Boekrecensie

Elisabeth Åsbrinks '1947' blijft steken in Wikipediafeitjes

Beeld Science Photo Library

Elisabeth Åsbrink verslaat een chaotisch jaar, maar slaagt daar niet helemaal in.

Van maar liefst zes Italiaanse uitgeverijen -en niet de minste - kreeg Primo Levi afwijzingen. Het kostte de Joods-Italiaanse schrijver in 1947 veel moeite om iemand enthousiast te krijgen voor het manuscript van zijn ‘Is dit een mens’, gebaseerd op zijn ervaringen in het vernietigingskamp Auschwitz. Toen het uiteindelijk verscheen, was de ontvangst lauwtjes. Pas ruim tien jaar later zou de wereld deze klassieker echt ontdekken.

Twee jaar na een uitputtende oorlog was de wereld in 1947 klaar met terugkijken. De Britten zagen al bij het begin van de processen in Neurenberg meer in het op de been helpen van Duitsland dan in strenge vervolging van oorlogsmisdadigers. De Amerikaanse burger was inmiddels drukker met het buitenaardse dan met het buitenland. Uit een onderzoek van opiniepeiler Gallup bleek dat negen op de tien ondervraagden bekend waren met vliegende schotels. Slechts vijf op de tien hadden weet van het Marshallplan, dat het verwoeste Europa erbovenop moest helpen en uit handen van het communisme diende te houden.

Tekst gaat verder na de foto 

Duitsland (hier Helgoland, 1947) in puin geschoten Beeld ANP

Chaos bleef groot 

De chaos bleef ondertussen groot, maakt ‘1947. Hier begint het heden’ van de Zweedse journalist Elisabeth Åsbrink nog maar eens duidelijk. Een groot deel van de wereld lag nog in puin. Zo waren in Duitsland 3,6 miljoen woningen platgebombardeerd. In Berlijn bleek de helft van de huizen onbewoonbaar. In heel het land waren achttien miljoen mensen dakloos of op drift.

De auteur besteedt veel aandacht aan de deling van Palestina, die in 1947 door de Verenigde Naties werd voorgesteld, nadat Groot-Brittannië de handen van het netelige vraagstuk aftrok. De ex-wereldmacht trok zich ook terug in voormalig Brits-Indië, waar hindoes en moslims elkaar onmiddellijk in de haren vlogen. De spanningen tussen Oost en West liepen op. De Sovjet-Unie legde de Oost-Europese landen aan de leiband via de Kominform. Bernard Baruch, adviseur van de Amerikaanse president Truman, gebruikte als eerste de term ‘Koude Oorlog’. Kinderen op scholen in Berlijn bleven voorlopig verstoken van geschiedenisles, omdat de vier bezettingsmachten van de stad het niet eens konden worden over de stof.

Heel tijdvak beschrijven 

Åsbrinks aanpak is niet nieuw. Historici proberen geregeld via een jaar de geest van een heel tijdvak te beschrijven. Rond 2000 werd Nederland bediend met de serie ‘Nederlandse cultuur in Europese context’, waarbij de afzonderlijke delen 1650, 1800, 1900 en 1950 als uitgangspunt namen. De Amerikaanse journalist schreef twee vuistdikke werken over de wereld voor en na de ontdekking van zijn land, getiteld ‘1491’ en ‘1493’. Een pientere uitgever zal in 2018, een halve eeuw na het revolutionaire jaar, Mark Kurlansky’s ‘1968’ wel heruitgeven. Onlangs verschenen onder meer ‘1956. De wereld in opstand’ van Simon Hall en het op nog kortere periodes inzoomende ‘Maart 1917. Op de rand van oorlog en revolutie’ van Will Englund en ‘De zomer van 1927’ van Bill Bryson.

Åsbrink ruimt midden in haar mozaïek van gebeurtenissen ruimte in voor haar in de oorlog gestorven Hongaars-Joodse opa György Fenyö Haar door onderduiken aan de dood ontsnapte vader werd in 1947 in een kindertehuis in het Zuid-Duitse Ansbach voorbereid op een toekomst in Palestina. “Ik probeer het jaar 1947 tot een versplinterd geheel bijeen te rapen”, legt de auteur uit. “Dat is waanzin , maar de tijd geeft me rust.”

Matig geslaagd 

Toch is Åsbrinks boek maar matig geslaagd. Het aardigst zijn nog de vermeldingen van gebeurtenissen die zelden dit soort geschiedenisboeken halen. Zoals het ontslag van alle vrouwen (vijfhonderd!) in het Londense openbaar vervoer. De mannen waren terug. Ondertussen kreeg in Amerika een vrouw de leiding bij het ontwikkelen van een samenhangende programmeertaal, COBOL. “Ik kan een computer precies laten doen wat ik wil, als ik het maar definieer”, beweerde ze. Boven een Californische woestijn vloog in 1947 voor het eerst een vliegtuig door de geluidsbarrière.

Åsbrinks selectie uit de grote historie doet willekeurig aan. Het blijft te veel knipselmap- en Wikipediafeitjesgeschiedenis. De auteur slaagt er - los van het middenstuk van het boek met de persoonlijke toets- nauwelijks in om aan het door haar verzamelde materiaal een extra laag, eigen smoel toe te voegen. Ze bezondigt zich bovendien aan kromtaal, clichés en stoplappen. In een passage over de dood van autofabrikant Henry Ford, een notoire antisemiet, schrijft Åsbrink: “Nu is Ford dood. Zo gaan die dingen.” Over een discussie van het VN-comité dat met een oplossing voor het Palestina-vraagstuk moet komen: “Verder komen ze die dag niet. Ver genoeg? Niet ver genoeg? Wie zal het zeggen?” Aan Truman die de 21ste september van 1947 erg bondig samenvatte, wijdt ze een apart stukje. De enige zin van de president luidde: “Ben met allerlei dingen bezig.” Åsbrink voegt eraan toe: “En dat is zo.”

Voor wie een goede indruk wil hebben van de eerste naoorlogse jaren zijn er volop betere titels beschikbaar dan ‘1947’. Over de wanorde en wetteloosheid in Europa: het in 2014 verschenen ‘Het verwoeste continent. Europa in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog’ van de Britse historicus Keith Lowe. Voor de persoonlijke blik op één jaar, inclusief uitloop naar geschiedenis van de tweede helft van de twintigste eeuw, leze men Ian Buruma’s ‘1945. Biografie van een jaar’.

Elisabeth Åsbrink
1947. Hier begint het heden
Vert. Janny Middelbeek-Oortgiesen. Thomas Rap;
272 blz. € 19,99

Beeld rv
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden