Eindeloos sleutelen aan het programma

VVD Jan Anthonie Bruijn, een lokale politicus, schrijft al voor de derde keer het verkiezingsprogramma van de VVD. Zijn werkwijze maakte de partij groot in de stemwijzers.

Midden in de nacht ging de telefoon. Jan Anthonie Bruijn, hoogleraar immunopathologie aan de universiteit van Leiden, was in Californië, op een congres over nieren. Half slapend nam hij op. 'Met Ivo' - een diepe basstem. Bruijn, tot op dat moment actief in de lokale Wassenaarse VVD, had even geen idee. Ivo? Het ging verder: of Bruijn de commissie kon leiden die het VVD-verkiezingsprogramma moest schrijven. Aha, dacht Bruijn: Ivo Opstelten. Maar die vraag... Voorgangers op die post waren coryfeeën geweest, bekende Nederlanders met diepe sporen in de partij. Zijn eigen plaats op de ladder schatte hij vele treden lager. Op zijn lippen brandde de vraag 'Heb je wel de goede Bruijn gebeld?' toen de andere kant bromde: 'Wij denken dat jij dat kan'.

"Het was even stil", vertelt Jan Anthonie Bruijn over die nacht in 2009. "Toen sprak Opstelten de legendarische woorden: 'Ja, nu moet je ja zeggen'. Dus ja, ik zei ja."

Met het programma dat Jan Anthonie Bruijn toen schreef werd de VVD in 2010 de grootste partij. Zo ging het ook met zijn programma uit 2012. Volgend jaar, hopen de liberalen, doen ze het opnieuw. Daarom is Jan Anthonie Bruijn uit Wassenaar alweer sinds september aan de slag met zijn programma. Op zondagen - 'dan kan iedereen tenminste'- ontvangt hij met zijn commissie al weken bedrijven, organisaties, belangengroepen en burgers. Menig avond is hij ergens in het land om de mening van partijleden te horen. Vandaag en morgen, als de VVD congres houdt in Leeuwarden, staat zijn agenda bol van afspraken met nog meer leden, die hopen dat hun punt het programma zal halen.

Krap twintig mensen

Zo was hij vorige week donderdag in Den Bosch, koopavond. Een zaaltje boven een café, besproken door de plaatselijke afdeling van de liberale jongeren, de JOVD. Hij had er anderhalf uur voor gereden, na een gewone werkdag, om op te treden voor krap twintig mensen. Achteraf zal hij zeggen dat de bijeenkomst 'goed bezocht' was. Hij weet: jongeren zijn zo makkelijk niet voor politiek warm te maken, al gaat het over hún toekomst, niet zozeer over de zijne.

Nog altijd is hij gespannen voor zulke bijeenkomsten, zegt hij. Het wordt nooit routine. Ook naar een groep jongeren vertrekt hij met een computer vol statistieken - op iedere mogelijke vraag een antwoord. In Den Bosch merken ze daar niets van.

Zeven jaar later

"Het verkiezingsprogramma", legt hij daar uit, "is de basis van alle beleid. Alles wat erin staat is bedacht in zaaltjes als deze. Toen ik begon, in 2009, was ik erbij toen iemand in een zaal als deze opperde om de eindtoets in het basisonderwijs verplicht te maken. Het was een goed idee, het belandde in het verkiezingsprogramma. Onlangs heb ik het wetsvoorstel mogen behandelen in de Eerste Kamer. Het is zeven jaar later, en dan is dit een relatief snel voorbeeld. Maar voor je er echt iets van merkt, is het misschien dertig, veertig jaar later."

Ook Den Bosch heeft voorstellen. Korten op kunst- en natuursubsidies wordt voorgesteld, een eigen bijdrage bij de huisarts ('tien, twintig euro, dat kan iedereen betalen'). Of ze het programma zullen halen kan hij niet zeggen. Daarvoor moeten belangen worden afgewogen, prioriteiten bepaald. Hij is er meer om signalen te vangen. Dat bijvoorbeeld spontaan wordt geopperd een eigen bijdrage voor zorg te vragen, is voor hem belangrijk. "Vier jaar geleden was dat in deze partij nog taboe." Zo'n moment van verbazing treft hem nog eens, als de jongeren aangeven dat zij rekenen op een hogere pensioenleeftijd dan de huidige generatie. "Dat was eerder onbespreekbaar."

Het verkiezingsprogramma van de VVD lijkt dit jaar een bijzonderheid te worden. Niet omdat er al aan gewerkt wordt - dat gebeurt in alle partijen. Maar de VVD dreigt de enige politieke partij te worden waarin al bij het schrijven van het programma het Centraal Planbureau een belangrijke rol speelt. Jan Anthonie Bruijn brengt het zelfs als vereiste. Zijn programma moet liberaal zijn, dat staat voorop. Maar meteen daarna moet het in zijn woorden 'CPB-proof' en 'Kieswijzer-proof' zijn. "Mijn voorganger had het mooie doel om een zo kort mogelijk verkiezingsprogramma te schrijven", zegt Bruijn. "Toen kwamen de stemwijzers. Jullie weten: als je daarin invult 'ik weet het niet', kom je uit bij D66. Een partij is gedwongen om overal een standpunt over te hebben. Sinds 2009 zijn daarom de verkiezingsprogramma's alleen maar dikker geworden."

Luchtfietserij

Doel is evenzeer dat het wat oplevert. Dat het CPB na doorrekening van de VVD-maatregelen kan zeggen dat met dit programma de koopkracht zal stijgen, of het aantal banen groeit. Blijkt uit de conceptberekening dat dat niet het geval is, dat kijkt de commissie nog eens kritisch naar de maatregel die eronder ligt.

Bruijn weet dat de doorrekening van het verkiezingsprogramma op dit moment bij andere partijen ter discussie staat. "Dat leidt tot luchtfietserij", is zijn overtuiging, 'fact-free politics'. "Je moet het niet ingewikkelder maken dan het is. Een voetbalclub kijkt toch ook even wat er binnenkomt en uitgaat, voor het besluit wordt genomen om een nieuwe kantine te bouwen?"

De glans van het doorrekenen is eraf

In de wandelgangen van de Tweede Kamer woedt een stevige discussie over het Centraal Planbureau. Dat instituut rekent sinds 1986 verkiezingsprogramma's door en brengt de publicatie 'keuzes in kaart' uit, om de macro-economische effecten van voorgestelde maatregelen te vergelijken. Alle politieke partijen behalve de VVD twijfelen dit keer of ze die doorrekening zullen laten maken.

Als eerste zei het CDA dit jaar dat ze afzien van een doorrekening door het CPB. De christendemocraten hadden net een tweede vervelende ervaring achter de rug: een voorstel van de SGP, gesteund door CDA, CU en SP om kostwinners eenmalig 500 euro extra te geven, pakte in de CPB-modellen extreem nadelig uit voor de werkgelegenheid. Het zou 21.000 banen kosten, berekende het Planbureau. Het plan ging niet door.

In januari zei Buma dat het hem moeite kost om de CPB-prognoses over werkgelegenheidseffecten nog serieus te nemen. Inmiddels zeggen ook PvdA, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SP en SGP te twijfelen of ze de doorrekening nog wel moeten laten uitvoeren. Ze ergeren zich aan de modellen, die volgens hen weinig van doen hebben met de werkelijkheid. Er wordt gezocht naar alternatieven voor de CPB-doorrekening.

Het CPB heeft zelf al in 2013 te kennen gegeven dat het niet langer het hele verkiezingsprogramma kan doorrekenen. Effecten van maatregelen op het gebied van onderwijs, innovatie en bijvoorbeeld milieu zal het bureau in 2017 niet meer doorrekenen. Een eenzijdige focus op koopkracht en banen zonder die maatregelen vinden veel partijen moeilijk te verteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden