EK Bizar - 1980

Weinig voetbalkenners begrijpen Günther Netzer wanneer hij in de zomer van 1978 zijn oog laat vallen op Horst Hrubesch, de kolos in de spits van Rot Weiss Essen. Netzer is in die dagen de succesvolle manager van Hamburger SV. In eendrachtige samenwerking met de Joegoslavische trainer Branco Zebec slijpt hij aan een mooi, attractief en kunstzinnig spelend elftal. Zo heeft Netzer in zijn beste jaren bij Borussia Mönchengladbach, Real Madrid en tussen 1965 en 1975 in 37 interlands voor Duitsland zelf ook altijd gespeeld: mooi, attractief en kunstzinnig. Maar waar komt hij nu toch ineens mee aan?! Horst Hrubesch!

Goed, Hrubesch heeft zich in de tweede Bundesliga bij Rot Weiss Essen drie jaar lang als een redelijk productieve spits gemanifesteerd (41 doelpunten), maar dit hobbelpaard heeft eerder natuurlijk niet toevallig zo lang in de anonimiteit gespeeld. Wanneer Hrubesch door Netzer naar Hamburg wordt gehaald loopt hij al tegen de dertig. Het publiek in de Noord-Duitse havenstad kan zich niet voorstellen dat deze jongen, met zijn huiveringwekkende hoofd, een versterking zal betekenen voor de rood-witte sterrenbrigade.

'Wacht maar af', zo neemt Netzer zijn voor een prikkie vastgelegde aankoop in bescherming. De speler weet zelf ook wel dat hij nooit de schoonheidsprijs zal verdienen. Zijn technische bagage is bijzonder beperkt. Zodra op de training aan een rondo wordt begonnen, is Hrubesch voortdurend de klos. Medespelers lachen af en toe besmuikt om deze bizarre voetballer, die het zich moet laten welgevallen dat de kranten hem meteen van een bijnaam voorzien: Das Ungeheuer - Het Monster. Leuk vindt Horst dat niet. Kan hij het helpen dat hij er uit ziet als een rugbyspeler? Is het zijn schuld dat hij een pokdalig gezicht heeft?

Welaan, in Hamburg zijn ze spoedig uitgelachen. Met Kevin Keegan, de Engelse international die door zijn spontane gedrag vanaf dag 1 in Hamburg door het publiek in de armen wordt gesloten, blijkt Hrubesch zowaar aardig te kunnen samenwerken. Dat wil zeggen, op basis van zijn gepolijste techniek legt Keegan de ballen panklaar, die Hrubesch vervolgens met de kop en met zijn grote voeten tot goals promoveert. Zolang ze hem maar niet te nadrukkelijk in de combinaties betrekken, blijkt Horst waarachtig toch een speler van groot belang te zijn. Vier jaar lang blijft hij in Hamburg, voordat hij op zijn oude dag bij Standard Luik gaat afbouwen en nadien ook nog een laatste jaar bij Borussia Dortmund speelt.

In zijn Hamburgse jaren maakt Horst Hrubesch achtereenvolgens 13, 21, 17 en 27 doelpunten. Horst wordt gevierd als Torschützenkönig. Maar veel gekker moet het natuurlijk niet worden met deze anti-voetballer. Dit is geen man voor het internationale topvoetbal. 'Wel waar', zegt Ernst Happel, die in Hamburg de opvolger is van de alcoholist Zebec. En kijk nou toch: Hrubesch speelt in Athene een hoofdrol in de met 1-0 gewonnen Europa Cup-finale tegen Juventus.

Misschien is die Hrubesch toch ook wel wat voor mij, zegt bondscoach Jupp Derwall in 1980. Hij laat de voormalige dakbedekker als 29-jarige zijn interlanddebuut maken. Ineens hebben de fluwelen Hansi Müller en Karl-Heinz Rummenigge voorin een aanspeelpunt. Dat is in optimale zin lonend in de EK-finale tegen het sensationele België. Duitsland wint (uiteraard in de laatste minuut) met 2-1 en het is de man die niet kan voetballen, die beide goals maakt. Bij Hrubesch' finest hour zit Günther Netzer in Rome te gloriëren op het ereterras van het Olympisch Stadion. 'Zie je nou wel!'

Maar anderhalf jaar later zit de interlandloopbaan van Horst Hrubesch er al weer op. Bij nader inzien vormt het gebrek aan echte voetbalkwaliteiten uiteindelijk toch een te groot probleem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden