EK van de verschraling en de versnippering

HELSINKI - Uiteenvallende topsportsystemen, verscherpte dopingcontroles en toenemende vercommercialisering in combinatie met een overvolle atletiekkalender. De onthutsende verschraling van de kwaliteit zoals de EK in Helsinki die heeft laten zien, komt voort uit een aaneenschakeling van veranderingen.

ROB VELTHUIS

Vier jaar geleden werd in Split afscheid genomen van het DDR-bolwerk. Aan de Dalmatische kust was destijd sprake van een boeiend toernooi waarin Oost-Duitsland met allure afscheid nam als zelfstandige sportnatie. Ondanks het optimisme dat in Duitsland heerste over de samenvoeging van twee ploegen, blijkt er van de erfenis bitter weinig over. De twee equipes waren in Split goed voor vijftien gouden medailles, waarvan het merendeel door de Oostduitsers werd geclaimd. Helsinki leverde slechts vijf titels op, mede door het wegvallen van discusfavoriet Lars Riedel en het falen van hoogspringster Heike Henkel.

Tussen Split en Helsinki vond een natuurlijke verevening plaats. De staatsamateurs uit het Oostblok verloren hun voorsprong omdat geen overheidsgeld meer in de topsport wordt gepompt. Slechts Rusland handhaaft zich op de vrije markt wonderwel aan de top; als zelfstandige staat won het meer titels dan tijdens de vorige EK-editie als Sovjet-Unie. Ook Oekrae is als vierde in het medailleklassement grootverdiener.

Werden in Split de medailles nog verdeeld door twintig landen, met 25 'winnaars' in Finland kwam de versnippering van politiek Europa ook sportief tot uiting. Helsinki was het matigste toernooi sinds decennia, dat elders op de wereld geen enkele inspiratie zal hebben opgewekt. In Finland lag dè mogelijkheid voor kleine naties om een graantje mee te pikken, zoals België met drie medailles gretig deed. Noorwegen en Spanje deden slagvaardig zaken. Vreemd genoeg verzuimde topper Groot-Brittannië de neergang in het Oosten uit te buiten. Vier jaar geleden waren de Britten nog de grootverdieners, vooral dankzij een overheersing op de sprintnummers en de sterke middenlange afstandlopers. Daarop moest veel terrein worden prijsgegeven. Tekenend was de wijze waarop de 4x100 estafetteploeg van de mannen zijn favorietenrol zaterdag uit handen gaf door op een zeker lijkende wissel het stokje te laten vallen. Ondanks successen van kanjers als Gunnell, Christie en Jackson heeft de ontmoediging toegeslagen na tegenvallende Olympische Spelen en WK's.

Er is ook nogal wat gaande binnen de Britse atletiek. Frank Dick, jarenlang als technisch directeur de animator, is er mee gestopt. Schandalen rond een atletiekjournalist - op het spoor van een dopinglijn - die zelfmoord pleegde en de ontslagen atletiekpromotor Andy Norman hebben voor grote onrust gezorgd. Maar ook is het besef doorgedrongen dat slechts van korte-termijn planning sprake is. Peter Radford, voorzitter van de Britse atletiekfederatie heeft toegegeven dat het beleid te veel is gericht op het behouden van het huidige talent. Van opleiding en ondersteuning van talentvolle jongeren is geen sprake. Fiona May is daarvan een uitgesproken voorbeeld. Zes jaar geleden werd zij voor Groot-Brittannië wereldkampioene verspringen bij de junioren. Afgelopen week won ze op deze discipline voor Italië brons bij het verspringen. Vorig jaar oktober vroeg ze een bijdrage in haar wintertraining aan het Sport Aid Foundation. Drie maanden later kreeg ze 500 pond aangeboden. Dat was te weinig en te laat. “Het is alsof ik in Italië weer frisse lucht binnenkrijg”, verklaarde ze in Helsinki. “Ik leef voor de atletiek en Brittannië leek niets voor me te willen doen.”

De Noorse successen - drie keer goud, twee keer zilver en een bronzen plak - hebben zelfs de ogen van de Engelsen geopend. De Noren - in Split goed voor een zilveren plak - vergooiden gisteren op de 800 meter goud omdat ze het niet aan durfden een van hun twee finalisten te offeren. Een snelle opening van Douglas had de poort voor Rodal kunnen openen. Nu was de trage race op het lijf geschreven van Benvenuti, die Italië de tweede titel bracht. Ook al zo'n schrale oogst, terwijl er in dat land kapitalen in de sport worden gestoken en universiteiten voor wetenschappelijke ondersteuning zorgen.

Wat dat betreft is het opmerkelijk dat Noorwegen met een nieuw beleid in zo'n korte tijd voor een enorme ombuiging heeft gezorgd. Dat is zelfs Nederland opgevallen. Bert Paauw noemde het Scandinavische land als voorbeeld toen hij zich realist toonde door van een “afgang” te spreken voor de Nederlandse ploeg. Wat laat merkte hij op dat “de toestand rond Erik de Bruin en het brons van Bert van Vlaanderen de slechte prestaties tijdens de WK van Stuttgart vorig jaar hebben overschaduwd”.

De EK in Helsinki leverde ondanks het in elkaar gedonderde internationale niveau slechts twee finaleplaatsen op. Nelli Cooman werd vijfde op de 100 meter; zaterdag werd het kwartet Elissen, Poelman, De Lange en Bogaards verdienstelijk zesde op de 4 x 100 estafette. Paauw zegt de deceptie van Helsinki als breekijzer te willen aangrijpen om veranderingen door te drukken. De eisen die aan atleten zullen worden gesteld, moeten worden verscherpt; er moet wetenschappelijke kennis worden vergaard (Henk Kraaijenhof is al voor adviezen gevraagd); voor de part-time vakgroeptrainers moeten full-time krachten komen. Te veel geld wordt nu over een te grote groep atleten verspreid. Paauw staat voor de senioren eenzelfde model voor ogen als bij de jeugd wordt toegepast. Een kleine, kwalitatief hoogstaande groep sporters die goed wordt ondersteund. De huidige topselectie van zestig mensen zal worden gehalveerd. De eisen die worden gekoppeld aan financiële steun worden zwaarder. “Successen worden nu behaald door eenlingen die met een persoonlijke trainer werken. Ik vraag me af of we die situatie niet te veel hebben laten vieren. Wij zullen meer voorwaarden gaan stellen. Het kan niet meer zo zijn dat we zeggen: hier heb je geld, doe er maar iets mee. Dat is middelen verspillen aan mensen die het toch niet waar kunnen maken.”

De KNAU zal de kant die Paauw zoekt wel op moeten, wil zij de topsportbijdragen van het NOC niet verspelen. André Bolhuis presenteerde dit jaar zijn plannen voor de Olympische kernploeg, waarin hij soortgelijke eisen aankondigde. Het is alleen vreemd waarom nu pas de vuist op tafel komt. Een bijzonder mild selectiesysteem maakte van de ploeg voor Helsinki een kind met een waterhoofd. “Ons beleid was het perspectief voor de atleten vergroten. Zwakke limieten zodat de voorbereiding op de EK zo optimaal mogelijk kon zijn. Laat hier dan maar zien dat je het kan, maar dat blijkt dus niet te werken”, verdedigde Paauw zich.

Vier jaar geleden in Split - waar discuswerper Erik de Bruin zilver won en Ellen van Langen met een vierde plaats doorbrak op de 800 meter - sprak toenmalig technisch directeur Arie Kauffman voor een deel dezelfde woorden. Strengere selectienormen om voorspelbare decepties te voorkomen, meer wetenschappelijke kennis binnen halen. Als de geschiedenis zich herhaalt, gebeurt er weer niets. Veel zal afhangen van de hoeveelheid geld die beschikbaar komt voor een kostbare stuctuur met full-time krachten, zoals Paauw die voor ogen staat. En dan nog mag niet worden verwacht dat zich in Atlanta een Noors wonder zal voordoen. Niet voor niets spreekt Paauw van een Atlanta/Sidney-selectie. De Nederlandse atletiektop is nu eenmaal flinterdun. Een paar tegenslagen, en elke illusie is weggeslagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden