'Eindelijk kunnen onze kinderen veilig spelen'

Het WK voetbal in Zuid-Afrika heeft er voor gezorgd dat tal van organisaties voetbalprojecten zijn begonnen in dat land. Trouw bezocht een jaar na het grote sportevenement een aantal van die initiatieven. Vandaag het tweede deel van een serie.

REPORTAGE | ANTAL CRIELAARD | KAAPSTAD/JOHANNESBURG

In een van de kleedlokalen staat een paar afgetrapte sportschoenen, achteloos bijna als een verstilde herinnering aan betere tijden. Buiten werken twee mannen aan de renovatie van het kunstgrasveld dat de spelers van het Nederlands elftal vorig jaar tijdens het WK aan Hillbrow schonken, de meest gewelddadige wijk van Johannesburg. Soms drukken de jongens uit de buurt hun neus door de spijlen van het hek - nieuwsgierig of ze alweer welkom zijn. Een paar weken geleden waren ze hier elke dag, voetbalden ze tot het donker werd. Nu moeten ze wachten tot de werklui klaar zijn. "We missen het veldje", zegt één van de jongens.

John 'Bull' Sibeko lacht vertederd als hij de jochies ziet staan. Vroeger was Sibeko professioneel voetballer, nu zet hij zich in om de armste jeugd een kans te geven zich te ontwikkelen, als mens én als voetballer. "Ik heb meer dan tweehonderd kinderen in mijn database", zegt de beheerder en hoofdcoach van het kleurrijke Cruijff-court in Hillbrow. "Die konden hier elke dag komen trainen, zowel jongens als meisjes. Daarnaast kunnen ook andere organisaties terecht om hier te voetballen met bijvoorbeeld daklozen. Ook steeds meer bedrijven hebben interesse, bijvoorbeeld voor een teambuildingssessie. Het Cruijff-court is een succes, aan zeven dagen in een week hebben we eigenlijk te weinig."

Het wereldkampioenschap voetbal werd vorig jaar door tal van organisaties aangegrepen om voetbalprojecten te beginnen in Zuid-Afrika. De spelers van Oranje doneerden geld om de jeugd in het extreem gewelddadige Hillbrow (vorig jaar onder meer 88 doden, 521 seksuele misdrijven en 2762 aanrandingen) een flinter hoop te geven op een betere toekomst. Maar ook wereldvoetbalbond Fifa startte een project in twee townships: in Khayelitsha (Kaapstad) en Alexandra (Johannesburg).

Sportmerk Nike bouwde voor 8 miljoen dollar een voetbalacademie in Soweto, wellicht het bekendste township van Zuid-Afrika. De bedoeling was overal hetzelfde: de jeugd door middel van sport meer kansen bieden. Voetbal als katalysator van een stralende toekomst.

Het Cruijff-court in Hillbrow werd tot aan de renovatie dagelijks gebruikt, al duurde het even voor de juiste afstemming was gevonden. De KNVB droeg het terrein over aan een sociale woningbouwvereniging, die probeert om gebouwen die in handen zijn van de Nigeriaanse maffia terug te vorderen en bewoonbaar te maken.

In de eerste maand na de feestelijke opening was het terrein dag en nacht open voor iedereen die er wilde voetballen. Dat werkte niet, binnen een paar weken was er sprake van vandalisme en werden de tribunes vooral gebruikt door mensen die er op hun gemakje 'dagga' (wiet) kwamen roken.

"Toen hebben we ingegrepen en Sibeko aangesteld", zegt Kiro Febana, manager van BG Alexander Housing Estate, de beheerder van het complex. "Nu moeten mensen zich eerst aanmelden voor ze kunnen voetballen. Die structuur is goed geweest. We willen weten welke kinderen hier komen voetballen, waardoor we ook de ouders, die meestal werkloos zijn, kunnen betrekken bij het project."

De KNVB blijft tot tenminste 2013 betrokken bij het veld. Er is budget om het terrein te onderhouden. Al was de snelle renovatie niet gepland en vooral te wijten aan een aannemer die tijdens de bouw gebruik maakte van inferieur materiaal. Het Cruijff-court zal de komende jaren ook gebruikt worden door de 'Worldcoaches', een door de voetbalbond opgerichte organisatie die zich wereldwijd inzet om coaches op te leiden.

De KNVB heeft in Zuid-Afrika, als dank voor de gastvrijheid tijdens het WK, het doel om 2010 coaches op te leiden, die overal in plaatselijke gemeenschappen kunnen werken met jeugd. "De spelers en de staf van het Nederlands elftal wilden, samen met de KNVB, iets tastbaars achterlaten", zegt Johan van Geijn, coördinator van het worldcoachesprogramma. "Dat is het Cruijff-court in Hillbrow en het daaraan gekoppelde worldcoachesprogramma geworden."

Behalve de schenking van het veld renoveerde de KNVB ook een aangrenzend gebouw. Van Geijn: "Toen ik daar een paar jaar geleden voor het eerst kwam, durfde ik niet naar binnen. Ik was bang dat ik elk moment besprongen zou worden. De bomen groeiden bovendien door het dak. Nu heeft John Sibeko in dat gebouw zijn kantoor. Hij was eigenlijk in dienst van de woningbouwvereniging, maar als KNVB gaan we hem nu ook financieel ondersteunen, zodat hij zijn waardevolle werk kan blijven doen."

Ook in Khayelitsha blijkt het 'Football for Hope'-centrum, zoals de Fifa zijn initiatief heeft genoemd, een succes. In Johannesburg is dat anders. Er is weliswaar een veldje aangelegd, maar om er te kunnen voetballen dient een nogal bureaucratische weg bewandeld te worden. Niet echt iets voor schoolkinderen dus. De Fifa droeg het veld na het WK over aan de gemeente, waarna het voor veel bewoners van het township Alexandra onmogelijk bleek om er nog te spelen. Ook het beloofde voetbalcentrum is nog altijd niet gebouwd. Een discussie over de plaats waar het moet komen heeft de bouw ervan enorm vertraagd. De tegenstellingen met Khayelitsha zijn enorm - daar worden het veld en het centrum dagelijks en intensief gebruikt.

"Vroeger was dit een braakliggend stuk terrein", zegt Ayanda Masiza, één van de directe buren van het centrum. "Er werden hier mensen vermoord, meisjes en vrouwen verkracht, berovingen waren aan de orde van de dag en als elders in het township mensen werden omgebracht, werden ze hier gedumpt. Niet echt een fijne plek. Die criminaliteit is nu verleden tijd. We kunnen onze kinderen voor het eerst in jaren buiten laten spelen, zonder dat we bang hoeven zijn dat ze iets overkomt. Helaas hebben ze bij de bouw niet echt aan ons gedacht - sinds de bouw van het centrum staat mijn tuin bij elk buitje blank. Maar goed; we wonen nu wel in een betere en veiligere buurt."

Het centrum in Khayelitsha wordt beheerd door Grassroot Soccer, een organisatie die zich bezighoudt met ontwikkelingswerk waarin voetbal en aidspreventie centraal staan. In het township zijn aids en hiv een groot probleem; naar schatting wonen er meer dan 40.000 mensen die de ziekte onder de leden hebben. "Ik denk dat het voor Khayelitsha heel goed is dat dit centrum er is gekomen", zegt Gcina Mondi, coördinator van het centrum. "Vooral voor de vrouwen en meisjes uit de buurt, want zij krijgen voor het eerst een kans zich te ontwikkelen. We hebben in ons programma meer dan honderd meisjes opgenomen. Door de toernooien die we spelen, kunnen we een hoop goed werk doen. Afgelopen week nog hadden we een groot toernooi waar ongeveer duizend kinderen aan mee hebben gedaan. Voor al die kinderen was er de mogelijkheid om zich op vrijwillige basis te laten testen op hiv en aids."

Toch is er ook kritiek op de vele initiatieven die tijdens het WK zijn opgestart. Eric Tinkler is hoofd van de jeugdopleiding van Wits University Footballclub, die in Zuid-Afrika op het hoogste niveau speelt. De club beschikt samen met Ajax Capetown over de best gestructureerde jeugdopleiding van Zuid-Afrika. Tinkler had gehoopt dat de winst die de Zuid-Afrikaanse voetbalbond (Safa) met het wereldkampioenschap heeft gemaakt, zou worden geïnvesteerd in het jeugdvoetbal. Dat bleek ijdele hoop. Tot op heden ontbreekt het in Zuid-Afrika aan een duidelijke structuur die het voetbal op de lange termijn verder kan helpen. Tot grote onvrede van Tinkler, die zich een roepende in de woestijn voelt.

Niet dat de oud-international, één van de blanke spelers in het team dat namens Zuid-Afrika in 1996 de Afrika Cup won, de diverse projecten afkeurt. Hij werkt zelfs samen met de KNVB in het worldcoachesprogramma. Maar toch, door de versnippering van de jeugdopleiding wordt de toekomst van het Zuid-Afrikaanse voetbal er volgens de oud-prof per saldo niet beter van. Tinkler: "Als wij tegenwoordig talenten moeten afstaan aan de nationale elftallen, komen ze als mindere voetballers terug. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn? Het WK heeft gezorgd voor een impuls in het voetbal: zelfs de blanke, Afrikaner jongens willen gaan voetballen. Daar moeten we van profiteren. Maar wat zie je gebeuren? In het rugby en cricket zijn de jeugdstructuren heel goed, wordt er op school training gegeven door mensen met verstand van de sport. En bij het voetbal? Wij vertrouwen op leraren zonder enige ervaring. En bij de amateurclubs nemen vaders en moeders de trainingen voor hun rekening"

Tinkler had gehoopt dat de Safa met de revenuen van het WK het jeugdvoetbal had willen versterken. "Want hoe je het ook wendt of keert: eerst moet het jeugdvoetbal op orde zijn voordat je met Bafana Bafana, het nationale elftal, kunt presteren. Onze jeugdploegen kwalificeren zich echter zelden voor grote toernooien. En als je na een poosje wilt weten hoe het met bepaalde talenten gaat, zijn ze ineens verdwenen. Niemand houdt bij hoe het die jongens vergaat. Ons nationale elftal zou op een veel hoger niveau kunnen spelen - maar dan moet er wel worden nagedacht over het jeugdvoetbal. En hoe we dat organiseren."

De kritiek van Tinkler wordt breed gedragen. Ook John Sibeko, de hoofdcoach van het Cruijff-court in Hillbrow, vraagt om meer structuur, meer ideeën. "Wij leiden hier jongens op volgens het Nederlandse model. Een stukje verder is wellicht een Portugese coach bezig op zijn veld en weer een eindje verderop gaat een Engelsman of Duitser aan de slag. En als de jongens uiteindelijk zo ver zijn dat ze in één elftal samen komen te spelen, hebben ze geen idee naar wie ze de bal moeten overspelen.

"Aan de andere kant helpen we de jongens hier uit de buurt wel. We ontwikkelen ze tot betere mensen, tot betere personen. Alleen was het zo mooi geweest als het WK ook voor een betere infrastructuur in het jeugd- en amateurvoetbal had gezorgd. Dat is nu niet het geval."

Natuurlijk had de Fifa, of de Safa meer kunnen doen, zegt ook Alistair Whitlow, hoofdcoach in het Football for Hope-centrum in Khayelitsha. Hij relativeert de woorden van Tinkler en Sibeko enigszins door vooral te wijzen op al het goede dat voortvloeit uit de diverse projecten. "Want er had ook helemaal niets kunnen gebeuren", zegt hij "Nu hebben we hier in dit township in ieder geval de mogelijkheid om kinderen te laten voetballen en ze te testen op hiv en aids. Maar het gaat niet alleen om voetbal, we geven ook cursussen dans en drama. Voor kinderen die vroeger alleen in en rond huis konden spelen omdat er buiten altijd kans was op een beroving of een verkrachting is dat natuurlijk een enorme vooruitgang."

Hij vervolgt: "En natuurlijk hebben we nog wensen, zouden we graag willen dat een organisatie als de Fifa meer zou doen. We kunnen zo kritisch zijn als we willen. Maar wat schieten we ermee op? Ik zie dit centrum als een kans. Het is een pilot, een nieuw concept. Wat wij hier als coaches moeten doen, is ervoor zorgen dat het een enorm succes wordt. Als dat lukt dan kunnen we verder, kunnen we ons idee doorgeven en vragen om meer geld en middelen. Ik zie dit centrum en alle andere initiatieven in het land als een goede start. Als wij het goed doen kunnen we terug naar de mensen die het financieren. Maar dan wel met een goed verhaal. Daar werken we nu aan."

De herinnering van: Michael Mpahlwa, vrijwilliger
Hij was precies één jaar toen hij polio kreeg. Nu, ruim 38 jaar later, loopt hij met behulp van krukken. Houten krukken, onder elke oksel één. Michael Mpahlwa weigerde zich neer te leggen bij zijn handicap. Dat hij zich moeizaam verplaatst, heeft hij als een gegeven aanvaard. Tijdens de loting voor het wereldkampioenschap, in Kaapstad, was hij de enige gehandicapte vrijwilliger. Die dagen in de schijnwerpers maken hem nog steeds trots. "Ja, ik heb heel wat verbaasde gezichten gezien, tijdens mijn werk als vrijwilliger. Maar veel mensen reageerden ook heel enthousiast op mijn aanwezigheid. Het maakte mij enorm trots dat ik als enige gehandicapte vrijwilliger aanwezig mocht zijn bij de loting voor het WK. Ik heb daar toch laten zien dat ook gehandicapten van voetbal houden. Ik werd gevraagd omdat ik ook voor de stad Kaapstad al als vrijwilliger werk. Het doet me heel erg goed om mezelf nuttig te maken. Ik was assistent-controleur. Ik moest de pasjes van mensen controleren; kijken of ze wel naar binnen mochten. Door daar aanwezig te zijn, me te laten zien, ben ik een rolmodel geweest voor andere gehandicapten in Zuid-Afrika. Tenminste; dat hoop ik. Het was natuurlijk nog mooier geweest als er meer aandacht zou zijn gekomen voor gehandicaptenvoetbal. Maar dan verwacht ik wellicht te veel. Dat ik als gehandicapte in staat werd gesteld om 'normale' mensen te helpen: Ja, dat maakt me nog steeds heel trots."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden