Eise Oosterwoud gaat biologisch boeren, om te tonen dat het kan

GRONINGEN - De reacties waren voorspelbaar, toen veehouder Eise Oosterwoud besloot op de biologische toer te gaan. Of hij niet helemaal lekker was geworden en zo. En of hij al nieuwe sokken had aangeschaft, geitenwollen uiteraard. Het imago van de biologische landbouw is, zeker in Groningen, nog erg stereotiep.

Nu kan de jonge boer uit Marum wel tegen een stootje. Hij heeft de beslissing met overtuiging genomen, ondanks de niet altijd even stimulerende reacties uit zijn omgeving. Er wordt lacherig gedaan en meewarig gekeken. De veevoerhandelaren vinden het maar niks. En ook voor zijn vader, van wie hij het bedrijf een jaar of zes geleden overnam, was de overstap niet gemakkelijk. Hij dacht terug aan het moeizame boeren op de arme zandgrond in het Groningse Westerkwartier en prees de zegeningen van de moderne middelen: 'Zonder kunstmest was het bedrijf nooit zo florerend geworden', was zijn opvatting.

Maar met steun van zijn vrouw, ook opgegroeid op een boerderij en met de redelijk succesvolle ervaringen van omgeschakelde veehouders in het achterhoofd, zet Eise door. “Boeren die een paar jaar geleden al zijn overgestapt, halen er een redelijke tot goede boterham uit. Dus waarom wij niet?”

Vandaar ook dat Oosterwoud zich vorig jaar aanmeldde voor een cursus biologische landbouw, betaald door de provincie Groningen en de Europese Unie en georganiseerd door Nieuwland Advies in Wageningen. Van de twintig Groningse boeren die de cursus maandagavond op het provinciehuis afsloten, is hij een van de weinigen die de overstap daadwerkelijk zal maken. Hoewel Groningen een landbouwprovincie bij uitstek is, is de belangstelling voor een milieuvriendelijker aanpak volgens gedeputeerde Jaap van Dijk 'niet zo geweldig ontwikkeld'. En dat is stom, vindt Van Dijk, want “als je het productiemiddel grond verpest, verpest je niet alleen het milieu, maar ben je ook bezig met kapitaalvernietiging”.

Voor Oosterwoud komt de omschakeling niet zo maar uit hobby voort, zoals hij het woord principe omschrijft. “Als je om je heen ziet en constateert dat er alsmaar meer middelen worden gebruikt, stuit je dat tegen de borst. Maar het is ook een uitdaging om te laten zien dat het anders kan. Wij hebben 60 hectare land bij de boerderij, dat is aardig wat. Wij zijn zelfvoorzienend, verbouwen alles zelf. Ik koop bijna geen voer aan, alleen eiwit-aanvulling.”

De beslissing om over te stappen op biologische landbouw was een geleidelijk proces. “Wij waren al een beetje op die toer. We gebruikten al minder kunstmest en zo. De cursus heeft mij meer overtuigd van de zin en de haalbaarheid. Daardoor ben ik me meer gaan oriënteren.”

Op de middelbare landbouwschool werd vijftien jaar geleden met vrijwel geen woord gerept van biologische landbouwmethoden, zegt Eise: “Daar was de tijd toen nog niet rijp voor.” In het blad De Boerderij leest hij alleen maar verhalen over kunstmest en ontsmettingsmiddelen: “Dat prikkelt de boer dus ook niet om er over na te denken.” En kunstmest is relatief goedkoop, dus waarom zou je?

Oosterwoud: “Ik zeg niet dat iedereen er geschikt voor is. Je neemt een gok, er zijn nog al wat onzekerheden. Voor de veeteelt is de overschakeling minder groot dan voor de akkerbouw. Mijn werk verandert niet zo veel. Ik moet in het voorjaar wat meer geduld hebben voordat ik gras krijg. En ik moet mijn eigen mest nog beter verdelen, meer stro in de boxen geven, de gezondheidszorg aanpassen, op zoek gaan naar een homeopathische veearts (die zijn trouwens met een zaklaantaarntje te vinden) en ga zo door. Ik bespaar natuurlijk op krachtvoerkosten. Ik hoef niet extra te investeren. Ik zal wat meer koeien moeten melken. De melkproductie loopt iets naar beneden en de gewasopbrengst wordt minder. Maandagmorgen ontdekte ik dat ik wormen van de langpoot in het land heb; die tasten de wortels van het gras aan. Spuiten mag niet.”

De cursus heeft hem gestimuleerd, maar ook kritischer gemaakt dat het niet op voorhand een succes wordt. Het grootste probleem is de afzet. Die is slecht geregeld, zeker in Groningen. “Voor de melk moet er waarschijnlijk een tankauto uit Udenhout in Brabant komen, of uit Limmen bij Alkmaar. En dat is natuurlijk niet erg biologisch. Zo'n vrachtwagen moet als het even kan wel vol terug. Ze zijn in Friesland bezig een fabriek op te zetten; ik hoop dat het een coöperatie wordt, waarbij je als leveranciers niet tegen elkaar wordt uitgespeeld.”

Afzet

De afzetmogelijkheden - of beter: afzetproblemen - van biologische landbouwproducten vormden maandagavond het sluitstuk van de cursus. Harm Westers, akkerbouwer in Hornhuizen, zou ook best anders willen. “Granen en aardappelen zijn biologisch wel tegen meerprijs af te zetten. Maar biologische bieten krijgen in de suikerindustrie steeds geen kans, de suikerindustrie wil er gewoon niet aan. Bieten zijn dus totaal onrendabel. Dat is een enorme drempel. Het betekent dat je eerst een stap terug doet, voordat je een paar stappen vooruit kunt maken. Dat is voor mij een brug te ver.”

Biologische teelt, Westers gelooft dat die op termijn het beste perspectief heeft en het vernieuwendst is. Maar vanwege het prijsverschil blijft hij somber gestemd. “Bieten spuit je schoon voor weinig geld. Voor 3000 gulden ben je klaar, altijd safe en één man kan het doen. Als je niet mag spuiten, heb je drie weken lang 15 man nodig om de zaak schoon te krijgen. Die lui moet je dan wel eerst vinden - plus iemand die toezicht houdt. En bovendien moeten ze het ook nog volhouden. Want het is een rotwerk, dat verzeker ik je.”

Ook het feit dat de omschakeling in de akkerbouw nog al wat tijd kost (meer dan in de veeteelt), maakt Westers voorzichtig. Het bouwplan is anders in het biologische model, het verwerven van een eco-keurmerk duurt langer, het is niet eenvoudig om aan goede stalmest te komen. “Ik probeer nu geïntegreerd te werken, dat zijn maar kleine stapjes. Als ik volledig biologisch te werk zou gaan, zou ik financieel onderuit vliegen.”

Groningers zijn wat behoudend, verklaart hij de geringe animo voor biologische landbouw in Groningen. En dat zal nog wel een tijd zo blijven, denkt Westers, zolang suikerbieten nog niet zijn af te zetten, zolang er te weinig biologische stalmest te koop is en zeker zolang de afzet van bio-producten nog zo moeizaam verloopt.

“Dat komt natuurlijk ook door het prijsverschil. Als een gewoon broodje 2,50 kost, kost een eco-broodje vier gulden: dat kun je toch niet verkopen? Op die manier blijft biologisch voedsel een soort rijke yuppen-voer, voor mensen die het leuk vinden om meer te betalen dan de gewone man. Het is zo hartstikke duur. Dan kun je nog zoveel promotie maken voor bioproducten, voor de meeste consumenten houdt het wel een keer op”, verzucht Westers. Een van zijn mede-cursisten vult hem aan: “Het is raar: je probeert de boer te laten omschakelen naar het biologische model, terwijl de markt er nog niet is.”

Bij de Oosterwouds in Marum gaan ze zelf op zoek naar de consument. Eise heeft z'n middenstandsdiploma, zijn vrouw wil best kaas maken. De boerderij ligt midden in het dorp, dus afzetmogelijkheden genoeg. Ze moeten zich er nog verder in verdiepen, maar Eise weet wat dat betreft niet beter. De cursus is voorbij, hij moet nu alles weer zelf uitzoeken. Net als over die langpootwormen trouwens: een goed remedie tegen die grasvreters konden ze hem op de cursus ook niet geven. “Hopen dat er een stel zeemeeuwen op mijn land komt, werd me gezegd. Die schijnen die wormen lekker te vinden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden