Eindeloze weg naar vrede

Ook de Westelijke Sahara leek even aangeraakt door de Arabische Lente. In elk geval is het stof van het al decennia slepende conflict afgeblazen. Het lijkt of er geen schot in zit, maar onderhuids broeit het, weten ook de activisten. Intussen doet VN-gezant Christopher Ross wat hij kan.

Het is onrustig in Laâyoune, met 200.000 inwoners de grootste stad van de Westelijke Sahara. Op elke straathoek staan busjes met politieagenten en ME. Overdag zijn de straten van Laâyoune uitgestorven. Zand stuift over het lege asfalt. 's Avonds is er bijna altijd wel een kleine demonstratie.

De 26-jarige student Abdati Eddia neemt regelmatig deel aan demonstraties. Abdati is het niet eens met de manier waarop Marokko de Westelijke Sahara bestuurt: "Er wordt helemaal niet naar de oorspronkelijke bewoners, de Sahrawi, geluisterd. Wij zouden moeten profiteren van de natuurlijke bronnen van dit gebied. De grond zit hier vol met waardevolle stoffen."

Sinds Spanje zich in 1975 terugtrok uit de Westelijke Sahara wordt dit uitgestrekte woestijngebied door Marokko beheerd. Met 266.000 vierkante kilometer is het ruim zes keer zo groot als Nederland, maar er wonen niet meer dan een paar honderdduizend mensen. Volgens Eddia deelt de lokale bevolking niet mee in de opbrengsten van de mijnen in het gebied: "Marokkanen denken dat Sahrawi het goed hebben en profiteren van het geld dat Marokko in deze regio investeert, maar wij worden onderdrukt en leven in armoede. Internationale organisaties hebben zich uitgesproken tegen de bezetting van de Westelijke Sahara, maar intussen profiteren westerse bedrijven mee van de grondstoffen en van de vis die hier voor de kust wordt gevangen."

De Arabische Lente heeft het stof van het oude conflict rond de Westelijke Sahara geblazen. Sahara-acitivisten stellen zelfs dat de Arabische Lente in Laâyoune begonnen is. Twee jaar geleden braken hier rellen uit toen het tentenkamp van Gdim Izik met geweld werd ontruimd. In oktober 2010 zetten honderden Sahrawi bij Gdim Izik, een eindje buiten Laâyoune, een tentenkamp op, uit protest tegen de hoge werkloosheid, de discriminatie op de arbeidsmarkt en de slechte sociale en economische omstandigheden in de Westelijke Sahara. Bij de ontruiming van het kamp viel een aantal doden en talloze gewonden - over de precieze aantallen lopen de versies uiteen.

Student Abdati ziet interventie van de internationale gemeenschap als de enige oplossing van het aloude conflict. Sinds 1991 zijn soldaten van de VN-missie MINURSO in Laâyoune gelegerd. In dat jaar werd er een wapenstilstand overeengekomen tussen Marokko en Polisario, dat een gewapende strijd voerde voor een onafhankelijk Westelijke Sahara. De partijen spraken een referendum af waarin de bevolking zich voor of tegen onafhankelijkheid uit zou mogen spreken.

Maar omdat al jaren wordt gesteggeld over de opstelling van de kieslijsten is er nog steeds geen referendum gehouden. VN-soldaten wachten werkeloos af tot er schot in de zaak komt. Verschillende VN-gezanten hebben al geprobeerd om Marokko en Polisario dichter bij elkaar te brengen, tot nog toe zonder resultaat. In april zegde Marokko het vertrouwen op in de huidige VN-gezant, de Amerikaanse diplomaat Christopher Ross, omdat hij partijdig zou zijn.

De vader van Abdati, Sidi Ahmed Eddia, treedt vaak op als woordvoerder van de Sahrawi-bevolking. Hij vindt het spijtig dat Marokko het vertrouwen in Ross heeft opgezegd. "Ross wilde de Sahara bezoeken, dat was positief voor ons. Het was de bedoeling dat ik hem zou ontmoeten." Ook voor hem is de oneerlijke exploitatie van de grondstoffen een van de belangrijkste problemen. Sidi Ahmed werkte vroeger zelf in een fosfaatmijn. "Nadat Spanje zich uit de Sahara heeft teruggetrokken, heeft Marokko de fosfaatmijn overgenomen, maar mijn Sahrawi-collega's en ik kregen steeds minder betaald en de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn nooit nageleefd. Toen de mijn nog Spaans was, kregen wij evenveel betaald als Spaanse mijnwerkers, maar Marokko heeft nieuw personeel uit het noorden laten komen dat meer verdient en probeert alle Sahrawi-arbeiders eruit te werken."

De mijn is van het Marokkaanse nationale fosfaatbedrijf OCP, dat elk jaar miljarden verdient aan de export van fosfaat. Een deel van die fosfaat - hoeveel precies is onbekend - komt uit de Westelijke Sahara. Daarnaast is visvangst een belangrijke bron van inkomsten voor Marokko: meer dan de helft van de Marokkaanse vis wordt gevangen in wateren voor de kust van de Westelijke Sahara.

De vissers in de haven van Laâyoune, dertig kilometer buiten het centrum, komen bijna allemaal van het platteland rond de Marokkaanse stad Agadir. Sahrawi beschuldigen de Marokkaanse overheid ervan een kolonistenpolitiek te voeren door arbeiders uit Marokko te stimuleren om naar de Westelijke Sahara te verhuizen. Zo verstrekt de Marokkaanse overheid alleen in deze regio bijstandsuitkeringen. Dat zou een van de redenen zijn waarom Marokkanen naar deze regio migreren. Marokkanen menen juist dat Sahrawi lui en verwend zijn, omdat zij als enigen in Marokko aanspraak kunnen maken op speciale sociale voorzieningen.

Terwijl bijna alle arbeiders in de haven dus afkomstig zijn uit noorderlijkere gebieden, lijkt de bevolking in het centrum van Laâyoune toch vooral Sahrawi te zijn. Aan de brede, geasfalteerde boulevards zijn enkele filialen van Marokkaanse telefoniebedrijven gevestigd, en er is een filiaal van het Franse cosmeticabedrijf Yves Rocher, maar verder zijn er nauwelijks Marokkaanse ketens. Wel zijn er verschillende ondernemers uit Marokko. Abdelkader kwam in 1998 vanuit de Marokkaanse kustplaats Safi naar Laâyoune om zijn eigen restaurant te beginnen. Geheel uit eigen beweging. "Waar kom jij vandaan, Amsterdam? Nou, net zoals jij misschien werk kan vinden in Rotterdam terwijl iemand uit Rotterdam juist in Amsterdam aan de slag kan, ben ik toevallig in Laâyoune terechtgekomen. De goede God heeft me hier een kans gegeven, geloofd zij hij."

Na de rellen van Gdim Izik verlieten verschillende Marokkaanse ondernemers Laâyoune, maar Abdelkader zegt niet bang te zijn voor onlusten. Aan de politieke situatie wil hij liever niet te veel woorden vuil maken: "Dat conflict is een probleem tussen Marokko en Algerije (Algerije zou Polisario steunen, EB). Als zij dat allebei echt willen kan het opgelost worden. Maar het zal nog jaren zo doorgaan. Het is een vicieuze cirkel: we hebben VN-gezant Baker gehad en Van Walsum, en nu is Ross er. En na hem zal weer een ander komen. Dat kan nog tijden zo doorgaan, maar de gewone mensen leven goed met elkaar samen en hebben geen boodschap aan dat conflict. Weet je, Marokko is als een gemengde salade, het is een mix. De mensen uit de Rif zijn anders dan de mensen uit Casablanca, en die zijn weer anders dan de mensen hier." De restauranthouder weet wel hoe het komt dat er vóór hem nog niemand op het idee was gekomen om een pizzeria te openen in Laâyoune: "Je hebt hier een bedoeïenencultuur, net als in Saoedi-Arabië of Katar. Mensen trokken rond met hun tenten, hoedden hun kamelen en deden verder niet zo veel."

Abdati Eddia denkt dat veel mensen wel willen werken, maar geen toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. Volgens hem is de onderwijspolitiek erop gericht om studenten uit de Sahara op Letteren en Recht te oriënteren, studies waar je niet zo gek veel mee kunt. "En ze willen de banden die wij nog met Spanje hebben verbreken door geen Spaans aan te bieden. Bij overheidsinstanties en in het bedrijfsleven wordt Frans gesproken, maar dat beheersen jongeren hier nauwelijks, omdat er geen goede docenten zijn."

Zijn er dan wel voldoende hoogopgeleide mensen om de Westelijke Sahara te besturen, mocht het ooit onafhankelijk worden? Daar maakt Abdati zich geen zorgen over. "In de vluchtelingenkampen is alles aanwezig wat nodig is, daar zijn meer hoogopgeleide mensen dan hier. We hebben genoeg goede mensen om de Westelijke Sahara te besturen. En we hebben olie, gas, goud en uranium. We zouden kunnen leven als in Koeweit of in Katar.'

Maar zoals het er nu naar uitziet blijft Marokko voorlopig de Westelijke Sahara besturen. De Verenigde Naties hebben laten weten achter Ross te staan, maar die heeft zijn geplande bezoek aan de Westelijke Sahara afgezegd. De zoveelste impasse in een uitzichtloos conflict.

"Het lijkt alsof er geen enkele ontwikkeling is in het conflict", zegt activist Lahoussine Moutik, "maar onderhuids broeit het." Moutik behoort tot de eerste generatie die streed voor onafhankelijkheid. In de jaren zeventig zat hij een tijd in de gevangenis vanwege zijn politieke engagement. "Activisten van mijn generatie hebben vaak lang in de gevangenis gezeten, maar toch zijn we behoudend in onze standpunten. We zijn rustiger geworden. Dat geldt niet voor de jeugd. De huidige generatie is veel extremer dan wij. Onze kinderen hebben meegemaakt dat wij gevangen zaten, ze hebben gezien hoe hun moeders en zussen in elkaar zijn geslagen, waren getuige van de vernielingen. Dat heeft hen gevormd." Volgens Moutik hebben de rellen van Gdim Izik laten zien hoe groot de maatschappelijke onvrede is. Hij acht het niet uitgesloten dat er opnieuw onlusten zullen uitbreken.

Abdati Eddia is het met hem eens: "Wij hebben dit allemaal beleefd, iedereen is gepolitiseerd. Als jij niet naar de politiek toekomt, komt die wel naar jou." Abdati lijdt onder de gevolgen van de politieke strijd van zijn vader. "Er wordt direct en indirect druk op ons uitgeoefend. De familie heeft problemen met overheidsinstanties, met school en met werk." In 2007 zat Abdati een tijdlang in de gevangenis voor deelname aan een demonstratie. En na de rellen van Gdim Izik mocht hij niet verder studeren aan de universiteit van Rabat, maar werd hij naar Oujda verbannen, in het uiterste noord-oosten van Marokko. Zijn studie Internationale Betrekkingen heeft hierdoor veel vertraging opgelopen, en hij zegt geen toekomstperspectief te hebben. "Ik wil trouwen en kinderen krijgen, maar dat wordt mij moeilijk gemaakt. Ik ben een buitenlander in mijn eigen land."

Woestijnconflict
Speciaal VN-gezant Christopher Ross moet een oplossing zoeken voor het conflict over de Westelijke Sahara. Sinds Marokko het vertrouwen in hem opzegde, afgelopen april, gebeurde er helemaal niets meer in de al jaren slepende kwestie. De Verenigde Naties lieten vorige week aan Marokko weten dat Ross de bemiddeling gewoon zal voortzetten en dat hij niet wordt vervangen.

Nadat Spanje zich in 1975 had teruggetrokken uit deze kolonie bezette Marokko het gebied. Polisario, dat een paar jaar eerder was opgericht om tegen de Spaanse bezetting te strijden, bond daarop de strijd aan met Marokko. In 1976 richtte het de Arabische Democratische Republiek Sahara op. Jarenlang was er oorlog. Zo'n 125.000 Sahrawi leven al decennialang in vluchtelingenkampen in Tindouf, net over de Algerijnse grens. In 1991 tekenden Marokko en Polisario een wapenstilstand. Onder toezicht van de VN zou er veen referendum komen, waarin Sahrawi zich voor of tegen onafhankelijkheid uit mocht spreken. Sinds die tijd is de VN-Missie MINURSO in het gebied gelegerd. Maar omdat de partijen het niet eens worden over de kieslijsten heeft MINURSO tot nu toe weinig kunnen doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden