El Greco, de oude meester van de avantgardisten

Een publiekstrekker wordt de tentoonstelling zeker, daarvoor staat de naam El Greco garant. Pal over de Nederlandse grens, in Düsseldorf, valt te genieten en te huiveren van de meester, die grote invloed had op de moderne kunst.

Had hij een oogafwijking? Geen gevoel voor de menselijke anatomie? Of was hij rijp voor de psychiater?

Als iets meteen opvalt op de schilderijen van El Greco, is het de bizarre manier waarop hij mensen afbeeldt. Het lijkt wel of ze uiteengetrokken zijn met hun uitgerekte lijven en ledematen. En dan ook nog die geëxalteerde gezichten!

In zijn tijd - El Greco leefde van 1541 tot 1614 - deden kunstenaars hun best het menselijk lichaam zo realistisch mogelijk weer te geven. Wat bezielde deze kunstenaar om mensen zo af te beelden dat je naast bewondering voor zijn schilderkunst vaak ook afkeer voelt van die vervormde lijven, zeker als ze bloot, bleek en bottig zijn.

Nee, onbekommerd genieten is er niet bij op de tentoonstelling die het Museum Kunstpalast in Düsseldorf wijdt aan El Greco. Het is de eerste keer dat er zoveel (ruim veertig) schilderijen van deze kunstenaar te zien zijn in Duitsland, waaronder de topstukken Laocoön en De Opening van het Vijfde Zegel. Een uitgelezen kans ook voor Nederlanders om niet al te ver over de grens kennis te maken met deze raadselachtige kunstenaar.

Voordat de expositie openging, waren al vijfhonderd rondleidingen geboekt. Directeur en curator Beat Wismer van Museum Kunstpalast rekent op 200.000 bezoekers. Een echte blockbuster dus, en die wilden het museum en het stadsbestuur, dat veel geld spendeert om Düsseldorf als cultuurstad te promoten, ook graag. En met de naam El Greco zit je dan wel goed, weet Wismer, wijs geworden door de ervaringen in 2006, toen er 180.000 mensen kwamen kijken naar een tentoonstelling over Caravaggio.

Een publiekstrekker met El Greco in de hoofdrol. Mooi toch? Beat Wismer: "Er was wel een probleem, omdat we zelf geen enkele El Greco hebben. Ook zit er geen Spaanse kunst in onze collectie. Dan weet je dat je niet hoeft aan te kloppen bij het Prada Museum in Madrid en het El Greco Museum in Toledo. Die gaan echt niet hun El Greco's uitlenen aan een museum dat niets te ruilen heeft wat voor hen interessant is."

Maar Wismer had een idee waarmee hij de musea wist over te halen toch hun topwerken beschikbaar te stellen. Hij stelde voor El Greco een confrontatie te laten aangaan met moderne kunstenaars. Dat Picasso een bewonderaar was van El Greco, die ook grote invloed had op Cézanne, is al vaak bediscussieerd. Maar zijn invloed reikte veel verder. Hij was voor veel avant-gardekunstenaars even belangrijk als Cézanne. Ook Max Beckmann, Oskar Kokoschka, August Macke, Wilhelm Lehmbruck, Franz Marc en Egon Schiele zijn volgens Wismer geestverwanten van El Greco.

Met deze expositie wil Wismer ook de 'El Greco-koorts' die de Duitse kunstwereld honderd jaar geleden in de ban hield, weer in herinnering roepen. Duitsland maakte toen kennis met zijn werk dankzij 'Spaanse Reis', een dagboek van kunsthistoricus Julius Meier-Graefe. Daarin beschrijft hij hoeveel indruk het werk van El Greco, dat hij in 1908 in Spanje voor het eerst had gezien, had gemaakt. Naar aanleiding daarvan werden in 1912 tien van zijn schilderijen getoond in Düsseldorf en dat leidde tot een 'El Greco-Fieber' onder jonge kunstenaars. Die zagen in de oude meester een vaderfiguur van de moderne kunst. Zijn grootste fans waren de kunstenaars van Der Blaue Reiter, een avant-gardistische groep met onder meer Wassily Kandinsky, August Macke, Franz Marc en Alexej von Jawlensky.

Wismer: "In 1912 werd in de Almanak van Der Blaue Reiter al een schilderij van Delaunay van de Eiffeltoren naast de Heilige Johannes van El Greco getoond, als bewijs dat ze geestverwanten waren. En Franz Marc schreef: "Cézanne en El Greco zijn verwante geesten, zelfs over de eeuwen heen die hen van elkaar scheiden."

Voor veel kunstenaars was de tentoonstelling in Düsseldorf van 1912 de eerste kennismaking met El Greco, die na zijn dood in de vergetelheid was geraakt. Wat dat teweegbracht laat Wismer nu, honderd jaar later, zien aan de hand van een reeks schilderijen die getuigen van de 'geest' van El Greco: heel veel uitgerekte lijven en creperende figuren. Vrolijk word je er niet van, ook omdat de kwaliteit nogal wisselend is. Naast overtuigende schilderijen van onder meer Max Beckmann en Egon Schiele zitten er ook heel matige 'kopieën' bij.

Om de bezoeker houvast te geven hangen op de donkergrijze muren de werken van El Greco, en op de lichtgrijze die van 38 kunstenaars uit de eerste decennia van de twintigste eeuw. Je kunt dus ook besluiten om alleen langs de werken van El Greco te dwalen, wat op zich al de reis naar Düsseldorf waard is.

Je volgt het leven van de kunstenaar, die op Kreta geboren werd als Domenikos Theotokópoulos en aanvankelijk iconenschilder is. Dat vindt hij niet uitdagend genoeg en daarom vertrekt hij naar Italië om zich verder te ontwikkelen in het atelier van Titiaan. Ook Bassano en Tintoretto inspireren hem, maar El Greco vindt dat hij zelf ook veel in zijn mars heeft. Heel arrogant schijnt hij aangeboden te hebben om Het laatste oordeel van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel in Rome over te schilderen. Daar zou het alleen maar beter van worden, hij vindt de figuren van Michelangelo niet 'vleselijk' genoeg. Daarmee maakt hij geen vrienden in de Italiaanse kunstwereld.

Zijn carrière raakt in het slop, en hij vertrekt naar Spanje, waar hij zich vestigt in Toledo. Daar krijgt hij de naam El Greco (Spaans voor De Griek). Hij wordt beroemd en rijk met het schilderen van altaren en historiestukken voor de vele kerken en kloosters in de stad. Na zijn dood raakt de Spaanse kunst in Europa uit beeld. Pas in de loop van de negentiende eeuw komt er weer meer belangstelling voor en wordt El Greco als het ware herontdekt.

Op de tentoonstelling is goed te zien dat El Greco aanvankelijk sterk is beïnvloed door de Italiaanse meesters van zijn tijd. Pas in Spanje gaat hij steeds expressiever schilderen. Opvallend is dat vaak een achtergrond en horizon ontbreken. Alle nadruk komt daardoor te liggen op de menselijke figuren, die toch al de aandacht vragen met hun uitgerekte en verwrongen lijven en bizarre gelaatsuitdrukkingen.

Kan het niet wat minder overdreven, denk je bij sommige schilderijen. Dat geldt zeker voor De Opening van het Vijfde Zegel, een angstaanjagend doek gebaseerd op een passage uit De Openbaringen. Was El Greco dan toch waanzinnig, zoals vaak is gesuggereerd? Of misschien iets tussen gek en geniaal in? Wat zou kunnen verklaren dat je als kijker ook voortdurend heen en weer wordt geslingerd tussen huiveren en genieten, tussen weerzin en bewondering.

De vraag waarom El Greco zo anders en 'moderner' schilderde dan zijn tijdgenoten, komt merkwaardig genoeg niet aan de orde op deze tentoonstelling. Was het omdat hij zich wilde onderscheiden van de beroemdere meesters van zijn tijd? Of snapte hij al dat een schilderij aan zeggingskracht kan winnen door de werkelijkheid te vervormen?

Kijkend naar zijn meesterwerk Laocoön ben je geneigd tot de conclusie dat El Greco met zijn expressionistische stijl zijn tijd ver vooruit was. Op dit schilderij speelt zich het drama af van de priester Laocoön en zijn twee zonen, die worden gedood door zeeslangen. Dat is de straf van Apollo omdat Laocoön zijn stadgenoten heeft gewaarschuwd het Paard van Troje niet binnen te halen. Het schilderij staat bol van dramatiek en onheil. Pure horror is het, doordat El Greco op alle mogelijke manieren de werkelijkheid verdraait: de figuren op de voorgrond kloppen anatomisch niet, het paard van Troje is springlevend, bij de mysterieuze figuren rechts correspondeert het aantal hoofden niet met het aantal benen en de stad op de achtergrond lijkt Toledo wel. Een raadselachtig schilderij vol gedurfde experimenten, dat El Greco een eeuw geleden de status van grondlegger van de moderne kunst bezorgde.

Aan de hand van tientallen werken toont Beat Wismer hoe kunstenaars als Max Beckmann, Max Oppenheimer, Egon Schiele en Heinrich Nauen en hun tijdgenoten zich zouden hebben laten inspireren door El Greco. Maar uitgerekend Desmoiselles d'Avignon van Picasso ontbreekt, dat veel overeenkomsten heeft met De Opening van het Vijfde Zegel.

Wismer heeft ook enkele sculpturen toegevoegd van Lehmbruck. Er is geen enkel bewijs dat Lehmbruck zich heeft laten beïnvloeden door El Greco, maar je gelooft het meteen als je Der Gestürzte (1915) ziet: een geknielde figuur met uitgerekte en uitgemergelde ledematen. Het bleke lichaam had zo kunnen figureren op een schilderij van El Greco.

Kunsthistorici lijden nogal eens aan het euvel dat ze in elk kunstwerk de invloed van een voorganger of bepaalde stroming willen zien. In tientallen werken op deze tentoonstelling hoef je er niet eens naar te zoeken, maar ben je bij de eerste blik overtuigd van de invloed van El Greco. En net als bij de oude meester roepen ook die moderne werken vaak een mengeling van bewondering en afkeer op. Alleen jammer dat Wismer het meer in kwantiteit dan in kwaliteit heeft gezocht.

El Greco en de moderne kunst, t/m 12 augustus in Museum Kunstpalast in Düsseldorf, www.smkp.de

Voor het boeken van rondleidingen: el.greco@smkp.de

De catalogus, uitg. Hatje Cantz, kost 49,80 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden