug. Uit het slot kun je opmaken dat die wachtenden één ding gemeen hebben: ze zijn met hun gedachten elders. Ze zoeken de zin van hun bestaan niet daar waar hij volgens de laatste regel gezocht moet worden: bij de voorbijdrijvende bron van de rivier.”

Waarom ligt de zin van het bestaan daar?

„Dat probeer ik te illustreren aan de hand van die beweging naar voren of achteren. In het licht van die laatste regel hoop ik zo ook mijn eigen moderne of laatmoderne tijd beter te begrijpen.’’

Laatmodern?

„De breuk met het mythische en klassieke denken, gericht op ’eeuwige waarheden’ is pas echt radicaal bij het ontstaan van het historisch bewustzijn eind 19de eeuw. Toen brak het besef door dat we met al ons hebben en houden zijn ingescheept op de rivier van de tijd.

Je kunt eigenlijk in dat historistische denken maar twee kanten uit: stroomopwaarts of stroomafwaarts. Je zoekt je heil in het verleden of in de toekomst. Je bent vooruitstrevend of reactionair. Zo ontstaan de genoemde twee typen mensen die de Brits-Amerikaanse dichter W.H. Auden karakteriseerde als arcadiërs en utopisten. De eersten hebben een nostalgisch verlangen naar het Arcadia van het verleden, de anderen hunkeren naar een Utopia van de toekomst. Beide antitypen delen een afkeer van het nu.

Let wel, dat is ook bij de progressieven het geval. Denk maar aan de uitspraak van Lenin: wij zijn mest op de velden van de toekomst, waar een enorme zelfhaat uit spreekt. ’Alles moet weg’ heb ik een verdoolde utopist in de jaren zestig wel eens horen roepen – ook hij zelf dus en ook de kameraden.”

Heeft dit verhaal nog iets met dit gedicht te maken?

„Zeker: die twee antipoden hebben hun visie op de tijd gemeen. En daar gaat die laatste regel over. Alle wachtenden, die noodgedwongen hun jacht op koopjes bij de antiquair en de Blokker even onderbreken, staan daar maar te staren. Maar wat ze niet zien, wat incognito blijft, is dat de bron meedrijft.

Wat ís die bron? Daar draait het om. De bron is het nu, het centrum van waaruit we reiken naar de toekomst en terugblikken naar het verleden. Zonder dat nu is de tijd leeg. Elk nu bergt nieuwe kansen. Bijvoorbeeld om een dichtregel te interpreteren - om dicht bij huis te blijven.

Het gedicht van K. Michel navigeert tussen de boeien van het arcadische en utopische denken door, naar een punt waar we altijd al zijn. Je zou ’Het magerebrugwonder’ ook een mystiek gedicht kunnen noemen.’’

U schiet in de lach.

„Ja. Ik ken K. Michel en hij zou deze typering niet voor zijn rekening nemen, vrees ik. Dat doet er niet toe, hij is de baas over de tekst, wij over de interpretatie – binnen zekere grenzen natuurlijk. Je kunt dit gedicht overigens ook vanuit de christelijke traditie lezen, want arcadië en utopia zijn seculiere varianten van het paradijs en het nieuwe Jeruzalem.’’

Heel even terug: wat zijn die grenzen van de interpretatie?

„De letter van de tekst. Maar je hoeft daar niet halt bij te houden. Een filosoof probeert, zoals ik al zei, te formuleren wat het gedicht hem te denken geeft. In zijn eigen jargon natuurlijk en dat is nu eenmaal een andere taal dan die van de dichter. De dichter zegt ’kijk’, de filosoof zegt ’ken’. Hij probeert te begrijpen wat hij ziet door het gedicht een context te geven, maar stuit al interpreterend toch ook op een grens.

In beslag genomen door onze eendimensionale besognes met hun wetten van voor en na, van waarom en waardoor, zien wij niet wat er nú gebeurt. Je kunt als filosoof lezers daar attent op maken. Je kunt zeggen dat het nu de bron is van creativiteit, van het nieuwe dat altijd weer een wonder is. Maar wat is dan weer de bron van die bron?

Je zult in mijn werk vergeefs het woord ’mysterie’ zoeken, maar nu gebruik ik het, sinds kort. De termen mystiek en mysterie zijn beide afgeleid van het Griekse muein wat ’de ogen sluiten’ betekent. Een mirakel is een spektakel. Bij een mysterie gaat het om iets wat je pas ziet als je de ogen sluit voor het dagelijkse schouwtoneel. Niet om iets nieuws te zien maar om nieuw te leren zien.’’

Gaat het nu om zien of om kennen?

„In wezen berust elk kennen op een zien. Maar de filosoof gebruikt een ander soort taal. Hij redeneert, vergelijkt en gebruikt geen poëtische middelen.

Een aardig detail laat zien hoe visueel dit gedicht is. Die tekstballonnen uit het gedicht zijn ook kijkdingen. Kijk maar naar de eerste strofe, waar de bekommernissen van de dichter tussen haakjes staan die, aan elkaar gekoppeld, visueel een ballon zouden vormen. Ook de andere tekstballonnen zijn ’bijna zichtbaar’. Je kunt erin prikken. Een filosoof zou zeggen: maak ze je bewust, dat is een eerste stap naar zelfkennis.

Het sympathieke van dit gedicht vind ik overigens dat de beperkte blik ook geldt voor de ik-figuur. Hij maakt voor zichzelf geen uitzondering. Ook hij is met zijn gedachten elders. Maar er is wel een belangrijk verschil: zijn tekstballon is een dichtregel.’’

U bedoelt die optelsom uit de eerste strofe.

„Ja. Het is niet alleen het woordgebruik, waarin dit gedicht uitmunt. Assonantie en alliteratie spelen wel degelijk een rol, al springt de dichter er spaarzaam mee om. Om de traagheid van de aak te benadrukken, gebruikt K. Michel in de eerste strofe een opeenstapeling van a’s: geladen, aak, traag en naderde. Het gebruik van de a-klank is een beproefde techniek om vertraging uit te drukken. Denk aan de beroemde regel van Karel van de Woestijne: ’Het huis mijns vaders waar de dagen trager waren.’ Mijn bewering dat de dichter zegt: ’kijk!’, moet dus aangevuld worden met ’De dichter zegt: hoor!’.

Om terug te keren naar de regels van de tekstballon: in dit minigedicht ligt het tempo aanvankelijk nog laag. Van de trage a’s in ’cadeau Karin/ pasta’, loopt het tempo op in de o’s van ’room, boontjes, loodgieter’. Vooral de laatste alliteratie van ’boontjes’ en ’bellen’ verleent de zin tempo; klank drukt uit hoe gedachten een vlucht nemen.’’

Wat is het effect van die klank?

„De klankverwantschap suggereert nieuwe, onvermoede betekenissen.

De letter is eeuwig, maar het denken, de geest is tijdelijk en dus is de betekenis veranderlijk en relatief. Maar niet alleen het denken is relatief, ook het kijken blijkt relatief, want het wordt mede gestuurd door het horen. De klank, de muziek geeft de meeste kans te ontsnappen aan ingesleten denkvormen.’’

Die ontsnappingsclausule zie ik nog niet.

„In de laatste regel staat dat incognito de bron voorbijdrijft. Hoe weet de dichter dat? Voor hem is het kennelijk gekend, cognito. Hoe kan hij zeggen: kijk maar, je ziet wat je niet ziet, dat water uit de aak is de bron van de rivier? Dat stond toch niet in zijn tekstballon, ook hij was toch met zijn gedachten elders?

Inderdaad, als je alleen naar de letter kijkt, stond dat er niet in. Maar die ballon bleek een gedicht. Als alliteratie en rijm de regel Schwung en tempo geven, dan snelt deze zijn letterlijke inhoud voorbij. Want hoe komt de ik-figuur uit het gedicht op de loodgieter? Via de lekkage in de aak? Of via de reeks van de ’o’, via de room en de boontjes, die elk zijn boven komen drijven in een associatiereeks? Of juist in een onzichtbaar samenspel van die twee?

K. Michel heeft de woorden van een gedicht eens vergeleken met schapen, lastige beesten die elk een andere kant op willen. Die moet hij dan als een Schotse collie in één richting drijven. Je krijgt zo in dit minigedicht een klein inkijkje in de wijze waarop hij de boel kundig bijeenschrijft. En dat is ook waar voor het gedicht in zijn geheel.’’

iEerdere afleveringen van deze reeks zijn terug te lezen op www.trouw.nl/denkendichten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden