Elk jaar beter, net als Bauke

De Nederlanders doen weer volop mee in de Tour de France. Veel jonge wielrenners hopen daar ooit te starten. Wat doen de goede verrichtingen van Bauke Mollema en Laurens ten Dam met ze?

Rond zes uur 's avonds is wielrenster Vera Koedooder al begonnen aan haar solo van 40 kilometer, die ze winnend zal afsluiten. De rondemissen frissen zich op in een tot toilet omgebouwde aanhangwagen, terwijl de wedstrijdspeaker de namen van de sponsoren opdreunt. Voorbij de finish mengt dat geluid zich met de muziek van de draaimolens en botsauto's. In juli zijn traditiegetrouw weinig wielerwedstrijden, als de profs rondrijden in de Tour de France. Op kermiskoersen als die in Bergeijk na.

Robbert de Greef (21) en Jochem Hoekstra (20) moeten om zeven uur starten in de wedstrijd voor beloften en elite. Ze rijden in de ploeg Cyclingteam Jo Piels. Tevreden stellen ze vast dat ze met zes renners goed vertegenwoordigd zijn.

De Greef fietst al sinds zijn tiende. Dit is zijn laatste jaar in de beloftencategorie (19 tot 23 jaar), voor volgend jaar moet hij een contract verdienen bij de eliterenners. Hij werd dit jaar al eerste, tweede en derde in klassiekers. Goede resultaten, maar het kan beter. "Een contract verdienen wordt lastig, waarschijnlijk gaat het niet lukken. Dan kan ik niet bij de ploeg blijven." In dat geval gaat De Greef volgend jaar zijn opleiding sport, economie en communicatie afmaken. Hij moet nog één jaar, op dit moment richt hij zich fulltime op het fietsen.

Laat begonnen
Hoekstra fietst nog niet zo lang wedstrijden als de Greef, ongeveer zes jaar. Hij heeft nooit spijt gehad dat hij laat is begonnen, maar vindt dat hij nog wat weinig wint. Dit jaar werd hij wel districtkampioen, een behoorlijk succes.

Omdat hij pas zo laat ging fietsen, heeft Hoekstra wat in te halen. "En ik word nog elk jaar beter." Uiteindelijk zou hij, net als de andere beloften van Piels, graag prof worden. "Maar nu wil ik vooral lekker fietsen." Wat die eventuele toekomst als prof betreft, kan Hoekstra zich optrekken aan het verhaal van Bauke Mollema, de 26-jarige wielrenner die momenteel nog zicht heeft op een plaats op het Tourpodium. "We komen allebei uit Groningen, zijn vrij laat begonnen met fietsen en maken allebei grote stappen." Om direct te relativeren: "De stappen gaan bij mij wel iets minder snel dan bij Bauke."

Als ze tijd hebben naast het trainen en koersen, volgen de jonge renners van Piels de verrichtingen van Mollema en Laurens ten Dam, de andere Nederlander die het zo goed doet in Frankrijk. "Niet per se omdat het Nederlanders zijn, ik volg de Tour sowieso wel. Al ga je wel meer opletten of ze nog kunnen meekomen als ze de Mont Ventoux oprijden", zegt Koen Bouwman (19), terwijl hij zich samen met Steven Lammertink (19) klaarmaakt voor de wedstrijd. Ze plaatsen de wielen in hun fietsen, spelden zittend in de autokofferbak hun rugnummers op en trekken hun tenue aan.

Het succes van Nederlandse renners in de Tour de France is voor de twee niet direct een reden om nóg beter hun best te doen om ooit prof te kunnen worden. Ze doen en laten namelijk al erg veel voor hun sport. Bouwman: "Ik train elke week rond de twintig uur en werk in een fietsenzaak waar ik mijn uren flexibel kan invullen. In de zomer rijd ik ongeveer vier wedstrijden per week." Voor Lammertink geldt hetzelfde, en in een kroeg of discotheek zul je hem niet tegenkomen. Rond die tijd ligt hij vaak al op bed. "Mijn voorbeeld is Michael Boogerd. Al ben ik net te jong om hem te hebben zien rijden, ik heb wel zijn boek gelezen. Hij was echt een trainingsbeest, dat spreekt me aan."

Alpe d'Huez
Voor jongens en meisjes die al meerdere jaren fanatiek met hun sport bezig zijn, zijn successen zoals die van Michael Boogerd en recenter Mollema en Ten Dam, misschien geen extra motivatie. Maar voor kinderen die de Nederlandse renners vandaag de Alpe d'Huez zien bedwingen wel, verwacht wielerbond KNWU. Misschien niet één-op-één, maar wel op de lange termijn. "Drie dagen na een goede etappe zullen wielerclubs niet direct nieuwe leden krijgen", zegt woordvoerster Anne Loes Kokhuis. "Maar kinderen zullen nu misschien eerder overwegen te gaan wielrennen, naast voetbal en tennis." Zoals na de olympische successen van Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn ook meer kinderen gingen zwemmen.

"Zien rijden doet rijden", zegt ook Marino van den Berg van de Brabantse Wielerfederatie. Ook hij verwacht de komende jaren aanwas van kinderen die dromen ooit hun handen in de lucht te steken op de Champs Élysées. Maar ook oudere generaties zullen meer op het zadel klimmen, denkt hij. "Er zijn veel mannen in de leeftijd van 25 tot 45 die vroeger koersten maar daarmee stopten toen ze kinderen kregen." Bij hen zou het nu best weer kunnen gaan kriebelen, denkt Van den Berg.

Het fietsen is in Nederland al langer aan een opmars bezig. "Grote toertochten, zoals de Marmotte over beroemde Alpencols en toerversies van profwedstrijden als Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl, worden steeds populairder." Daarnaast slibben fietspaden dicht met trimmers die in hun vrije tijd een rondje fietsen.

Het wordt gevaarlijker, zegt Van den Berg. "Het aantal pelotons van veertig tot vijftig man dat over de openbare weg raast, neemt toe." Desondanks raadt hij enthousiaste aspirant-renners aan op de weg te beginnen met trainen. "Het niveau in wedstrijden ligt erg hoog. De eerste keer is altijd teleurstellend, omdat mensen het niet kunnen bijhouden en niet voldoende stuurvast zijn in de bochten." Op de openbare weg kunnen beginners terecht in trainingsclubjes met verschillende snelheden. "Die kunnen ook erg hard gaan. Afgelopen zondag reed ik nog 43 gemiddeld over een rondje van zestig kilometer."

Ook in Bergeijk wordt niet ingehouden. De negentig kilometer over het bochtige parcours met klinkers en verkeersdrempels wordt in ruim twee uur afgewerkt. De toeschouwers lijken eerder voor de avondzon dan voor de 41 keer passerende wielrenners langs het parcours te zitten. Voor veel van de twee-onder-een-kapwoningen staan tuinstoeltjes geparkeerd. Soms met parasol, of een paar kratten bier en stampende feestmuziek.

Ex-prof Ton Reijnders (75) en ex-amateur Frans Cremers (74) komen wel voor de koers, ze hebben de startlijst bij de hand. Ze zijn nog altijd 'kilometervreters'. Hun gladgeschoren pezige kuiten en zongebruinde armen bewijzen het. De kermiskoers leent zich goed om over de wielersport te praten. Bedreven schakelen ze van de verrichtingen van de Nederlandse coureurs in Frankrijk naar die van de jongens in Bergeijk.

Als eliterenner Ferdi Frijters vlak voor de kopgroep van vier juichend de eindstreep passeert, knikken de heren goedkeurend. Reijnders: "Ja, we hadden Frijters verwacht, hij was de rapste van het groepje."

Piels-renner Bouwman komt als derde over de finish. Hij houdt er een bos bloemen en premiegeld aan over. "Waarschijnlijk ongeveer 150 euro. Niet verkeerd voor twee uurtjes fietsen. En het is maar een kermiskoers, toch staat hier wel zeventig man aan de start, en je rijdt niet zomaar podium." Als hij de bloemen in de auto heeft gelegd, stapt hij weer op de fiets en rijdt met zijn rolkoffer aan de hand naar de douches. Donderdag staat weer een kermiskoers op het programma, dan in België.

Wielerbonden
Het ledental van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie (KNWU) schommelt rond de 25.000. De KNWU behoort wat dat betreft tot de middenmoters onder de sportbonden. Sportfietsers kunnen lid worden van de KNWU voor een basislidmaatschap. Hiermee zijn de renners verzekerd en kunnen ze deelnemen aan toertochten. Om aan wedstrijden deel te nemen moeten renners een licentie aanvragen. Het aantal renners met een licentie groeide tot 2010 tot bijna 12.000, en zakte sindsdien in. Naast de KNWU kunnen wielrenners zich ook inschrijven bij de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU). Die bond heeft ruim 53.000 leden. Via de NTFU kunnen wielrenners lid worden van toerverenigingen en trainingsclubjes.

Televisie en de Tour
Vooral oudere mannen bekijken de Tour de France op de televisie. Zij zijn oververtegenwoordigd in cijfers van Stichting Kijkonderzoek. Naar de beklimming van de Mont Ventoux, zondagmiddag, keken 1,4 miljoen mensen. Hiervan bestond slechts 13 procent uit vrouwen tussen 20 en 49 jaar en maar 3 procent uit jongeren van 13 tot 19 jaar. De verhouding man-vrouw ligt op ongeveer 65 tegen 35 procent. De leeftijdscategorie met de meeste kijkers was 35-49, met 27,5 procent, gevolgd door de kijkers tussen 50 en 65 jaar, die 27,2 procent van het publiek uitmaakten. 21 procent van de Tourvolgers was 65-plusser. Volgens de NOS groeien de kijkcijfers voor de wielersport, waarschijnlijk dankzij het Nederlandse succes tijdens deze Tour.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden