Eindoordeel bij onderzoek schoolprestaties onterecht

Onderzoek kijkt alleen naar resultaat op het centraal schriftelijk. Kwaliteit van een school meet je aan veel meer criteria af.

Afgelopen maand kwam Trouw met het jaarlijkse onderzoek naar de Schoolprestaties. De onderzoekers meldden dat de methode ten opzichte van vorig jaar nog verder verfijnd is om een genuanceerder oordeel op te leveren. Op hun site is er van elke school dan ook een groot aantal gegevens te vinden. Let wel dat het gaat om het eindexamenjaar 2009 en niet om 2010. Dus de gegevens zijn minstens anderhalf jaar oud.

Triomfantelijk wordt door de onderzoekers gemeld dat het eindoordeel weer terug is. Een dergelijk rapportcijfer geeft houvast; lijsten zonder een dergelijk oordeel zijn lastig te interpreteren. Dat is een juiste constatering, maar dan moet het eindoordeel wel een goed beeld geven van de prestaties van een school. En daar zit nu het probleem. Het eindoordeel is sterk afhankelijk van het aantal vakken dat onder de 6 scoort bij het centraal examen. Drie vakken onvoldoende, dus met een gemiddelde onder de 6,0, geeft meteen een onvoldoende eindoordeel.

Een voorbeeld met reële gegevens uit de Schoolprestaties. De havo-afdeling van school A heeft een hoger cijfer op het centraal eindexamen dan school B: een 6,4 tegenover een 6,0. Verder heeft school A een veel hoger slagingspercentrage dan school B (92,4 tegenover 70,5 procent), en een hoger percentage leerlingen dat het diploma zonder vertraging haalde (87,5 tegenover 69,1 procent). Op school A volgt bovendien 24 procent van de leerlingen hoger onderwijs dan op de basisschool was geadviseerd, tegen 10 procent op school B.

Het enige punt waarop school A slechter scoort dan school B, is het aantal eindexamenvakken waarvoor geslaagde leerlingen een onvoldoende hebben gehaald. Bij school A is dat drie, bij school B nul. Daarom valt het eindoordeel voor school A veel lager uit dan voor school B: school A krijgt een 5, school B een 8. Hoewel leerlingen op school A hoger scoren op het eindexamen, meer kans van slagen hebben, minder vertraging hebben tijdens de schoolperiode en relatief hoger uitkomen dan het advies van de basisschool.

Van de examenkandidaten zijn de gezakte leerlingen weggelaten en is alleen gekeken naar de resultaten van de geslaagden. Dat is zeer discutabel. Voor het behalen van de uitslag is een slaag-/zakregeling opgesteld, waarbij maximaal twee onvoldoendes kunnen worden gecompenseerd door andere vakken. School A kan veel tijd en energie hebben gestoken in het begeleiden van de leerlingen naar een (net) voldoende resultaat. Op school B zijn er naast de veel gezakte leerlingen, geslaagde leerlingen overgebleven die een gemiddeld cijfer hebben dat 0,7 hoger ligt. Doordat bij school A drie vakken uitkomen onder de 6,0 gemiddeld, wordt het eindoordeel erg laag (een 5). School B heeft op dit punt beter gescoord en krijgt een 8 als eindoordeel. Een leerling die geslaagd is, heeft een volwaardig havo-diploma gekregen. Welke leerlingen het meest succesvol zijn bij hun vervolgopleidingen is niet onderzocht.

Ik ben van mening dat het eindoordeel bij dit voorbeeld onterecht is en geen goed beeld geeft van prestaties van de genoemde scholen. Ik doe dan ook een dringend verzoek aan de onderzoekers om het eindoordeel te baseren op betere criteria of het anders weg te laten. Het is de vraag of ouders op grond van deze gegevens kunnen kiezen voor school A of school B.

Ouders kiezen op grond van verschillende criteria een school voor voortgezet onderwijs voor hun zoon of dochter. Dat pleit ervoor om scholen ook op verschillende criteria te kunnen vergelijken. Daarvoor heeft de VO-raad een project gestart. Doel van het project is 20 kwaliteitsstandaarden te ontwikkelen en de mogelijkheid schoolresultaten met elkaar te vergelijken. Verticale verantwoording (o.a. inspectie) en horizontale verantwoording (o.a. ouders, basisscholen, gemeente) worden met elkaar verbonden. Op de site van Vensters voor Verantwoording staat meer informatie.

Alles is ook niet eenvoudig in statistieken weer te geven. Doordat de onderzoekers zo focussen op de onvoldoendes wordt voorbijgaan aan andere belangrijke zaken van een school. Het veilig en gekend voelen, goed contact tussen de docenten, ouders en leerlingen. Goede begeleiding in deze soms moeilijke levensfase, waar de leerlingen van zich van puber tot jongvolwassene ontwikkelen, is uitermate belangrijk.

Op mijn school organiseren we voor de havo- en vwo-leerlingen een terugkomdag nadat de leerlingen 1,5 jaar van school zijn. Als ze dan vertellen hoe tevreden ze terugkijken op hun oude school en dat ze goed mee kunnen komen in het vervolgonderwijs, dan heeft mijn school echt een goede prestatie geleverd. Daar ben ik als schoolleider heel trots op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden