Eindeloos wierp Freuds kleinzoon het klosje weg

Louise Kaplan: Geen stem heeft ooit voor niets geklonken - Verlies & dood in de relatie tussen ouders en kinderen; Anthos, Baarn; 229 blz. - ¿ 39,90. Richard Mayou e, a. (red.): Treatment of Functional Somatic Symptoms; Oxford University Press (imp. Nilsson & Lamm); 452 blz. - £45,00. Doris Bryant en Judy Kessler: Beyond Integration - One Multiple's Journey; Norton, New York; 142 blz. - £17,95.

Aan de misbruikhype (met als jongste loot de predikant die 'Grieks achterlangs wilde' bij een gehuwde organist) en aan de post-traumatische stress-stoornishausse lijkt maar geen einde te willen komen. In 'Geen stem heeft ooit voor niets geklonken' ontleedt Kaplan op haar zielkundige snijtafel meticuleus wat ruim tien jaar geleden volop in de psychiatrische belangstelling stond, maar thans zijn vaste plek gevonden heeft in het Algemeen Beschaafd Neuzel- of Bèpjargon (ABNB) onder de noemer rouwproces. Een schoner onderwerp dan rouw na het verlies van een object moet sinds Freuds 'Trauer und Melancholie' nog altijd worden uitgevonden. Uitstekend dat Kaplan er weer mee op de proppen komt.

Nadat de schrijfster in 'Female Perversions' (1991) bijna de hele wereld voor pervers had uitgemaakt, lijkt zij in 'Geen stem' in aanmerkelijk minder dubieuze contreien te zijn gearriveerd. Haar nieuwste boek gaat bovendien minder gebukt onder pompeus literair vertoon en veelweterij dan haar perversieboek, maar het abonnement op Omslachtige Formuleringen heeft ze nog altijd niet opgezegd. Opnieuw voert Kaplan een aantal oude bekenden op, zoals Emma Bovary en Paul Daniel Schreber. Niettemin dwingt zij respect af door de originele manier waarop ze dit onderwerp nieuw leven in weet te blazen.

Niet alleen de uitvinder van het 'kiekeboe-spel', de dichtende puber, de beeldhouwster, schilder, dagboekschrijver of verhalenverteller, maar ook de redder van verloren baby's en gevallen vrouwen willen diep in hun hart het object dat kwijt was terug, betoogt Kaplan ferm. Ze voegt daar de terechte nuancering aan toe dat kunstenaars geenszins beter dan niet-kunstenaars weten wat verlies betekent en evenmin een bijzondere aanleg voor rouwprocessen bezitten. Hier gaan koning, keizer, admiraal allen dezelfde, schrijnende weg. Alleen weten creatieve kunstenaars uitdrukking te geven aan wat iedereen die een verlies lijdt, onbewust doormaakt.

Ernst Freuds levensgeschiedenis plaatst de schrijfster geheel in het teken van zijn vroeg overleden moeder Sophie. Met een klosje aan een touwtje speelde de kleine Ernst volgens grootvader Freud het weggaan en terugkomen van zijn ouders na. Eindeloos wierp het joch het klosje weg om het direct daarna, onder het gebrul van fort-da, weer tevoorschijn te toveren. Veel volwassenen proberen door het aantrekken en afstoten van hun relatie hun rouw of scheidingsangst alsnog te boven te komen.

Opmerkelijk is dat Kaplan in plaats van Thanatos, de doodsdrift die scheiding aanbrengt tussen mensen, hierin juist de Eros ziet, die mensen met elkaar verbindt. Fort-da ziet zij als het grote voorbeeld van alle oefeningen in het herstel van een liefdesband met iemand die er niet meer is. Ernst, die heel vroeg zijn broertje èn zijn moeder verloor, is zijn leven lang een tobber gebleven. Hetzelfde geldt volgens Kaplan voor Berthe Bovary, het dochtertje van Emma en Charles, die heel jong haar (hysterische?) moeder verloor. Dat Berthe nooit echt heeft bestaan, zij de schrijfster vergeven.

Psychiatrie is in vergelijking met andere medische specialismen een merkwaardig vak doordat het niet slechts van de ene naar de volgende theorie evolueert, maar tevens van tijd tot tijd terugvalt op concepten en diagnosen die eerder als verouderd terzijde gelegd of half vergeten waren.

Soms wordt een ziektebeeld, hysterie bijvoorbeeld, geheel verdrongen door een 'nieuw' probleem (borderline persoonlijkheidsstoornis). Dan weer keert een identiek klachtenpatroon terug onder een andere naam, zoals de neurasthenie. Deze 'zenuwuitputting', in 1880 door de Amerikaanse arts (en vreemde vogel) Beard beschreven, dook recentelijk weer op als als chronisch vermoeidheidssyndroom of ME.

In het gedegen, jammergenoeg vrij specialistische 'Treatment of Functional Somatic Symptoms', staat een hoofdstuk van de Engelse psychiaters Simon Wessely en Michael Sharpe over chronische vermoeidheid, ook bekend als fibromyalgie. Het aantal patiënten dat lichamelijke klachten meldt zonder dat artsen zelfs met uiterst geavanceerd onderzoek iets afwijkends kunnen vinden, neemt nog steeds toe.

Het boek belicht ondermeer de spastische dikke darm, het premenstrueel syndroom en de gekmakende chronische rug- en borstpijn, maar ook hypochondrie of ziektewaan. Twee hoofdstukken gaan over functionele klachten bij kinderen en ouderen. Hoe men mensen met deze problemen het best kan behandelen, komt ruimschoots aan bod. Hoe houd je als arts bijvoorbeel contact met iemand die feitelijk niets lichamelijks mankeert maar dit niet met je eens is? Beantwoord wordt ook de vraag wat daarbij het nut van antidrepressieve medicatie en van cognitieve en psychoanalytisch georiënteerde therapie kan zijn.

Een bijzondere fascinatie gaat uit van het verschijnsel Meervoudige Persoonlijkheid, kortweg multiple, een andere (nogal vage) reprise, met exact dezelfde naam als in het begin van deze eeuw. De aandoening houdt de psychiatrische wereld verdeeld in twee kampen, een heel klein groepje gelovigen en een grote schare non-believers.

De eerste 'multiple' staat op naam van Paracelsus (1646). Het betreft een vrouw die, in een andere persoonlijkheid verkerend, geld stal. Naderhand in haar oorspronkelijke persoonlijkheid teruggekeerd, wist ze daar niets meer van. Ze was heel even zichzelf niet geweest, zou je kunnen denken. Bij haar moet sprake zijn geweest van geheugenverlies. Zo'n toestand van bewustzijnsverandering wordt ook wel dissociatie genoemd, een ander begrip dat in trek is bij de multiple-club waartoe vooral hedendaagse hypnotherapeuten en specialisten op het gebied van seksueel misbruik behoren.

Omstreeks de eeuwwisseling was de meervoudige persoonlijkheid erg populair. Vanaf 1910 raakte het begrip bij clinici min of meer uit de mode, waarschijnlijk doordat hypnose als vorm van therapie op de achtergrond raakte. Mogelijk zijn de opkomst van de psychoanalyse en de 'ontdekking' van de schizofrenie, hier mede debat aan geweest.

Sinds de jaren tachtig is de multiple weer helemaal terug. Het op zichzelf waarschijnlijk zeldzame ziektebeeld - 'sommige psychiaters komen het vaak tegen, maar de meesten hebben nog nooit één geval gezien' - dankt zijn fascinatie vooral aan (verfilmde) romans zoals R. L. Stevensons 'The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde'. De meest gedetailleerde beschrijving van een multiple gaven Thigpen en Checkley in hun befaamde studie 'The Three Faces of Eve' (1957).

De auteurs van 'Beyond Integration - One Multiple's Journey' kennen hun pappenheimers. Op de flaptekst schrijft Roland Summit, hoogleraar in de psychiatrie aan de universiteit van Californië, dat een ieder die nu eenmaal niet kan geloven in traumatische dissociatie, geheugenverlies en meervoudigheid, het boek maar beter niet kan lezen. Die kennen we.

Of degenen die rotsvast geloven in deze drieëenheid, wel een zekere doelgroep vormen? Ik vrees van niet. In elk geval ziet Judy Kessler, een der auteurs en ooit zelf multiple, er op de foto uit als een vrolijke dikkerd. Gelukkig heeft ze die rare kwibussen (zogeheten alters) in haar persoonlijkheid met behulp van therapie weten weg te werken, of, zoals het in het jargon heet, 'tot integratie weten te brengen'. Samen met haar therapeute beschrijft ze hoe zij dat voor elkaar hebben gekregen.

Verlies en trauma raken het hart van de zielkunde, waarbij kunst en kitsch soms moeilijk uit elkaar te halen zijn. Multiples zijn naar mijn smaak artefacten, vergelijkbaar met kitsch. Vermoedelijk gaat het om mensen met een vroege stoornis van de persoonlijkheid, die nog altijd verslingerd zijn aan het kiekeboe-spel dat zoveel opwinding gaf in de vroege kindertijd en een functie vervulde in het te boven komen van de vroegkinderlijke scheidingsangst (achtmaandenangst). Alleen is er één groot verschil. Niet de ouder, maar de patiënt verdwijnt steeds even, waarna hij of zij weer opduikt met een ander gezicht, terwijl niet het kind, maar de therapeut kraait van pret.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden