ELIO DI RUPO - IJdele wonderboy vecht terug

Onberispelijk ziet hij er uit, zelfs in het heetst van de strijd. Met zijn eeuwige vlinderdasje, snel gesneden pak (Armani? Versace?) en modieuze bril verscheen vice-premier Elio di Rupo deze week in het Belgische parlement om een handjevol vragen te beantwoorden. Er kon zelfs een glimlach - nog een van zijn 'handelsmerken' - af.

THEO KOELE

Toegegeven, de manier waarop hij de antwoorden voorlas, duidde niet op concentratie en gedrevenheid. Maar hoe kon 't ook anders, op een moment dat in de media al het einde van de 'wonderboy' van de Belgische politiek werd gemeld?

Voorlopig zit de 45-jarige Waalse socialist nog in het zadel, als niemand minder dan de tweede man in de regering-Dehaene. Justitie in Brussel heeft meer tijd nodig om na te gaan of Di Rupo seksuele contacten had met (een) minderjarige(n).

Het parlement besloot deze week dat er onvoldoende bewijzen zijn om de vice-premier door te verwijzen naar het Hof van Cassatie, 's lands hoogste rechterlijke instantie. Doorverwijzing betekent onvermijdelijk: aftreden. En dat zou wel een heel abrupt einde zijn van een fraaie carrière.

Elio's Italiaanse ouders trokken kort na de Tweede Wereldoorlog naar le pays noir, de Waalse mijnstreek. Ze leefden net als veel andere immigranten onder kommervolle omstandigheden. In 1952 verongelukte zijn vader. Veel later schreef Elio di Rupo daarover: “Ik maakte een vreselijke crisis door in de schaduw van de terrils (afvalbergen). Ik ging geld lenen om een atlas te kopen, en van de zee kon ik alleen maar dromen. Ik kreeg psychosomatische kwaaltjes en bleef zitten op school. Ik was dik en rond. Toen kreeg ik een scheikundeleraar die me zeer beïnvloedde: 'Elio, je kunt het'. Ik vatte moed en vanuit het grauwe Morlanwelz begon ik te timmeren aan mijn leven.”

Met groot succes. Dankzij financiële hulp van buren kon hij gaan studeren. Hij schopte het tot hoogleraar scheikunde, werd gemeenteraadslid in Mons (Bergen), parlementslid, Europarlementariër. In 1992 begon zijn ministeriële carrière. Hij werd belast met onderwijs in de Franstalige gemeenschapsregering, en wist een van de meest roerige groepen in Wallonië, studenten en leerkrachten, tot kalmte te brengen. Hij sleepte er bezuinigingen door, nadat hij zich ontpopte als een hard onderhandelaar.

Zijn optreden viel goed in de hoogste regionen van zijn partij, de in Wallonië oppermachtige Parti Socialiste. Toch had hij een beetje geluk nodig om toe te treden tot de nationale regering-Dehaene. PS-vice-premier Guy Coëme moest in 1994 het veld ruimen wegens de Agusta-smeergeldzaak, oftewel de illegale stortingen van een Italiaanse wapenfabrikant in de partijkassen van zowel Waalse als Vlaamse socialisten. Di Rupo, nog maar 42 toen hij Coëme opvolgde, was geen vanzelfsprekende keuze. Maar ook andere PS-kopstukken overleefden de Agusta-affaire niet, waardoor er weinig 'kwaliteit' voorhanden was in de partij.

De dynamische Di Rupo zou wel eens 'een nieuwe wind' kunnen doen waaien in Brussel, schreven de kranten. Premier Jean-Luc Dehaene scheen verguld te zijn met de nieuwe vice-premier, die economische zaken en de telecommunicatie in z'n portefueille kreeg. Ook met andere politici kon 'de harde politicus met Italiaanse charme' (aldus een krantenkop) het prima vinden.

Een Vlaamse commentator: “Hij was een man van zijn woord, zonder achterbakse truken.” Van Vlaamse zijde klonk wel kritiek op het feit dat de bewindsman amper Nederlands spreekt. Di Rupo heeft weliswaar een tijdje een leraar Nederlands gehad, maar de resultaten van de lessen zijn niet denderend. Zijn optreden als minister deed de kritiek echter snel verstommen.

Ook buiten het regeringskwartier had Di Rupo het in Brussel naar zijn zin. Hij was al lang een bekende figuur in het uitgaansleven, werd regelmatig gesignaleerd in homocafés. Hij afficheerde zich als levensgenieter: “Filmpje gaan kijken, lekker eten, iets drinken.” Soms in spijkerbroek, maar zelden zonder vlinderdas. “Ja, ik hou van mooie kleren en heb een hekel aan vuile en slechtgeklede mensen. C'est une manière de vivre. Ik ben van Italiaanse afkomst, en een voorliefde voor mooie dingen en schone kunsten ligt nu eenmaal in onze natuur.”

Of hij ook bezweken is voor de charmes van minderjarigen, zal nog bewezen moeten worden. Feit is dat jonge, aantrekkelijke mensen graag met hem optrokken, bijvoorbeeld in de Can Can, een overwegend door Franstaligen bezochte homobar met veel pluche, en Le Garage, een discotheek waar zich op een zondagavond zo'n duizend mensen verpozen.

Begin dit jaar vroeg een weekblad hem rechtstreeks naar zijn vermeende homoseksualiteit. Di Rupo: “Ik word al heel mijn leven met allerhande geruchten geconfronteerd, maar gelukkig hebben ze mijn politieke carrière nooit beïnvloed.”

Begin deze week zag het er echter heel anders uit. Het woord pedofiel viel, en daarmee was de beer los. Sinds deze zomer de zaak-Dutroux losbarstte, zijn heel wat Belgen geneigd het onderscheid uit het oog te verliezen tussen homo's, pedofielen en kinderverkrachters en -moordenaars.

“Ik vind het volstrekt verwerpelijk dat men mijn privé-leven in het licht van pedofilie probeert te stellen. Noch van dichtbij, noch van ver heb ik daarmee te maken”, verklaarde Di Rupo de afgelopen dagen keer op keer. Hij meent het slachtoffer te zijn van een niet nader aangeduid complot (justitiële kringen?), van 'duivelse machinaties'.

Hij toont zich echter een vechtersbaas, net als het kleine jongetje dat zijn vader verloor en op school maar moeilijk kon meekomen. “Omdat ik hou van de waarheid zal ik vechten, opdat ze al haar rechten terugkrijgt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden