Eland

Het is voor mij een sensatie om tussen mijn post een kaart te vinden. Niet een luxe kaart in enveloppe, maar een ouderwetse ansichtkaart met een foto van de een of andere toeristische trekpleister, hetzij de Chinese Muur of de Hondsbossche Zeewering, de Eiffeltoren of de kerk van Siddeburen.

Alles op de kaart in kwestie bestudeer ik zorgvuldig, tot en met postzegel en poststempel. Zeker zo belangrijk als de afbeelding op de voorzijde is de tekst op de achterkant. Het schrijven van zo'n tekst is een kunst die weinig mensen verstaan. De meesten maken zich ervan af met oppervlakkigheden. Alles goed, mooi weer, met liefs van. Maar er zijn meesters in het genre, die de ontvanger met een paar welgekozen regels weten te verrassen of te verwonderen.

Verleden week overkwam me dat nog, toen hier een ansichtkaart werd bezorgd uit Sint-Petersburg. Voorop stond een foto van de tuin die Catharina de Grote heeft laten aanleggen bij haar zomerverblijf. Het was een park zoals dat van Versailles, waar niets aan het toeval is overgelaten, met streng geschoren heggen en symmetrische vijvers. Op de achterkant van de kaart had de afzender geschreven: 'In een van deze vijvers zag ik een eland staan die het water niet meer uit kon komen. De brandweer werd erbij geroepen. Hij zwom uiteindelijk naar zee.' Ik bekeek de foto van de tuin opnieuw. Bij de grootste vijver, een rechthoekige, bleek met pen een pijl te zijn getekend. Daar had het dier zich kennelijk bevonden.

Het was niet moeilijk om me een voorstelling van het tafereel te maken. Met half toegeknepen ogen projecteerde ik op de gemarkeerde plaats de verdwaalde eland. Hij stond tot schofthoogte in Catharina's keurige vijver. Er druppelde water uit zijn stompe gewei. Glazig keek hij voor zich uit. Hij leek wel wat op een figuur van Walt Disney. Boven zijn roestbruine kop verscheen een tekstballonnetje met dichtregels van Slauerhoff: 'Hoe zijn wij hier geland? / Waartoe, vanwaar? / Ligt ergens aan het strand / Dat vreemde schip nog klaar?' Van lieverlee raakte ik in gedachten verzonken. Ik herinnerde me een ander verhaal over een verdwaalde eland, dat ik ooit heb gelezen in een biografie van Johannes Kepler en dat een minder gelukkige afloop heeft.

Kepler onderhield vriendschap met de Deense sterrenkundige Tycho Brahe (1546-1601), een briljante geleerde aan wie hij veel van zijn bevindingen over de baan en de omlooptijd van de planeten dankte. Deze Brahe wordt in het boek afgeschilderd als een onuitstaanbare kerel: ijdel, drankzuchtig en boosaardig. Excentriek was hij ook. Zo bezat hij een dwerg die Jepp heette en die tijdens banketten aan zijn voeten zat, terwijl zijn meester hem hapjes toewierp. Bovendien hield hij een tamme eland, waaraan hij zeer verknocht schijnt te zijn geweest. In 1576 schonk de Deense koning hem het eiland Hveen in de Sont. Hier bouwde hij op staatskosten een indrukwekkend observatorium.

Toen Brahe zich op Hveen had gevestigd, werd de eland hem nagestuurd, maar zonder zijn plaats van bestemming te bereiken. Op doorreis werd een overnachting in kasteel Landskroner het dier noodlottig. In dat kasteel ging, zo vertelt het boek, de eland 'al zwervende de trappen op naar een leeg vertrek waar hij zoveel sterk bier dronk dat hij weer naar beneden gaande struikelde, zijn poot brak en stierf'. Brahe treurde om het verlies. Daarmee maakt hij zich bij mij veel sympathieker dan de neurotische Kepler, die hoofdzakelijk treurde om zichzelf.

Maar de neurosen van Kepler zijn een geschiedenis op zich, die ik voor een volgende keer moet bewaren. Dat is het aardige van zo'n ansichtkaart. Hoewel hij past in je broekzak, gaat bij het bekijken ervan een wereld open. En nog een. En nog een. En nog een.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden