Eindelijk stedebouwkundige visie

Voormalig rijksbouwmeester Kees Rijnboutt sprak van een tot zwijgen gebracht, verwoest urbaan landschap. En: “Een dor niemandsland, tussen twee werelden, zonder een spoor van dialoog.” Het gebied waarop hij doelde, ligt tussen het nieuwe Haagse stadhuis aan het Spui en het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer tegenover het Centraal Station.

HANS SCHMIT

Vroeger werd het, weinig poëtisch, de LaVi-kavel genoemd omdat de Rijksgebouwendienst er ooit een onderkomen voor het ministerie van landbouw en visserij wilde neerzetten. Nu heet het de Resident en in het voorjaar van 2001 verbindt het de twee werelden die eerst zo ver uit elkaar leken te liggen.

Castalia en Helicon, de twee gebouwen waarin het ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport in oktober zijn intrek neemt, presenteren zich als eerste onderdeel van het masterplan De Resident aan het publiek. In de zomer van 1999 volgt de naast VWS gelegen toren van de Amerikaanse architect Cesar Pelli, 88 meter hoog, waarin het hoofdkantoor van de verzekeringsmaatschappij Zurich wordt gevestigd, en in het voorjaar van 2000 wordt de achthoekige Muzentoren van de Oostenrijkse architect Rob Krier opgeleverd.

Met deze toren van 73 meter hoog zijn de 'naalden' van de Resident, die uit de dichte bebouwing oprijzen zoals kerktorens uit oude steden, voltooid. In het hart van de Resident, het Muzenplein, kan vanaf het midden van 2000 worden gewandeld, gewoond, gewinkeld en uitgegaan. Het dorre niemandsland heeft dan plaatsgemaakt voor een nieuwe wijk, met smalle straatjes, gebogen rooilijnen, gesloten bouwblokken, een plein en een pleintje. Het tramviaduct, dat door het verwoeste landschap liep, is dan overbouwd met kantoren en appartementen en grotendeels aan het oog onttrokken.

Vele stedenbouwkundigen en planologen hebben zich de tanden stuk gebeten op dit stukje van het Spuikwartier. In 1946 had W. M. Dudok in zijn wederopbouwplan op deze plek een nieuw regeringscentrum in gedachten, met ministeries gegroepeerd rond een nieuw Plein 1945. Dat plan werd getorpedeerd, onder meer omdat het niet modern genoeg zou zijn en de regering concurrentie vreesde voor het centrum van politieke macht rond het Binnenhof.

Uiteindelijk kwamen de ministeries er wel, zij het zonder stedenbouwkundige visie. Op de plaats van het in 1962 afgebrande Gebouw van Kunsten en Wetenschappen verrees het Transitorium en tussen 1974 en 1978 werden er, plompverloren, zonder enige relatie met de omgeving, de ministeries van binnenlandse zaken en justitie neergezet. In het midden van de jaren tachtig vielen twee besluiten die de aanzet gaven tot de ontwikkeling van een nieuw stedenbouwkundig plan: in 1986 besloot de gemeente Den Haag tot de bouw van een nieuw stadhuis in het Spuikwartier, een jaar later zag de Rijksgebouwendienst af van de bouw van een nieuw ministerie voor LNV op de LaVi-kavel.

De gemeente Den Haag, de Rijksgebouwendienst, het ABP en de NS besloten een studie te laten uitvoeren voor een integraal plan voor het gebied tussen het Centraal Station en de Nieuwe Kerk aan het Spui. De Haagse projectontwikkelaar MAB werd gevraagd als onafhankelijk coördinator; de Oostenrijkse architect Rob Krier werd aangetrokken als 'masterplanner'. In 1991 zijn onder leiding van Rijnboutt en de Haagse wethouder Peter Noordanus op basis van het plan van Krier een aantal workshops gehouden met Nederlandse architecten (Gunnar Daan, Peter Drijver, Sjoerd Soeters en Bert Dirrix), waarin met name het plan voor de Resident verder werd uitgewerkt.

Directievoorzitter Ton Meijer van MAB: “Nadat wij een competitie voor projectontwikkelaars over de uitvoering hadden gewonnen, hebben we voorgesteld een aantal sterarchitecten bij het project te betrekken, zodat het zo'n ambitie, zo'n dimensie krijgt dat mensen meer willen betalen. We hebben toen Graves, Pelli en Natalini aangetrokken en met Krier en de Nederlandse architecten een team gevormd.”

Bij buitenstaanders overheerste de scepsis. Meijer: “Iedereen zei: dat lukt je nooit met al die architecten, die krijg je niet onder één noemer, dat wordt een lappendeken. En: je loopt vast met die Amerikanen, met hun andere maten en andere materialen. We hebben echter voorzorgsmaatregelen genomen en een boekje gemaakt met randvoorwaarden voor zaken als kleur, materiaal en maten. Ook heeft iedereen getekend dat hij accoord ging met de architectonische uitgangspunten. Ze lieten zich graag in dat keurslijf dwingen. Om een technische spraakverwarring te voorkomen hebben we geëist dat alle detaillering en uitwerking door één bouwkundig bureau, Grabowsky & Poort, zou worden gemaakt. Dat maakt voor iedereen alle werktekeningen, hetgeen een groot voordeel oplevert.”

“In drie workshops, waarin tevens het openbaar gebied aan de orde was, heeft iedereen zijn schetsen en plannen getoond. Iedereen kon kritiek op elkaar leveren, dat was zeer stimulerend, zeker voor de Nederlandse architecten. Ook de sterarchitecten vonden dit proces erg interessant. Laatst werd Cesar Pelli voor CNN geïnterviewd over de Petronas Towers die hij in Kuala Lumpur heeft gebouwd. Die zijn met 450 meter de hoogste torens ter wereld. Toen hem werd gevraagd wat hij zijn leukste project vond, zei hij zonder aarzeling: The Hague.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden