El Niño is niet de enige boosdoener

Extreme droogte teistert het zuiden en oosten van Afrika. Hongersnood dreigt. Staat mensen een ramp te wachten? Vijf vragen.

Het is kurkdroog in zuidelijk Afrika. Al maanden. Oogsten zijn mislukt. Hetzelfde geldt voor het oosten van het continent. Het Rode Kruis opende afgelopen week Giro 7244 om de noodhulp aan de getroffen gebieden te steunen.

De organisatie schrijft op haar website: "El Niño veroorzaakt extreme droogte in veel Afrikaanse landen. Als we niets doen dreigt er hongersnood voor 42 miljoen mensen."

El Niño is een natuurfenomeen waarbij opwarmend oceaanwater rond de evenaar het weer op veel plekken in de wereld ontregelt.

1. Komt de droogte als een verrassing?

Dat kan niemand beweren. Waarschuwingen waren er al begin vorig jaar. En in november schreef het Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA), de noodhulpafdeling binnen de Verenigde Naties, nog eens expliciet in haar Southern Africa Outlook: "Er zijn serieuze zorgen dat zuidelijk Afrika een zeer mager oogstseizoen tegemoet gaat, wellicht zelfs een desastreus oogstseizoen."

Het OCHA stipte ook de oorzaak van de te verwachten misoogsten aan. "Er lijkt een sterke El Niño op komst. Sommige experts denken de sterkste El Niño ooit. In zuidelijk Afrika betekent El Niño normaal gesproken minder regen. Dat zal vooral effect hebben op landen die toch al worstelen met droogte: Angola, Botswana, Namibië, Zuid-Afrika, Swaziland, Zambia, Zimbabwe."

Landbouweconoom Steve Wiggins, van het Overseas Development Institute in Groot-Brittannië, vindt het dus vreemd dat zuidelijk Afrika verrast leek door de droogte. "Kijk, twee decennia geleden speculeerden meteorologen nog vooral over de effecten van El Niño", zegt hij. "Maar de wetenschap heeft niet stilgestaan. In juli konden we al met 60 procent zekerheid vaststellen dat er een droogte aan zat te komen - ruim voor het zaaiseizoen van boeren. In november, aan de start van het regenseizoen, wisten we zeker dat het erg droog zou blijven. Daar had men op kunnen én moeten anticiperen."

2. Zijn er naast El Niño nog andere factoren die bijdragen aan voedselcrisis?

Een voedselcrisis ontwikkelt zich vaak volgens een vast patroon. Door droogte mislukt de oogst. Vervolgens zijn er niet genoeg voedselreserves om de klap op te vangen. Voedsel moet worden geïmporteerd. Dat is duur, onder meer vanwege transportkosten. Prijzen stijgen. En daardoor heeft het armste deel van de bevolking niet meer genoeg geld om voldoende eten te kopen.

Volgens Paul Sitnam, directeur van het El Niño-reactieteam van hulporganisatie World Vision, dragen lage grondstofprijzen bij aan de problemen. "De lage koperprijs maakt bijvoorbeeld dat Zambia weinig geld in kas heeft om zijn burgers te helpen. Door de lage olieprijs geldt hetzelfde voor Angola."

Belangrijker is echter nog dat de waterinfrastructuur in veel landen in zuidelijk Afrika niet om over naar huis te schrijven is. "Er is een gebrek aan goede irrigatiesystemen en dammen in rivieren, aan waterbuffercapaciteit dus", zegt Wigle Vondeling. Hij verruilde Nederland zeven jaar geleden voor Mozambique en ging er via de Rabobank aan de slag als directeur landbouwfinanciering bij de bank BTM. "De overheid hier legt zulke infrastructuur domweg niet aan. Dat bewijst zij al veertig jaar."

3. Wat hadden overheden in Afrika kunnen doen om de voedselcrisis te verminderen?

Genoeg. Overheden hadden boeren kunnen waarschuwen dat de aanleg van extra irrigatie nodig zou zijn. En zij hadden kunnen adviseren om dit jaar gewassen te verbouwen die beter bestand zijn tegen droogte dan bijvoorbeeld maïs. Ook hadden ze vorig jaar al met voedselimporteurs rond de tafel kunnen gaan zitten om plannen te maken voor dit jaar. Ze wisten immers dat er tekorten aan zaten te komen. Nu moest de voedselhulp nog op gang komen terwijl er al grote tekorten waren.

"Overheden moeten leren het onverwachte te verwachten", vult landbouwecoloog Ian Scoones aan. Hij is onderzoeker aan het Britse Institute of Development Studies en deed begin jaren negentig onderzoek in Zimbabwe naar de droogte van de jaren 1991/1992. "Alles is afgesteld op de normale situatie. Maar droogte vereist juist flexibiliteit. Er moeten veel verschillende financiële potjes zijn die afhankelijk van de situatie gericht kunnen worden ingezet. Maar bureaucratieën zijn vaak traag."

Bijkomend probleem is dat droogte nauw verweven is met politieke belangen. "Voedseltekorten zijn rampzalig voor een deel van de bevolking", legt Scoones uit, "maar er zijn ook partijen die er garen bij spinnen. Het levert politici de mogelijkheid op om geld weg te sluizen of om met de voedselhulp steun onder hun bevolking te kopen."

4. Is het een zegen dat er nu grootschalige noodhulp op gang komt?

Niemand kan tegen noodhulp zijn. Maar het maakt overheden in zuidelijk Afrika wel lui, plaatst de Nederlandse bankier Wigle Vondeling als een kritische kanttekening. "Regeringen investeren weinig in ramppreventie en denken als het misgaat: dat lossen buitenlandse hulporganisaties wel voor ons op."

Noodhulp versterkt daardoor de hulpafhankelijkheid van de geholpen landen, meent Vondeling. "Daarmee dragen hulporganisaties dus feitelijk bij aan duurzame armoede." Probleem is dat noodhulp prijzen op de lokale voedselmarkt ondermijnt, legt hij uit. Door ladingen gratis voedsel uit te delen, dalen voedselprijzen en lijden boeren grote verliezen. Zij hebben het volgende seizoen daardoor minder geld om zaden en kunstmest in te kopen, waardoor ze minder voedsel kunnen produceren.

Scoones is dit met Vondeling eens. "Noodhulp ondermijnt vaak de ontwikkeling van een land", zegt hij. "Voedselhulp vermindert de voedselproductie. Er bestaat ook nauwelijks coördinatie tussen organisaties die noodhulp verstrekken en organisaties die zich met ontwikkelingshulp voor de meer lange termijn bezighouden. Dat zou veel beter moeten."

5. Gaan er in Afrika nu echt miljoenen mensen sterven van de honger?

Scoones gaat daar niet van uit. "Bij eerdere droogtes lag het aantal veronderstelde slachtoffers ook veel hoger dan het werkelijke aantal. Dat komt doordat we niet weten hoeveel voedsel er in een land als Zimbabwe precies wordt verbouwd. De statistieken zijn onbetrouwbaar. Veel Zimbabwanen verbouwen op kleine, slecht meetbare schaal hun eigen voedsel."

Afrikaanse overheden hebben dus ruimte om de getallen wat op te drijven. Er ontstaat vaak een soort competitie tussen de landen: wie heeft de meeste hulp nodig, legt Scoones uit. Hoe meer potentiële slachtoffers, hoe meer geld. Het gaat vaak, ook nu, om prognoses: voor 42 miljoen mensen in Afrika dreigt hongersnood.

Toch ontkent Scoones de problemen in zuidelijk Afrika niet. "De effecten van El Niño dit jaar zijn dramatisch", benadrukt hij. "Maar juist als we in de toekomst beter willen anticiperen en reageren op droogtes en voedseltekorten, is het van belang dat we nauwkeuriger in kaart kunnen brengen hoeveel mensen er precies getroffen zijn, wie er werkelijk hulp nodig heeft en of het ook echt de meest kwetsbare mensen zijn die de verstrekte hulp ontvangen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden