Elektriciteit / Als de stroom maar niet uitvalt

Alleen groene stroom uit Nederland zélf komt wat het kabinet betreft nog in aanmerking voor subsidie. De energieleveranciers zijn kwaad - de overheid zou toch juist de energiemarkt vrijer maken? Nederland worstelt met de vrije stroommarkt. Het zijn ontwenningsverschijnselen, zegt de Delftse econoom Rolf Künneke.

Rolf Künneke glimlacht als de groene-stroomfolders ter sprake komen die energiemaatschappijen rondsturen. ,,Groene stroom slaat zeker aan, maar de meeste mensen interesseert het niet. Het is te ingewikkeld. Het belangrijkste is dat ze stroom hebben'', zegt de Delftse econoom. Voor hen heeft hij slecht nieuws. De aloude zekerheid dat er spanning staat op het stopcontact, zou wel eens kunnen verdwijnen.

Künneke: ,,We leven nu nog in een luilekkerland waar volop stroom is. In een geliberaliseerde markt is het echter onzeker dat er de energiebedrijven voldoende opwekcapaciteit achter de hand houden. Wie garandeert dat die geprivatiseerde bedrijven voldoende zullen investeren? De risico's zijn immers een stuk groter geworden. Dat onderwerp staat niet voor niets bovenaan de agenda van het ministerie van economische zaken.''

Künneke was in 1995 als adviseur betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe Elektriciteitswet, waarin, op basis van Europese richtlijnen, de liberalisering van de Nederlandse energiesector is vastgelegd. Hij gelooft in die liberalisering. ,,Helaas zitten we tot op de dag van vandaag in het oude systeem gevangen. We denken nog centraal. Oude systemen verdwijnen niet van de ene op de andere dag, die zijn opgebouwd in honderd jaar. Je schaft dat niet zomaar af.''

Nederland worstelt met de fall out van de vrije energiemarkt. Liberalisering lijkt alleen maar nadelen te hebben: ondoorzichtige markten, twijfel of de bedrijven wel konden garanderen dat er stroom is, concentratie van energiebedrijven, zigzaggend overheidsbeleid inzake groene stroom. De Algemene Energieraad, een adviescollege van de overheid, twijfelde in zijn laatste jaarverslag openlijk aan de haalbaarheid van de vrije Europese energiemarkt. De prijs van energie had door de vrijmaking zullen dalen, maar lijkt in menig Europees land eerder te stijgen.

Heb geduld, zegt de Delftse econoom. Hij vindt het jammer dat critici van de liberalisering over het hoofd zien dat we in een noodzakelijke overgangsfase zijn beland. Vooral de dubieuze verschijnselen die met de vrijmaking van de sector gepaard gaan, springen inderdaad in het oog. Er was de energiecrisis in Californië -waar hele steden zonder stroom kwamen te zitten. Er was het boekhoudschandaal rond de Amerikaanse energiereus Enron. Er was het bijna-faillissement van het Britse energiebedrijf British Energy, dat in Groot-Brittannië zijn stroom voor afbraakprijzen moet aanbieden. Toch zegt Künneke: ,,Wat je nu ziet, is een natuurlijk proces: de markt moet zich nog ontwikkelen.''

De liberalisering van de energiemarkt is in wezen een herregulering, stelt hij. Vroeger kende Nederland een systeem van zelfregulering, waar de overheid amper aan te pas kwam. De sector zorgde er zelf voor dat de energievoorziening was veiliggesteld. Nu is er een ingewikkeld systeem van toezicht ontstaan, dat met name op de toegankelijkheid van de netwerken gericht is. Belangrijke beslissingen, bijvoorbeeld over investeringen in energiecentrales, worden niet meer onderling afgestemd.

Toezichthouders, zoals in Nederland de DTe (Dienst uitvoering en toezicht energie), maar ook de energiebedrijven zelf lopen meer en meer stuk op de ondoorzichtigheid van de huidige energiemarkten. Bedrijven doen geen riskante investeringen, tenzij ze enig zicht hebben op de marktontwikkelingen. Maar in Nederland is er al niemand meer die exact weet hoeveel stroom er wordt verbruikt. Lastig als je hier een vestiging van een energiebedrijf wilt opstarten.

Over vijf jaar zal naar verwachting de hele Europese energiemarkt geliberaliseerd zijn. Hoe kunnen de relatief kleine Nederlandse energiebedrijven zich staande houden in een Europese markt waar giganten als het Franse Electricité de France (EdF) en E-on uit Duitsland de dienst uitmaken? Veel van de oude elektriciteitsproductiebedrijven in Nederland zijn al in handen van buitenlandse bedrijven zoals het Belgische Elektrabel, het Duitse E-on en het Amerikaanse Reliant.

Alleen het Nederlandse Essent heeft nog grootschalig productievermogen. Nederlandse energieleveranciers als Nuon, Essent en Eneco zullen naar verwachting de grootste moeite hebben zich tegen vijandige overnames te weren.

Maar ook die angst voor overname van Nederlandse energiebedrijven door buitenlandse nondernemingen moet niet worden overdreven, vindt Künneke. ,,De Europese harmonisatie leidt niet automatisch tot een Europese markt voor energie. Je moet dat technisch zien: een bedrijf dat elektriciteit van Griekenland naar Nederland wil halen, verliest teveel stroom tijdens het transport.''

De elektriciteitsmarkt is vooral een regionale markt, voor Künneke een reden om kritischer te zijn op een eventuele fusie tussen Nuon en Essent dan op een overname van een van deze Nederlandse bedrijven door een buitenlandse concurrent. De belangrijkste 'mits' is de leveringszekerheid: hoe dwing je een bedrijf, binnenlands of buitenlands, genoeg reservecapaciteit aan te houden? ,,Dat is hét hete hangijzer voor Economische Zaken.''

De liberalisering van de elektriciteitsmarkt zal het denken over het net veranderen. Het zal móeten veranderen, zegt Künneke: ,,Vroeger was de gehele elektriciteitsvoorziening centraal gepland en grootschalig. Met kleinschaliger netwerken kan beter worden ingespeeld op specifieke behoeftes van de afnemers. De huidige eenheidstarieven en -services passen niet bij een liberale markt. Daar zal het bedrijfsleven van profiteren, maar ook huishoudens worden er beter van. Je kunt energie besparen als klanten genoegen nemen met een lagere betrouwbaarheid van het net. Klanten die volledige betrouwbaarheid verlangen zullen daarvoor dan meer moeten betalen.''

Künneke verwijst naar de Verenigde Staten waar het denken over het elektriciteitsnet ingrijpend is veranderd door de aanslagen van 11 september vorig jaar. ,,De Amerikanen zijn daardoor bewuster geworden van de kwetsbaarheid van elektriciteitsnetten voor terroristische aanslagen. Met als gevolg dat zij nu de noodzaak zien om netwerken op te delen in regionale eenheden die van elkaar zijn afgeschermd. Zo'n decentraal systeem is veel veiliger: het is veel minder gevoelig voor onderbrekingen.''

Innovatieve netwerken, noemt Künneke dat. Het is zijn onderzoeksterrein, maar er is in Nederland -anders dan in de VS- bijzonder weinig aandacht voor. ,,De technische mogelijkheden zijn er. Denk aan zonnepanelen op daken van huizen, of aan de cv-ketel die kan worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit.''

Voor het eerst wordt de machtspositie aangetast van de elektriciteitskolossen, door de technische mogelijkheden van decentrale energieopwekking en kleinschalige netten. Energiepolitiek moet rekening houden met die technologische ontwikkelingen, zegt Künneke. ,,Denk aan de toepassing van windenergie. Onze huidige netten kunnen maar in beperkte mate de grilligheid van windenergie aan. In delen van Denemarken zijn de grenzen bereikt en wordt nagedacht over andere netwerken.''

Via innovatieve netwerken, zegt Künneke, kunnen twee vliegen in één klap worden geslagen: de efficiëntie van energieopwekking en -distributie kan worden verbeterd, en groene energie krijgt veel meer mogelijkheden. Dat laatste is al zichtbaar, zegt de econoom. in de centralistisch georganiseerde markt van voorheen groene stroom geen schijn van kans had gehad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden