Column

Elk beetje vooruitgang bij Oranje doet ook pijn

Koeman: “Ik ben niet iemand die denkt: mij lukt alles.” Beeld REUTERS

De eerste indruk na de persconferentie, een klinkend optreden, op zijn eerste werkdag: aan de bondscoach zal het niet liggen. De spelers, tja, dat is een ander verhaal, maar wat doe je eraan: die zijn nu eenmaal zo goed niet meer.

Het mooiste zinnetje van Ronald Koeman zat verstopt in een verder voorspelbaar betoogje over Memphis Depay. Hij wil de strijd met hem aangaan, had Koeman gezegd. Het is interessant om met dergelijke types aan de slag te gaan, zei hij. Zo zegt elke trainer dat en zo denkt elke trainer dat het hem wél lukt, dat weet Koeman natuurlijk ook. Subtiel zei hij het toch net anders: “Ik ben niet iemand die denkt: mij lukt alles.”

Vorige maand, bij zijn aantreden, vond ik Koeman nog niet zo sterk. Hij zei dat er in Nederland meer moet worden getraind, en veel meer eigenlijk niet. Dat was wat oppervlakkig, om niet te zeggen een open deur.

Natuurlijk, voor de vernieuwing van het Nederlandse voetbal vanaf de wortels is hij niet de eerst aangewezene, als de coach die het moet rooien met de gearriveerde en nauwelijks meer kneedbare spelers van het land. Het had kunnen helpen, als Koeman er met zijn status en zeggingskracht toch wat zware woorden over had gesproken. Maar hij is nooit van dat gewichtige geweest, en daarbij: toen hij, de pragmaticus, al in het vorige decennium het realistische voorbeeld gaf, wilde Nederland nooit echt luisteren, zo is het ook weer.

Nu, maandag, op zijn eerste werkdag, bewoog hij zich op volledig vertrouwd terrein, en laat hem dan maar schuiven. Hij is niet de trainer, zei Koeman dus fijntjes, die denkt dat het hem wel lukt, met Depay of met wie er verder in dat genre op zijn pad komt. Hij zal zijn best doen, maar wie niet past of wil passen in het team dat hij moet vormen, zal ergens onderweg afvallen, reken daar maar op.

Dat is ook zoiets, dat team, de teambuilding. Zonder topspelers moeten we een team vormen, zegt Koeman, moet hij zeggen – en iedereen zegt het hem na. Het is natuurlijk volledig waar, maar ik moet al heel lang gniffelen om de houding die je dan gauw in Nederland voelt: alsof we iets nieuws gaan doen, iets anders, we gaan een team vormen.

Louis van Gaal

Sinds 2006 klonk het voor en tijdens eindtoernooien: het zou nu anders gaan, we waren een team, hier en daar konden spelers het met bijna religieuze ernst belijden. Vergeten werd dat andere landen zich ook verenigden en dat sommige daarin toch van nature net iets beter zijn.

We kregen deze week een rondleiding door het nieuwe hotel van Oranje, in Zeist. In de ‘huiskamer’ voor de spelers, compleet met knapperend haardvuur, hing een dartbord. Op een tafeltje lag een kaartspel, op een ander het bord (compleet met zandloper) van ‘30 Seconds’, een leuk gezelschapsspel.

Ach, daar zal Koeman ook zo zijn gedachten bij hebben gehad, bij die aandoenlijke enscenering. Bert van Marwijk, die met Australië naar het WK gaat, moet zijn spelers snel leren kennen en dat kan maar op één manier, zei hij in Voetbal International: op het (trainings)veld. Dat weet Koeman natuurlijk ook. Dáár heeft hij deze week verdekt gekeken naar wie wat voor een ander overheeft en wie niet, of minder.

Koeman sprak met Louis van Gaal. Hij gaat spelen in zijn trant. Nog sterker knaagde na zijn eerste persconferentie van deze week dat gevoel: o, als hij toch in 2014 was gekomen, na Van Gaal, wat had ons dat veel ellende bespaard. Zo zal elk sprankje vooruitgang bij Oranje ook pijn doen.

Lees ookHet Oranje-nieuwe stijl moet vooral een team zijn

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden