Elias Canetti, de mensenhater

Zo beminnelijk als de schrijver Elias Canetti (1905-1994) in de omgang was, zo boosaardig was hij in geschrifte, blijkt uit zijn biografie

Een van de hoofdstukken in Sven Hanuscheks biografie van Elias Canetti draagt als motto een aantekening van de schrijver over zichzelf: „Duits ben ik in mijn verwaandheid, Joods in mijn betweterij, Spaans in mijn trots, Turks in mijn luiheid, waar zou ik nog een paar goede eigenschappen vandaan kunnen halen?”

Helaas, goede eigenschappen zijn er verder niet te vinden bij Canetti. Wel nog een paar andere slechte: hij was bot als een Bulgaar, zelfgenoegzaam als een Wener, verkrampt als een Engelsman en puriteins als een Zwitser. Daarmee zijn de bronnen van zijn karakter uitgeput. Zijn vele moeder- en vaderlanden hebben hem slechts slechte eigenschappen ingeplant.

Canetti werd geboren in Roestsjoek, een Bulgaars stadje aan de Donau dat tegenwoordig Ruse heet. Daar woonden veel Joden die lang geleden uit Spanje waren gevlucht en daarom ’Spanjole’’ werden genoemd. Roestjoek was Habsburgs en draagt het stempel van eeuwenlange Turkse overheersing.

Na de Eerste Wereldoorlog en de vroege dood van zijn vader vestigde de familie zich in Wenen. Dat werd Canetti’s geestelijke moederland. Daar bedacht hij dat hij schrijver was, al duurde het lang voor hij iets voor de drukpers leverde. Maar hij leefde als schrijver, bewoog zich in het literaire milieu en veroverde daar de ene geliefde na de andere.

Eindelijk kwam zijn eerste boek uit. Een echt goed boek: de roman ’Die Blendung’, waarvan de Nederlandse vertaling, ’Het martyrium’, onlangs opnieuw is uitgebracht. Een duistere grotestadsroman over een zelfdestructieve Weense professor die aan het eind van het verhaal in zijn bibliotheek in vlammen opgaat. Het bleef Canetti’s enige roman.

Met de (bescheiden) roem van die roman in zijn bagage vluchtte hij in 1938, na Oostenrijks knieval voor Hitler, naar Engeland. Daar zette hij zijn schrijversleven voort. Hij ging met veel collega’s om, over wie hij in zijn aantekenschriften boosaardige portretten schreef.

Hij had een warm verstandshuwelijk met de gecompliceerde Veza Canetti. Met haar innige deelneming verleidde hij de ene na de andere aankomende schrijfster en kunstenares. Vaak vrouwen die aanzienlijk meer succes hadden dan hij met zijn ene roman. Ook over de meeste van die vrouwen schreef hij boosaardige portretten.

Waar hij precies van leefde, weet ook Hanuschek niet te vertellen. Er kwam geld van zijn familie in Parijs. Hij kreeg ’fellowships’, zegt de biograaf – waarvoor is niet duidelijk. Zijn geliefden stopten hem het een en ander toe. Ondertussen schreef hij als een bezetene. Voor de bureaula. Pas veel later werden dat boeken.

Eindelijk, in 1960, hij was inmiddels 55, verscheen zijn tweede hoofdwerk, waar hij 35 jaar aan had gewerkt: ’Massa en macht’. Een werk dat ergens tussen de wal van de wetenschap en het schip van de literatuur viel. Het duurde even, maar na een jaar of tien was er een internationale fanclub gegroeid die het boek als verzameling ultieme wijsheden verheerlijkte.

In de jaren zeventig brak hij door met autobiografische boeken. ’De behouden tong’ werd zelfs een bestseller. Zijn fanclub was ondertussen zo invloedrijk dat hij in 1981 de Nobelprijs kreeg. Het merkwaardige van Hanuschek is dat hij gedetailleerd laat zien hoe Canetti zijn eigen roem organiseerde zonder dat hij als biograaf het mechanisme doorziet.

Hanuschek schreef een naïeve biografie. Hij is erin getuind. Stijf van de bewondering voor zijn object schrijft hij alles op wat hij onder ogen kreeg. Op die manier ontbloot hij ook alle kwalijke kanten van Canetti. Maar hij weigert die te benoemen. Voor hem vallen Canetti’s woede-uitbarstingen in de categorie Weense humor.

Uit de biografie van Hanuscheks komt een man naar voren voor wie de hele wereld rond hemzelf bewoog. Canetti is van 1905. Hij heeft bewust, note bene als Jood, Hitlers fascisme, de oorlog en de wereld erna meegemaakt. In zijn werk, zelfs in het thematisch zo voor de hand liggende ’Massa en macht’, is die wereld zelden meer dan achtergrondruis.

Waar gaat zijn werk dan wél over? Over mensenhaat en in het bijzonder over vrouwenhaat. De tijdens en na zijn leven verschenen boeken met aantekeningen laten een man zien die zijn familie, zijn vrienden, zijn vriendinnen, ja zelfs zijn geliefden ten diepste minachtte. Alleen van zijn tweede vrouw Hera, met wie hij in Zürich leefde, lijkt hij echt te hebben gehouden.

Onbedoeld schreef Hanuschek een vernietigende biografie. We geloven de biograaf graag als hij beschrijft hoe beminnelijk Canetti was in de omgang. Maar tegenover die vriendelijkheid staan schriften vol kwaadaardige uitvallen, vileine afrekeningen en haattirades jegens mensen die meenden hem te vriend te hebben.

Wie Canetti te vriend had, had geen vijanden meer nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden