Eindelijk geld voor onderzoek geweld in Nederlands-Indië

dekolonisatie | Boek van historicus zorgt voor kantelmoment. Er komt nu een breed onderzoek naar geweld Nederlands leger.

Het kabinet stelt geld beschikbaar voor een breed en diepgaand onderzoek naar de bloedige dekolonisatie van Nederlands-Indië in de jaren 1945-1949. Tot nu toe zijn over de geweldsexcessen van Nederlandse soldaten alleen deelstudies verschenen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de instituten KITLV, Niod en NIMH, die zich in 2012 al opwierpen voor een dergelijk onderzoek.

Premier Rutte gaf gisteren aan dat het boek 'De brandende kampongs van generaal Spoor' van historicus Rémy Limpach heeft gezorgd voor een kantelmoment. Hij benadrukte dat er nu een breed onderzoek moet komen waar niet alleen gekeken wordt naar de militaire kant, maar ook naar de politieke en bestuurlijke context. Het is volgens Rutte belangrijk dat er ook aandacht komt voor de zogeheten Bersiap. Hoeveel geld beschikbaar komt, is nog onduidelijk.

Historici drongen al lange tijd aan op een brede geschiedschrijving van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en de reactie hierop van Nederland. De burgeroorlog die ontstond eiste van beide zijden tienduizenden slachtoffers. Vanaf de jaren zestig kwamen van Indië-veteranen met regelmaat meldingen over geweldsexcessen. Telkens ontstonden hierover hoogoplopende maatschappelijke discussies, zonder dat die leidden tot een besluit om deze voor Nederland traumatische periode tot de bodem uit te zoeken.

Historicus Limpach concludeerde in zijn diepgravende studie dat het Nederlandse leger zich structureel schuldig maakte aan extreem geweld zoals standrechtelijke executies en martelingen. Hij toonde aan dat bepaalde leidinggevenden dit geweld niet alleen toestonden, maar ook aanmoedigden. Tegelijkertijd constateerde hij dat het merendeel van de 160.000 naar Indië gestuurde militairen zich afzijdig hielden van geweldsdelicten.

Vorig jaar schreef Gert Oostindie 'Soldaat in Indonesië', waarin hij aan de hand van dagboeken en brieven van militairen concludeerde dat het aantal gepleegde misdaden aldaar in de tienduizenden moest lopen. Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). Met de directeuren van het Niod en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) riep hij de regering op geld voor onderzoek beschikbaar te stellen.

De regering reageerde daar destijds negatief op. Betrokken ministers stelden dat de instituten over eigen onderzoeksbudgetten beschikten die zij desgewenst aan bestudering van de dekolonisatie konden besteden. Daarnaast speelde mee dat het kabinet niet de goede verhoudingen met Indonesië op het spel wilde zetten. Tot slot was Defensie bang dat Indië-veteranen, van wie er naar schatting nog zo'n 18.000 in leven zijn, hiertegen te hoop zou lopen.

Dat laatste lijkt nu niet te gebeuren. Vorige week polste inspecteur-generaal Hoitink tijdens een bijeenkomst met een groep veteranen hoe zij dachten over een eventueel onderzoek. Volgens Leen Noordzij, voorzitter van de Vereniging Oud-Indië Veteranen (Vomi), was de reactie niet afwijzend. "We zitten er niet op te wachten, maar we voelden aan dat het niet meer tegen te houden is. Enkelen maakten de kanttekening dat het onderzoek objectief moest worden. Dat ook de misdaden van Indonesische zijde aan bod moest komen."

Oostindie wilde gisteren niet vooruitlopen op de vraag hoe het onderzoek er uit gaat zien. Dat er aandacht komt voor het geweld aan Indonesische kant ligt voor de hand, zeker omdat premier Rutte daar expliciet naar verwees. Het gaat dan om de zogeheten Bersiap die zich afspeelde vlak nadat Japan in augustus 1945 capituleerde. Jonge revolutionairen gebruikten grof geweld tegen Nederlanders, indo's, Chinezen en andere bevolkingsgroepen van wie zij dachten dat zij met Nederlanders samenwerkten. In korte tijd vielen er duizenden doden, maar door gebrekkig onderzoek is bijvoorbeeld nooit vast komen te staan hoeveel slachtoffers er precies vielen en wie de daders waren.

Onlangs was premier Rutte met een Nederlandse handelsmissie in Indonesië. Hij sprak toen met de Indonesische president Widodo onder meer over de plannen voor het onderzoek. Naar verluidt maakte Widodo daartegen geen bezwaar. Toezeggingen om ook volledige toegang tot de Indonesische archieven te geven, bleven echter achterwege. Volgens Oostindie hoeft dat laatste geen bezwaar te zijn. Er zijn de laatste jaren al veel archieven opengegaan. "Daarnaast gaan we zelf veldonderzoek doen en met mensen praten die die tijd hebben meegemaakt", zegt Oostindie. Tot slot is er een omslag onder Indonesische historici gekomen, die objectiever tegenover de zaak staan.

Letter & Geest

'Spijt is goed voor iedereen'

Veteranen willen rol in onderzoek

Het Veteranen Platform wil nauw betrokken worden bij het onafhankelijk onderzoek naar de bloedige dekolonisatie van Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949, waartoe het kabinet heeft besloten. Voorzitter Hein Scheffer zei dat de veteranen onder meer geïnterviewd zouden kunnen worden over wat ze in Nederlands-Indië hebben ervaren.

"Ook zouden veteranen als klankbord kunnen fungeren en documenten, foto's en ander materiaal voor het onderzoek kunnen aandragen", aldus Scheffer.

Het Veteranen Platform rekent erop dat het onderzoek zal bijdragen aan de juiste beeldvorming over wat tijdens de dekolonisatie is gebeurd "gezien vanuit het perspectief van waarden, normen en opvattingen van die tijd".

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden