Einstein geen 'schalenloses Ei'

Wie denkt alles over Albert Einstein te weten na het lezen van de veelgeroemde biografie van Abraham Pais heeft het mis. Over ongeveer een jaar verschijnt deel 5 van de Collected papers of Albert Einstein en zoals het hoort bij dit soort edities kan de lezer op een aantal verrassingen rekenen. Het deel bevat de correspondentie van Einstein uit de jaren 1902-1914, een totaal van ruim vijfhonderd brieven van en aan Einstein. Hoewel veel materiaal uit deze periode verloren is gegaan - Einstein was niet erg zorgvuldig in het bewaren van zijn post -, vormen de brieven een interessante aanvulling op wat tot dusver over Einsteins leven bekend was. Het aardige van een dergelijke uitgave is ook dat de lezer nu een eigen oordeel kan vormen en niet langer afhankelijk is van de keuze en de interpretatie van een biograaf.

Het boek bevat een bonte verzameling brieven waarin zowel wetenschappelijke als meer persoonlijke zaken aan de orde komen. Zo ontstaat een veelzijdig beeld van Einsteins leven en vroege loopbaan. Zijn geleidelijk toenemende faam blijkt uit de groeiende omvang van zijn wetenschappelijke correspondentie met vrijwel alle vooraanstaande vakgenoten. Veel van die brieven zijn al eerder gepubliceerd maar doordat alle beschikbare correspondentie nu bij elkaar is gebracht, wordt het beeld toch anders en vollediger. Opvallend is vooral hoezeer Einstein in beslag werd genomen door de problemen van de quantumtheorie.

Ook het verloop van Einsteins maatschappelijke carriere, met hoogleraarsposities in achtereenvolgens Zurich, Praag, weer Zurich en tenslotte Berlijn kan aan de hand van brieven worden gevolgd. Er blijkt uit hoezeer hij zijn best heeft gedaan om verder te stijgen op de maatschappelijke ladder. Als zijn positie aan de universiteit van Zurich geen verdere perspectieven meer lijkt te bieden en een door hem gewenste benoeming aan de Eidgenossische Technische Hochschule (ETH, de beroemde technische hogeschool in die stad) nog buiten bereik is, aanvaardt Einstein een professoraat aan de Duitse universiteit in Praag. Het is een verbetering maar ook een tussenstap die mede bedoeld is om zijn marktwaarde te verhogen. Einstein is niet erg gelukkig in Praag en maakt daar in zijn brieven geen geheim van. Kort na zijn aankomst in Praag in het voorjaar van 1911 vat hij de situatie zo samen: "De lucht vol roet, het water levensgevaarlijk, de mensen oppervlakkig en grof, zij het in het algemeen goedmoedig." Zijn mening over Praag en zijn bewoners zal niet veel veranderen in de loop van de tijd.

In het najaar van 1911, ruim een half jaar na zijn benoeming in Praag, krijgt Einstein een aanbod om hoogleraar te worden in Utrecht. In een aantal brieven aan de Utrechtse natuurkundige Willem Julius toont hij zich aanvankelijk geinteresseerd in de positie. Uit een briefwisseling met enkele invloedrijke vrienden in Zurich blijkt echter dat Einstein het aanbod uit Utrecht behendig gebruikt om een benoeming aan de ETH door te zetten. Dat lukt voortreffelijk en eind januari 1912 valt de beslissing. Einstein is zeer tevreden: "Twee dagen geleden werd ik (halleluja!) aan het Polytechnicum in Zurich benoemd."

Een wat minder bekend aspect van Einstein komt naar voren uit zijn correspondentie met de gebroeders Paul en Conrad Habicht, oude vrienden uit zijn studietijd. Samen met de Habichts werkt Einstein aan de constructie van een ingenieus apparaat voor het waarnemen van zeer kleine hoeveelheden elektriciteit. Het 'Maschinchen', zoals Einstein het toestel noemt, is gebaseerd op een vinding van Einstein zelf. Hier maken we kennis met Einstein de uitvinder en toegewijd knutselaar. 'Mijn eigenhandig in elkaar geprutste pronkjuweel' noemt hij een van zijn prototypes. Het apparaat kwam uiteindelijk ook in de handel, hoewel het nooit een succes werd.

Maar nog interessanter voor het aanvullen van het bestaande beeld van Einsteins persoonlijkheid is een serie tot dusver onbekende brieven aan zijn toekomstige tweede echtgenote, Elsa Einstein. De brieven werden later door Elsa gekarakteriseerd met de woorden 'bijzonder mooie brieven uit de allerbeste tijd'. De reeks begint in het voorjaar van 1912, kort na een bezoek van Einstein aan Berlijn, waar Elsa toen woonde. Een tijdens dat bezoek begonnen relatie wordt twee maanden later door een duidelijk gekwelde Einstein verbroken: "Het zou alleen maar verwarring en ongeluk teweeg brengen als we aan onze wederzijdse genegenheid zouden toegeven."

Anderhalf jaar later, bij een volgend bezoek van Einstein aan Berlijn, herhaalt zich de geschiedenis. Maar ditmaal is de relatie blijvend. Uit de brieven die na dit bezoek worden geschreven, blijkt hoe sterk de gevoelens over en weer zijn en wordt ook duidelijk hoezeer Einsteins huwelijk met zijn vroegere studiegenote Mileva Maric is gedesintegreerd. Een echtscheiding is onontkoombaar.

Niet zonder betekenis is dat Einstein inmiddels een dubbele benoeming in Berlijn heeft aanvaard. Met ingang van april 1914 zal hij lid worden van de Pruisische academie van wetenschappen (tegen een vorstelijk salaris) en bovendien hoogleraar worden aan de Berlijnse universiteit. Het is duidelijk dat deze benoeming door de aanwezigheid in Berlijn van Elsa extra aantrekkelijk was. In het halve jaar tot de verhuizing naar Berlijn schrijven Elsa en Albert elkaar regelmatig. Zelden is Einstein zo openhartig en persoonlijk als in deze brieven. Zijn gebrek aan ontzag voor gevestigde reputaties, zijn onverschilligheid voor uiterlijkheden en de mening van anderen, zijn onafhankelijkheid van geest kortom, worden duidelijker dan ooit. Met enige zelfspot vat hij zijn leven zo samen: "Dieet: roken als een schoorsteen, werken als een paard, eten zonder overleg of keuze, wandelen alleen in echt aangenaam gezelschap, dus helaas zelden, slapen onregelmatig, enzovoort." Over zijn vrouw is hij bitter en soms zonder omwegen vijandig. De sfeer thuis is gespannen en Einstein vlucht in zijn werk: "Geen wonder dat onder deze omstandigheden de liefde voor de wetenschap gedijt, die me uit het tranendal opheft in rustige sferen, onpersoonlijk en vrij van gescheld en gejammer."

Sommige lezers zullen misschien teleurgesteld zijn over deze brieven omdat ze een ideaalbeeld verstoren; anderen zullen een al gevormd negatief oordeel wellicht bevestigd zien. Hoe het ook zij, in zijn brieven aan Elsa is Einstein een mens van vlees en bloed en niet een heilige of een 'schalenloses Ei', om zijn eigen woorden te gebruiken. En dat is een verrijking van het bestaande beeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden