Elisabeth-laureaten nog erg pril in hun artistieke uitstraling

DEN HAAG - Vladimir Ashkenazy, Lazar Berman, Leon Fleisher, Támás Vásáry, Maria Tipo, al deze inmiddels legendarische pianisten hebben met elkaar gemeen dat ze ooit tot de laureaten van de Internationale Muziekwedstrijd Koningin Elisabeth behoorden.

CHRISTO LELIE

Met de eerste prijswinnaars van de laatste jaren lijkt echter de glans van het concours af te zijn: voor Frank Braley, die de voorlaatste piano-aflevering van dit concours in 1991 won, kwam de triomf te onverwacht en te vroeg in zijn loopbaan; hij zal zich alsnog moeten waarmaken zodra hij zijn studie voltooid heeft; het is te hopen dat men zich dan nog de jongeman herinnert die zo gevoelig Beethoven speelde.

Ook Andrej Nikolsky, winnaar in 1987, raakte in de vergetelheid, zozeer zelfs dat zijn plotselinge dood door een verkeersongeval in de muziekwereld nauwelijks werd opgemerkt. En ten slotte bleek Pierre-Alain Volondat, de excentrieke en opzienbarende winnaar in 1983, geenszins in staat om zijn niveau in zijn concerten nog te evenaren.

In de tamelijk gezapig verlopen Elisabeth pianowedstrijd van mei jongstleden was het alleen de te laag, op de vijfde plaats, geëindigde Koreaan Jong Hwa Park, die in zijn uitvoering van het tweede pianoconcert van Prokofjev ver boven de middelmaat uitschoot. Het was jammer dat hij niet te beluisteren was in de laureatentournee van de Elisabethwedstrijd, afgelopen dagen in Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Daarin waren alleen de twee hoogst gekwalificeerden te horen, eerste prijswinnaar Markus Groh uit Duitsland en Laura Mikkola uit Finland.

Concoursstukken

Begeleid door het Residentie Orkest onder leiding van Alexander Dimitriev voerden ze het concert uit dat ze ook in de finale te Brussel hadden gespeeld. Ik hoorde dit concert, waarin het orkest ook de 'Ouverture Meersetille und glückiliche Fahrt' van Mendelssohn en 'Till Eylenspiegels lustige Streiche' van Richard Strauss speelde, zaterdagavond in de Anton Philipszaal.

Geen solo-stukken dus op het programma zoals bij de presentatie in 1991, toen drie laureaten ieder een mini-recital verzorgden. In feite was dat interessanter, omdat hierin specifieke kwaliteiten beter zijn vast te stellen dan in pianoconcerten. Bij de presentatie zaterdag was de belangrijkste conclusie dat beide prijswinnaars nu ontspannender en technisch zekerder speelden dan in de finale.

Dat gold vooral voor de frêle Laura Mikkola, die ondanks haar leeftijd (21) en haar bouw met veel kracht, virtuositeit en klankgevoel het tweede concert van Prokofjev neerzette. Ook ditmaal had haar uitvoering niet het doordachte en superieure karakter van haar medekandidaat Park, maar een formidabele prestatie was het zeker, al betwijfel ik nu al of haar naam ooit een uitstraling krijgt als die van de genoemde laureaten uit de vroegste jaargangen van dit concours.

Redelijk gaaf

Datzelfde geldt in even sterke mate voor Markus Groh. Zeker, zijn uitvoering van Liszts Tweede Pianoconcert was redelijk gaaf, in de zachte delen fraai en fantasievol van klank en in de virtuoze passages technisch uitstekend gecontroleerd. Zijn aanpak van dit stuk was naar mijn smaak echter iets te veel op de uiterlijke en solistische tour voor een stuk dat in feite een symfonisch gedicht met een obligate pianopartij is.

Daarin had hij in Alexander Dimitriev overigens een uiterst gelijkgestemde partner, want deze dirigent betoonde zich iemand die voornamelijk in dynamische uitersten denkt. Met name de koperblazers liet hij in de fortissimo-passages ongelimiteerd de zaal in toeteren. Hij beperkte zich in deze musiceerwijze trouwens niet tot Liszt. Erg storend vond ik bijvoorbeeld de decibels waarmee hij in Prokofjev in de orkestaansluiting op de cadens van het eerste deel, prachtig gespeeld door Mikkola, die voorgaande passage attaqueerde.

Terugkomend op Groh: afgezien van de kleine reserves die ik bij zijn Liszt-opvatting had, viel ook nu weer op dat hij ondanks zijn sympathieke presentatie nog niet de magische uitstraling heeft, die men van een Elisabeth-winnaar mag verwachten. Toen hij zijn eerste toegift, de Toccata van Prokofjev, speelde, bedacht ik dat hij in dit stuk zelfs minder puntig en gearticuleerd bleek te spelen dan Mikkola in het pianoconcert van dezelfde componist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden