Elandenjacht draait niet om het vlees

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Jong of oud, man of vrouw; de elandenjacht – elk najaar – is een traditie voor iedereen in Zweden. Een sterke anti-jachtbeweging kent het land niet. „Jagen is voor mij genieten van de natuur.”

Elandenjacht! Het platteland van Zweden is deze herfstdagen helemaal in de ban van elandenjacht. De hectische bedrijvigheid die hierbij hoort, is het best te vergelijken met de koortsachtige onrust die in Nederland ontstaat bij een mogelijke Elfstedentocht. Zweden nemen vrij van hun werk, tandartsen sluiten hun kliniek, kinderen mogen vrij van school.

„Het is een traditie voor jong en oud, elk najaar. Vroeger ging het om het vlees. Tegenwoordig gaat het vooral om de natuurbeleving en het samenzijn met je kameraden. Natuurlijk eten we het vlees. Sommigen verkopen het. Maar het is niet meer het belangrijkste”, zegt Bernt Svanberg (65). In het kleine halletje van zijn huis staat een enorme vriezer gevuld met zakjes vlees.

Eén van zijn dorpsgenoten, Niklas Kvarnström (36) is weken in touw geweest met de voorbereidingen van de jacht. Met grote precisie heeft hij posten uitgezet, herkenbaar aan geel-blauw band. Die plekjes moeten de jagers zo veel mogelijk kans geven om de dieren van de zijkant in de borst te raken, en daarmee met één schot uit te schakelen.

Zijn jachtteam bestaat vandaag uit tien mensen. Negen mannen en één vrouw. Elandenjacht is teamwork, legt hij uit. Een mannetjeseland kan namelijk wel 900 kilo wegen. Eén jager zou het dode dier nooit het bos uit kunnen krijgen.

Zweden telt ruim 300.000 elanden. De dieren eten boomschors en jonge aanplant en dit is nadelig voor de Zweedse bosbouw. Daarom wordt het bestand telkens uitgedund en schieten jagers jaarlijks zo’n 100.000 dieren af. Ook wil men hiermee het aantal auto-ongelukken beperken. Jaarlijks zijn er ruim 4.500 botsingen met elanden. Aangezien een eland zo groot als een paard is, is zo’n botsing levensgevaarlijk.

Diep in het bos, bij een overdekt kampvuur, krabbelt Kvarnström nummers op papiersnippers. Hij doet de papiertjes in zijn oranje jagersmuts en gaat er mee rond. Zo bepaalt het toeval wie bij welke post moet staan. „Waar zit jij? Ik zit bij 59.” De groen geklede jagers buigen zich aandachtig over een geplastificeerde stafkaart waarop de posten met kruisjes zijn aangegeven.

„Elanden zijn erg slim. Ze ruiken ons van een paar honderd meter afstand. En ze hebben een uitstekend gehoor,” vertelt Kvarnström, die al met zijn vader op jacht ging, toen hij net kon lopen. Na een korte wandeling bereiken we post 57. Fluisterend legt hij uit wat er gaat gebeuren. Twee mannen gaan met hun honden een eland opjagen in de richting van de wachtende jagers. Deze zogenoemde ’drevkarls’ (drijvers) geven fluisterend per walkietalkie door waar ze zijn. De honden zijn erop getraind om niet te blaffen.

Kvarnström staat met het geweer van zijn opa, uit 1954, over de schouder en tuurt aandachtig het bos in. Het is iets boven nul en omdat elanden slecht zien, maakt hij een vuurtje om zich te warmen. „Jagen is voor mij genieten van de natuur. Het is leuk om sporen te zoeken en paddestoelen te plukken. Als ik dan ook nog een eland schiet, is het helemaal top”, fluistert hij. „Als er een dier in je buurt komt, gaat je hart als een razende tekeer. Je begint te hijgen en toch moet je raak schieten. Dat is een heel spannend gevoel”, vertelt Bernt Svanberg, die het doden van zijn grootste eland in zijn dagboek beschreef. „Het beslaat vier bladzijden. Ik vergeet het nooit.”

„Als je in het bos staat, word je heel rustig. Het is net mediteren,” vindt Bengt Bernstein (65), die op de volgende post zit. „Met het jagen erbij, wordt het ook nog spannend. Je instinct komt naar boven.” Op de vraag of het niet zielig is voor de dieren, antwoordt hij: „Het is heel moeilijk om een eland te schieten. Ze zijn heel slim en weten nu al precies waar wij zitten. Ondanks hun grootte bewegen ze zich bijna geruisloos door het bos. Wanneer ze slimmer zijn dan wij, verdienen ze het om in leven te blijven”, aldus Bernstein, die plotseling muisstil is wanneer hij iemand in zijn walkietalkie fluistert dat er een eland met twee jongen zijn kant op komt. Hij neemt het geweer in de aanslag. Maar even later begint hij zacht te grinniken. De elanden zijn blijkbaar omgekeerd en de twee drijvers zijn verdwaald. „We hebben ook lol bij de jacht”, grinnikt Bernstein.

Een paar jaar geleden vernielden jongeren een aantal jagersposten in dit gebied. Maar een sterke anti-jachtbeweging zoals in Nederland bestaat in Zweden niet. „Dit is ons leven,” zegt Svanberg schouderophalend. Ook Kvarnström begrijpt de tegenstand niet. „Ik denk dat de meeste mensen nog nooit een eland in het wild hebben gezien. Ze zouden zelf eens moeten komen kijken.”

Vandaag lijkt het erop dat de elanden slimmer zijn dan de jagers. Rond half vier houden de jagers het voor gezien. De volgende dag sms’t Niklas Kvarnström: zijn team heeft drie elanden geschoten.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden